← België

Arrest 159987 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 13/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.987 Rolnummer: A. 170571/XII-4657 Zaak: Arrest 159987 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 13/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-12 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 21:49 Fiche Arrest nr 159.987 van 13 juni 2006 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.987 van 13 juni 2006 in de zaak A. 170.571/XII-

  1. In zake : XXXX, tegen :
  2. het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat J.-P. Lavigne, kantoor houdende te Sint-Truiden, Tongersesteenweg 15
  3. de STAD DIEST, die woonplaats kiest bij advocaat H.-K. Carême, kantoor houdende te Heverlee, Industrieweg 4, bus
  4. -------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 27 februari 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 28 november 2005 van de gemeenteraad van Diest om haar te ontslaan wegens ongunstige proeftijdbeoordeling, evenals van de stilzwijgende goedkeuring van die beslissing door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, :RQHQHQ,QEXUJHULQJ *H]LHQGHQRWD¶VYDQGHYHUZHUHQGHSDUWLMHQ Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der *XFKW *HOHWRSGHNHQQLVJHYLQJYDQKHWYHUVODJDDQSDUWLMHQ XII-4657-1/8 Gelet op de beschikking van 8 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 PHL Gehoord het verslag van staatsraad J. /XVW Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Martens, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat J.-P. Lavigne, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat H.-K. Carême, die verschijnt voor de WZHHGHYHUZHUHQGHSDUWLM Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der *XFKW Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 MDQXDUL a De feiten Overwegende dat verzoekster sinds 6 april 2004 werkzaam is bij de dienst personeel, juridische zaken en verzekeringen, afdeling personeel, van de stad Diest, eerst als contractueel administratief medewerker en met ingang van 1 juni 2004 als op proef benoemG YROWLMGV DGPLQLVWUDWLHI PHGHZHUNHU  GDW GH SURHIWLMG HLQGLJW RS  DSULO   GDW YHU]RHNVWHU RS  VHSWHPEHU  HHQ ongunstige proeftijd-EHRRUGHOLQJ NULMJW YDQ GH VWDGVVHFUHWDULV  GDW YHU]RHNVWHU daartegen met een brief van 5 oktober 2005 beroep instelt bij het college van EXUJHPHHVWHUHQVFKHSHQHQ GDWKHWFROOHJHRSRNWREHUEHVOXLW³>R@SGH eerstvolgende gemeenteraad de niet-benoeming wegens ongunstige proeftijdbeoordeling te agenderen van mevrouw XXXX als voltijds administratief medewerker binnen de dienst ‘Personeel, Juridische zaken en verzekeringen, DIGHOLQJ3HUVRQHHO¶´ GDWGDDUWRHRQGHUPHHUZRUGWRYHUZRJHQGDWKHWFROOHJH]LFK “aansluit bij het omstandig geformuleerd evaluatieverslag, bijkomend gemotiveerd en toegelicht in een toelichtingsnota, waarbij op een inhoudelijke wijze de diverse UXEULHNHQYDQKHWWDNHQSDNNHWYDQPHYURXZ;;;;ZRUGHQEHOLFKW´ GDWRS XII-4657-2/8 november 2005 de gemeenteraad verzoekster ontslaat wegens ongunstige SURHIWLMGEHRRUGHOLQJ Overwegende dat verzoekster daartegen het beroep bedoeld in artikel 6ter van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse *HZHVWYDQKHWDGPLQLVWUDWLHIWRH]LFKWRSGHJHPHHQWHQLQVWHOW