id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.972 Rolnummer: A. 63156/IX-803 Zaak: Arrest 159972 - - 12/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-27 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 21:47 Fiche Arrest nr 159.972 van 12 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.972 van 12 juni 2006 in de zaak A. 63.156/IX-
- In zake : het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap tegen :
- de Beroepscommissie bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap
- Gerrit HENNISSEN, die woonplaats kiest bij advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te SINT-NIKLAAS, Vijfstraten
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap op 6 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 15 februari 1995 van de beroeps- commissie bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap waarbij Gerrit HENNISSEN gerechtigd is op bijstand bij de aankoop van een break-versie van een personenwagen; Gezien de memorie van antwoord van de tweede verwerende partij en de memorie van wederantwoord en toelichtende memorie van de verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op de beschikking van 4 december 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partij en van de tweede verwerende partij; IX-803-1/4 Gelet op de beschikking van 20 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 mei 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. CHEYNS die, loco advocaat W. DE CUYPER verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Op 23 juni 1993 dient Gerrit Hennissen bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap (hierna: het VFSIP) een aanvraag in tot inschrijving en tot bijstand in de aanpassingskosten van zijn wagen. 1.
- Op 26 april 1994 wordt hem de beslissing van het VFSIP betekend dat hij geen bijstand kan krijgen voor de meerprijs van een break-versie van zijn wagen, aangezien het geen specifiek hulpmiddel voor gehandicapten betreft. 1.
- Op 19 mei 1994 gaat Gerrit Hennissen in beroep tegen deze beslissing bij de beroepscommissie van het VFSIP. 1.
- Op 15 februari 1995 oordeelt de beroepscommissie bij het VFSIP dat het beroep gegrond is en stelt dat het VFSIP de meerkost van de break-versie ten aanzien van een gewone personenwagen ten laste moet nemen. Dit is de bestreden beslissing, die gemotiveerd is als volgt : “In casu strekte de zorgvraag hier tot tussenkomst in de meerkosten van een break-versie t.a.v. een gewone personenwagen, omwille van de afmetingen van de rolwagen (H: 1m 25 of 1m 35 met bedieningskastje; L 1m 30). Artikel 5 stelt dat de materiële bijstand aan de persoon met een handicap slechts kan toegekend worden voor kosten die, uit hoofde van de handicap, noodzakelijk zijn met het oog op zijn sociale integratie. IX-803-2/4 De in het eerste lid bedoelde kosten moeten bijkomende uitgaven zijn ten opzichte van de uitgaven die een valide persoon in dezelfde omstandigheden moet doen. Er is vereist dat de gemaakte kosten wel degelijk noodzakelijk waren uit hoofde van de handicap met het oog op de sociale integratie. Er moet dus een noodzakelijkheidsverband bestaan tussen de gemaakte kosten voor de aankoop en de handicap. Als beoordelingscriterium geldt hier de redenering : indien de persoon niet gehandicapt ware geweest, dan zouden de kosten niet moeten gemaakt zijn (of zou de aankoop van de break-versie niet moeten gebeurd zijn). Gelet op de ernst van de handicap van eisende partij is de beroepscommissie van oordeel dat de aankoop van een break-versie van de wagen op impliciete wijze als een meerkost moet beschouwd worden die een valide persoon niet moet doen. De beroepscommissie meent dan ook dat aan alle reglementair gestelde voorwaarden voldaan is;” 2.
- Overwegende dat de auditeur-verslaggever in zijn verslag ambtshalve vastgesteld heeft dat de Raad van State over het geschil geen uitspraak kan doen, aangezien krachtens artikel 582, 2/, van het Gerechtelijk Wetboek de arbeidsrechtbank kennis neemt van “de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de wet betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden” en het onderhavig geschil een dergelijke aangelegenheid betreft; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie de onbevoegdheid van de Raad van State erkent; dat zij enkel nog betoogt dat artikel 582, 2/, van het Gerechtelijk Wetboek een algemene draagwijdte heeft en dat de Raad van State bijgevolg niet bevoegd is om kennis te nemen van alle geschillen die de beslissingen van de beroepscommissie, ingesteld door artikel 43 en 44 van het decreet van 27 juni 1990, doen ontstaan, met name niet alleen voor de geschillen die verband houden met de toepassing van de wet betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden, maar ook voor de geschillen die verband houden met aangelegen- heden die eertijds geregeld waren door het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1961 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten; 2.
- Overwegende dat de door de verzoekende partij opgeworpen twistvraag in dit geval buiten beschouwing kan blijven; dat immers de betwisting betrekking heeft op de tegemoetkoming aan een mindervalide in het kader van zijn sociale integratie; dat krachtens artikel 582, 2/, van het Gerechtelijk Wetboek de arbeidsrechtbank kennis neemt van dergelijke geschillen; dat de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank deze van de Raad van State uitsluit, IX-803-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juni 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-803-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.972 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.