id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.095 Rolnummer: A. 70746/V-1494 Zaak: Arrêt / Arrest 160095 - / - 14/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-04 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-30 22:46 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 160.095 van 14 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.095 van 14 juni 2006 A. 70.746/V-1494 In zake: DEBUYSSCHER Christian, die woonplaats kiest bij Mr. Jean LAURENT, advocaat, Koninklijke-Prinsstraat 85 1050 Brussel, tegen: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, dat woonplaats kiest bij Mr. Jean BOURTEMBOURG, advocaat, Zwitserlandstraat 24 1060 Brussel. Tussenkomende partij: LAUWERS Kris, Louisalei 1 2660 Hoboken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 2 september 1996 ingediende verzoekschrift, waarbij Christian DEBUYSSCHER de nietigverklaring vordert van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 mei 1996 houdende bevordering van Kris LAUWERS tot hoofdingenieur-directeur bij de dienst A3 (gebouwen) van het bestuur Uitrusting en Vervoer van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alsook van alle administratieve beslissingen die mogelijk als gevolg daarvan genomen zijn; Gezien het op 23 mei 1997 ingediende verzoekschrift, waarbij Kris LAUWERS vraagt als tussenkomende partij te mogen optreden; V - 1494 - 1/4 Gelet op de beschikking van 4 juli 1997, waarbij die tussenkomst wordt toegestaan; Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van tussenkomst; Gezien het verslag van Mevr. G. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op grond van artikel 12 van de algemene procedureregeling; Gelet op de beschikking van 18 maart 2005, waarbij de neerlegging van het dossier en het verslag ter griffie wordt gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 april 2006, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij wordt bepaald dat de zaak voorkomt op de terechtzitting van 9 mei 2006 om 9.30 uur; Gehoord het verslag van Mevr. S. GEHLEN, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. J. LAURENT, advocaat, die voor verzoeker verschijnt, van Mr. S. ADAM, loco Mr. J. BOURTEMBOURG, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt, en van de heer K. LAUWERS, tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Mevr. W. VOGEL, auditeur bij de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker de dag vóór de terechtzitting een "aanvullende memorie" heeft ingediend; dat die memorie, waarin de algemene procedureregeling niet voorziet, uit de debatten moet worden geweerd; V - 1494 - 2/4 Overwegende dat Kris LAUWERS bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 maart 1998 bevorderd is tot inspecteur-generaal; dat verzoeker die bevordering niet heeft aangevochten; dat Kris LAUWERS bovendien bij een besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 september 2005 eervol uit zijn ambt is ontslagen op 1 september 2005; Overwegende dat verzoeker op de terechtzitting heeft aangevoerd dat die twee gegevens niets afdoen aan zijn belang bij de nietigverklaring van de bestreden handeling; dat hij tot staving van zijn stelling heeft aangevoerd dat hij, aangezien hij niet aan de voorwaarden voldeed om te worden bevorderd tot de graad van inspecteur- generaal die bij een regeringsbesluit van 26 maart 1998 aan Kris LAUWERS is toegekend, niet naar die betrekking heeft kunnen solliciteren en, bijgevolg, de Raad van State niet heeft kunnen verzoeken dat besluit te vernietigen; dat hij vervolgens te kennen heeft gegeven dat hij geen belang zou hebben gehad bij het aanvechten van het besluit waarbij Kris LAUWERS eervol uit zijn ambt is ontslagen; dat hij heeft opgemerkt dat de graden van hoofdingenieur-directeur en van inspecteur-generaal gelijkwaardig zijn geworden sinds de inwerkingtreding van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 mei 1999 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zodat Kris LAUWERS niet werkelijk zou zijn bevorderd; dat verzoeker, die de nadruk legt op de gevolgen van een vernietigingsarrest, heeft uitgelegd dat het actueel belang zou moeten worden gemeten aan die gevolgen en dat, in casu, de nietigverklaring van de bestreden handeling de verwerende partij in staat zou stellen de procedure over te doen met inachtneming van de motivering van de nietigverklaring, zonder echter Kris LAUWERS te kunnen benoemen, aangezien deze geen ambtenaar van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meer is; dat hij heeft verklaard dat de omstandigheid dat hij zich in een minder gunstige situatie bevindt dan de persoon van wie hij de bevordering aanvecht, voldoende is om zijn belang bij de nietigverklaring van die bevordering te rechtvaardigen; dat hij voorts de nadruk heeft gelegd op de termijn die sinds de indiening van het verzoekschrift is verstreken en aan de Raad van State heeft gevraagd het begrip "belang" zo te interpreteren dat zijn zaak kan worden beslecht en hij gebruik kan maken van zijn recht; Overwegende dat het belang van een personeelslid bij de nietigverklaring van de bevordering van een mededinger erin bestaat, nadat een betrekking door de nietigverklaring vacant wordt, een nieuwe kans te krijgen om in aanmerking te komen voor de geambieerde bevordering; dat die nieuwe kans zich kan voordoen wanneer de betrekking weer vacant wordt om een andere reden, namelijk, bijvoorbeeld, een nieuwe V - 1494 - 3/4 bevordering of het vertrek van de mededinger, om welke reden ook, onder meer wanneer hem ontslag wordt verleend uit zijn ambt; dat, in het onderhavige geval, verzoeker die nieuwe kans heeft gekregen door de bevordering van Kris LAUWERS tot inspecteur-generaal en, meer recentelijk, door het hem verleende eervolle ontslag uit zijn ambt; dat het doel dat met de nietigverklaring wordt nagestreefd op een andere manier is bereikt en dat verzoeker, om die reden, niet meer het vereiste belang bij die nietigverklaring heeft, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op veertien juni tweeduizend zes door: de HH. R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, D. MOONS, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1494 - 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.095 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.