GDWGH9ODDPVH minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering niet binnen een termijn van zestig dagen vanaf de ontvangst van het beroep een beslissing tot goedkeuring of niet-JRHGNHXULQJ YDQ KHW RQWVODJEHVOXLW KHHIW YHUVWXXUG  GDW artikel 6quater, laatste volzin, van het decreet van 28 april 1993 bepaalt : “Als binnen die termijn geen beslissing is verstuurd, wordt het besluit van de JHPHHQWHOLMNHRYHUKHLGDOVJRHGJHNHXUGEHVFKRXZG´  De procedure Overwegende dat verzoekster met een brief van 3 april 2006 vraagt twee bijkomende stukken aan het dossier toe te voegen: een advies aan de Vlaamse minister en een ontwerp van ministerieel besluit, beide tot niet- JRHGNHXULQJ YDQ GH JHPHHQWHUDDGVEHVOLVVLQJ YDQ  QRYHPEHU   GDW GH YHUZHUHQGHSDUWLMHQ]LFKWHJHQKHWYHU]RHNYHU]HWWHQ Overwegende dat niet blijkt dat verzoekster de stukken, waarvan de relevantie voor onderhavig geding buiten kijf lijkt te staan, reeds eerder had NXQQHQPHHGHOHQ GDWRSKHWYHU]RHNRPGHVWXNNHQWHZHUHQQLHWZRUGWLQJHJDDQ De ontvankelijkheid Overwegende dat de stad Diest het beroep tegen de gemeenteraadsbeslissing van 28 november 2005 onontvankelijk noemt omdat de stilzwijgende goedkeuring de beslissing uit het rechtsverkeer heeft doen YHUGZLMQHQHQLQGHSODDWVHUYDQLVJHNRPHQ Overwegende dat de goedkeuring die krachtens artikel 6quater XII-4657-3/8 van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten geacht moet worden tot stand te zijn gekomen, de goedgekeurde beslissing niet verYDQJWPDDUHU]LFKDDQWRHYRHJW  GDWGHH[FHSWLHRQJHJURQGLV  De schorsingsvoorwaarden Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan bHURNNHQHQ  Overwegende, met betrekking tot de eerste voorwaarde, dat YHU]RHNVWHUYLHUPLGGHOHQDDQYRHUW GDW]LMHONYHUEDQGKRXGHQPHWGHHYDOXDWLH YDQYHU]RHNVWHU GDWLQ]RYHUUHGHVWDG'LHVWQLHW]LHW³KRHHQZDDURP´GHHYHQWXHOH onwettigheid van de evaluatie de gemeenteraadsbeslissing van 28 november 2005 zou aantasten, het voorlopig mag volstaan er op te wijzen dat de ongunstige proeftijdbeoordeling de enige en noodzakelijke grondslag van de gemeenteraads- EHVOLVVLQJ OLMNW  GDW LQ ]RYHUUH GH VWDG 'LHVt van mening is dat “de ongunstige evaluatie definitief en derhalve onaanvechtbaar [is] geworden”, de Raad die ]LHQVZLM]HYRRUDOVQRJQLHWGHHOW GDWLPPHUVGHSURHIWLMGEHRRUGHOLQJRSKHWHHUVWH gezicht een onderdeel vormt van de complexe administratieve verrichting die in de gemeenteraadsbeslissing van 28 november 2005 is uitgelopen, zodat haar eventuele onwettigheid ontvankelijk als vernietigingsgrond tegen die beslissing lijkt te kunnen worden ingebracht, óók indien de beoordeling afzonderlijk kon zijn aaQJHYRFKWHQHQLQGLHQGHWHUPLMQGDDUWRHUHHGVYHUVWUHNHQ]RX]LMQ Overwegende dat verzoekster in een eerste middel de schending DDQYRHUW YDQ DUWLNHO  YDQ KHW DGPLQLVWUDWLHI VWDWXXW  GDW ]LM GRHW JHOGHQ LQ GH eerste plaats, dat geen enkele van de in het artikel bedoelde evaluaties heeft SODDWVJHKDGHQLQGHWZHHGHSODDWVGDWHUVOHFKWVppQHYDOXDWRUZDV  XII-4657-4/8 Overwegende dat genoemd artikel 43, met betrekking tot het verloop van de proeftijd, luidt : “Er zijn twee evaluaties. De eerste evaluatie gebeurt tijdens de eerste helft van de proeftijd, de tweede een maand voor het einde van de proeftijd. De