id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.053 Rolnummer: A. 137651/VII-30011 Zaak: Arrest 160053 - - 14/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-26 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 21:51 Fiche Arrest nr 160.053 van 14 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 160.053 van 14 juni 2006 in de zaak A. 137.651/VII-30.011 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat V. VEREECKE, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Maria van Bourgondiëlaan 7B tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Russische nationaliteit, op 6 juni 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 7 mei 2003 houdende een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 7 mei 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 17 juni 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; VII-30.011-1/4 Gelet op de beschikking van 25 april 2006 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 31 mei 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. KIWAKANA, die, loco advocaat V. VEREECKE, verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat N. LUCAS, die, loco advocaat E. MATTERNE, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In het verslag stelt de auditeur de toepassing voor van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit. Uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel.
- De feiten. 1.
- De verzoekende partij werd door de Correctionele rechtbank te Brugge op 4 februari 2003 veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 18 maanden voor mededaderschap aan diefstallen met braak, inklimming of valse sleutels, alsook voor bendevorming. 1.
- Op 7 mei 2003 werd verzoeker voorwaardelijk in vrijheid gesteld met terbeschikkingstelling van de Dienst Vreemdelingenzaken. 1.
- Op dezelfde dag werd aan verzoeker een bevel om het grondgebied te verlaten betekend met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde. Dit is de bestreden beslissing waarvan de motivering luidt als volgt: “(...) artikel 7, eerste lid, 1/: verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de vereiste documenten; de betrokkene is niet in het bezit van een paspoort met geldig visum. (...)”. Dit is de bestreden beslissing. VII-30.011-2/4
- Beoordeling. 2.
- In een eerste middel roept de verzoekende partij de schending in van de motiveringsplicht en van het redelijkheidsbeginsel. De verzoekende partij stelt dat een loutere verwijzing naar een vroegere veroordeling niet volstaat om te motiveren dat zij een gevaar uitmaakt voor de openbare orde. Het bestreden bevel is afdoende gemotiveerd. Het stelt immers dat de verzoekende partij in het Rijk verblijft zonder houder te zijn van de vereiste documenten. Het tweede motief, dat de verzoekende partij geacht wordt de openbare orde te schaden is een bijkomend motief. Zelfs indien de grief, die daartegen werd gericht, gegrond wordt bevonden, kan dit niet leiden tot nietigverklaring van de bestreden beslissing. 2.
- In een tweede middel wordt de schending ingeroepen van de artikelen 7, eerste en tweede lid en 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) en van de formele motiveringsplicht. De verzoekende partij stelt dat in het bestreden bevel niet in concreto wordt gemotiveerd waarom het werd genomen. Uit het bestreden bevel blijkt dat de verwerende partij van oordeel is dat de verzoekende partij in het Rijk verblijft zonder de vereiste documenten . De verzoekende partij betwist deze gegevens niet. Het middel is niet gegrond. 2.
- In een derde middel wordt de schending ingeroepen van de hoorplicht en van de zorgvuldigheidsplicht. De verzoekende partij levert enkel kritiek op het motief betreffende de aantasting van de openbare orde. Zoals reeds gesteld bij de bespreking van het eerste middel kan de eventuele onwettigheid van dit motief niet tot nietigverklaring van de bestreden beslissing leiden. 2.
- De verzoekende partij levert ook kritiek op de terugleidingsclausule. Deze kritiek is echter niet meer relevant. De verzoekende partij werd op 31 juli 2003 in vrijheid gesteld en over de Franse grens gezet.
- De verzoekende partij heeft geen gegrond middel tot nietigverklaring aangevoerd. Er is derhalve grond om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit zodat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen, VII-30.011-3/4 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juni tweeduizend en zes, door de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. HUYGHEBAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, W. HUYGHEBAERT. E. BREWAEYS. VII-30.011-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.053 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div