hiërarchische chef en de secretaris maken voor de op proef benoemden, telkens na een beoordelingsgesprek, een beschrijvende kwalitatieve evaluatie. De evaluatie verloopt volgens de regels bepaald in deel IV administratieve ORRSEDDQWLWHOKRRIGVWXN´ Overwegende dat het eerste onderdeel van het middel ervan lijkt uit te gaan dat er geen rechtsgeldige beoordeling van de proeftijd mogelijk is buiten GHHYDOXDWLHVEHGRHOGLQKHWHHUVWHOLGYDQKHWDUWLNHO GDWXLWGHORJLFDYDQKHW onderdeel moet volgen, aangezien de evaluaties van het artikel 43 in het geval van verzoekster niet hebben plaatsgehad, dat zij niet meer op wettige wijze vast EHQRHPGNDQZRUGHQ GDWQDPHOLMNJHOHWRSDUWLNHOHQ YDQKHWDGPLQLVWUDWLHI statuut, enkel de personeelsleden die met goed gevolg de proeftijd hebben volbracht en dus een gunstige beoordeling van de proefperiode verkregen, in vast YHUEDQGEHQRHPGNXQQHQZRUGHQ GDWKHWRQGHUGHHORSKHWHHUVWHJH]LFKWGDQRRN LQJDDWWHJHQKHWGRHOGDWYHU]RHNVWHUQDVWUHHIW GDW]Lj tenminste in de huidige stand YDQGHSURFHGXUHJHDFKWPRHWZRUGHQJHHQEHODQJELMKHWRQGHUGHHOWHKHEEHQ Overwegende, aangaande het tweede onderdeel van het middel, dat de proeftijdbeoordeling niet altijd door én de hiërarchische chef én de secretaris GLHQW WH JHVFKLHGHQ  GDW DUWLNHO abis van het administratief statuut bepaalt dat hiërarchische meerderen niet als beoordelaar mogen fungeren wanneer het te evalueren personeelslid minder dan één jaar onder hun bevel staat en dat dan in principe de secretDULV GH EHRRUGHODDU LV  GDW KLHUXLW YROJW GDW WH GH]HQ GH collegebeslissing van 28 oktober 2005 en de gemeenteraadsbeslissing van 28 november 2005 ogenschijnlijk op goede grond overwegen “dat conform artikel 43, samen te lezen met artikel 69 en 71 bis betrokkene diende te worden geëvalueerd door de secretaris, als enige evaluator tijdens de eerste helft van de proeftijd en bij ZLM]HYDQHLQGHYDOXDWLHppQPDDQGYRRUKHWHLQGHYDQSURHIWLMG´ GDWRPJHNHHUG verzoekster op het eerste gezicht ten onrechte doet gelden: “Voor de eerste XII-4657-5/8 evaluatie waren 2 evaluatoren ter beschikking, mevrouw [LVR] als diensthoofd en secretaris [RT] als tweede evaluator. Voor de tweede evaluatie had [LVR] als diensthoofd als eerste evaluator moeten fungeren en mevrouw [NJ] in haar functie DOVZDDUQHPHQGVHFUHWDULVDOVWZHHGHHYDOXDWRU´  2YHUZHJHQGHGDWKHWHHUVWHPLGGHOLQ]LMQJHKHHOQLHWHUQVWLJLV Overwegende dat in een tweede middel artikel 75 van het DGPLQLVWUDWLHIVWDWXXWJHVFKRQGHQZRUGWJHQRHPG GDWZRUGWXLWHHQJH]HWGDW het artikel voorschrijft “dat als de eerste evaluatie ongunstig is de ondergetekende op de hoogte wordt gebracht van de situatie via een functioneringsgesprek”, dat er op 19 november 2004 een functioneringsgesprek heeft plaatsgevonden, maar het geen betreNNLQJKDGRSHHQHYDOXDWLH³YHUPLWVGH]HHUQRRLWLVJHZHHVW´  Overwegende dat volgens verzoekster het functioneringsgesprek tot doel heeft de geëvalueerde die “niet zo goed bezig is”, te informeren over “wat er precies fout loopt”, zodat “men zich nog kan bijsturen voor de verdere proef-SHULRGH´ GDWGLWGRHOKLHUEHUHLNWOLMNW GDWHUEOLMNEDDUZHO degelijk tijdens de proeftijd -halverwege november 2004- een IXQFWLRQHULQJVJHVSUHNWXVVHQYHU]RHNVWHUHQKDDUGLUHFWH FKHIKHHIWSODDWVJHKDG  dat daarin verzoeksters takenpakket besproken werd, alsmede verschillende ³DIVSUDNHQ´  GDW LQ ]RYHUUH YHU]RHNVWHU ]LFK HU RYHU EHNODDJW GDW ]LM QLHW RS KHW reglementair voorgeschreven moment is geëvalueerd, die klacht samenvalt met het -hiervoor niet ernstig bevonden- eerVWH RQGHUGHHO YDQ KHW HHUVWH PLGGHO  GDW KHW WZHHGHPLGGHOQLHWHUQVWLJLV Overwegende dat in een derde middel wordt aangevoerd dat DUWLNHOYDQKHWDGPLQLVWUDWLHIVWDWXXWLVJHVFKRQGHQ GDWZRUGWXLWHHQJH]HWGDW volgens dat artikel “de evaluatie afweegt in welke mate de vooropgestelde doelstellingen zijn bereikt en de betrokken personeelsleden beantwoorden aan hun respectievelijke functiebeschrijving” en dat aan verzoekster nooit een functiebeschrijving is overhandigd “zodat de evaluatie ook op dit vlak haar doel KHHIWJHPLVW´  XII-4657-6/8 Overwegende dat verzoekster ervan uitgaat dat een toetsing aan de vooropgestelde doelstellingen en de functiebeschrijving uitgesloten was omdat ]LMQRRLWHHQIXQFWLHEHVFKULMYLQJKHHIWRQWYDQJHQ GDWZDWHUYDQGDWlaatste ook zij, niet wezenlijk van belang lijkt of verzoekster de functiebeschrijving daadwerkelijk “overhandigd” kreeg, maar wel of ze die functiebeschrijving, en de GRHOVWHOOLQJHQDOGDQQLHWIHLWHOLMNNHQGH GDWRPUHFKWPDWLJRSKDDUSUHVWDWLHVWH kunnen worden afgerekend, vanzelfsprekend vereist is dat verzoekster weet wat YDQ KDDU YHUZDFKW ZRUGW HQ ZDDUQDDU ]H ]LFK WH JHGUDJHQ KHHIW  GDW GDDU LQ RQGHUKDYLJJHYDODDQYROGDDQOLMNW GDWGLWYRRUDOVQRJRQGHUPHHUZRUGWDIJHOHLG uit de bijlage bij de brief van 5 oktober 2005 waarmee verzoekster tegen de proeftijdbeoordeling van 11 september 2005 beroep heeft aangetekend bij het VFKHSHQFROOHJH LQ]RQGHUKHLG SS  HQ   GDW RRN KHW YHUVODJ YDQ KHW IXQFWLRQHULQJVJHVSUHNYDQQRYHPEHUGDWDDQWRRQW GDWKet middel niet de voor HHQVFKRUVLQJQRRG]DNHOLMNHHUQVWYHUWRRQW Overwegende dat een vierde middel uit de schending van de PDWHULsOH PRWLYHULQJVSOLFKW LV DIJHOHLG  GDW YHU]RHNVWHU WRHOLFKW GDW GH PRWLHYHQ van de negatieve evaluatie slechts vage beweringen zijn die niet door concrete voorbeelden worden gestaafd en dat “het zogezegd slecht functioneren van verzoekster, quod nonQLHWEHZH]HQZRUGW´  Overwegende dat het middel kritiek uit op de initiële evaluatie YDQ  VHSWHPEHU   GDW YHU]RHNVWHU HU Hvenwel het in artikel 44 van het DGPLQLVWUDWLHIVWDWXXWEHGRHOGHEHURHSELMKHWVFKHSHQFROOHJHWHJHQKHHIWLQJHVWHOG  dat het college zich voor zijn beslissing mee gesteund heeft op een bijkomende toelichting bij de evaluatie, waarin op het eerste gezicht concrete gegevens niet RQWEUHNHQ VWXNYDQKHWDGPLQLVWUDWLHIGRVVLHUYDQGHVWDG'LHVW GDWKHWPLGGHO GDDU JHKHHO DDQ YRRUELMJDDW  GDW DDQJH]LHQ KHW ]LFK ORXWHU IRFXVW RS GH LQLWLsOH HYDOXDWLHKHWQDDVWGHNZHVWLHOLMNW GDWKHWPLGGHOQLHWHUQVWLJLV  2YHUZHJHQGH GDW JHHQ HUQVWLJH PLGGHOHQ ZRUGHQ DDQJHYRHUG  dat aldus aan tenminste één van de twee grondvoorwaarden voor een schorsing niet XII-4657-7/8 LVYROGDDQ GDWGH]HYDVWVWHOOLQJYROVWDDWRPGHYRUGHULQJWHYHUZHUSHQ B E S LU IT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juni 2006, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4657-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.987 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.442 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.