← België

Arrest 160110 - - 15/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.110 Rolnummer: A. 128454/XII-3679 Zaak: Arrest 160110 - - 15/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-22 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 21:57 Fiche Arrest nr 160.110 van 15 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.110 van 15 juni 2006 in de zaak A. 128.454/XII-

  1. In zake : Frans DAMS, wonende te Turnhout, Duifhuisstraat 20, bus 1 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep Kempen, dat woonplaats kiest bij advocaat G. Van den Eynde, kantoor houdende te Geel, Diestseweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Frans Dams op 24 oktober 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 augustus 2002 van de raad van bestuur van de scholengroep 7 - Kempen houdende zijn preventieve schorsing met ingang van 2 september 2002; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 16 juni 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 21 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 mei 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-3679-1/4 Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat S. Cauwenberghs, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : Verzoeker is sedert 1 december 1986 vast benoemd als leraar technische vakken en beroepspraktijk LSO en in die hoedanigheid aangesteld aan het KTA Turnhout. Verzoeker tekent op 19 juli 2002 bezwaar aan tegen hem toegekende evaluaties bij de raad van beroep. Op 27 augustus 2002 wordt verzoeker in het kader van de procedure preventieve schorsing door de raad van bestuur gehoord en op diezelfde dag beslist de raad van bestuur om verzoeker met ingang van 2 september 2002 preventief te schorsen. Op 9 januari 2003 beslist de raad van beroep het beroep van verzoeker ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren. Op 30 januari 2003 spreekt de raad van bestuur van de scholengroep 7 de definitieve ambtsneerlegging van verzoeker uit “vanaf 1 februari 2003” en beslist hij tevens dat verzoekers preventieve schorsing “wordt beëindigd op 31 januari 2003”; De ontvankelijkheid van het beroep Overwegende dat de verwerende partij aan verzoeker actueel belang ontzegt bij het beroep, onder meer en voornamelijk om reden van de naderhand uitgesproken definitieve ambtsneerlegging; XII-3679-2/4 Overwegende dat volgens het auditoraatsverslag de exceptie bijval verdient omdat “verzoeker het rechtens vereiste belang ontbeert om, bij verwerping van zijn beroep gericht tegen zijn definitieve ambtsneerlegging, de voorafgaandelijke beslissing houdende zijn preventieve schorsing nog in rechte te bestrijden”; Overwegende dat zowel de verwerende partij als het auditoraat verzoekers actueel belang in vraag stellen; dat het in die omstandigheden aan verzoeker toevalt om ten gepaste tijde -dit is in zijn memories en niét meer ter terechtzitting- duidelijk te maken welk concreet voordeel hij nog van een eventuele annulatie verwacht, om aldus zijn actueel belang te bewijzen; dat het “actueel belang” volgens verzoeker, zoals hij schrijft in de laatste memorie, er in bestaat “dat de rechtmatigheid van de preventieve schorsing beoordeeld dient te worden omdat dit relevant is wanneer in een later stadium het annulatieberoep [tegen de beslissing van de raad van bestuur waarbij zijn definitieve ambtsneerlegging uitgesproken wordt] ontvankelijk en gegrond verklaard wordt”; dat verzoeker in die memorie met andere woorden zijn actueel belang bij het voorliggende beroep énkel in verband brengt met de gegrondheid van zijn beroep tegen de beslissing waarbij de raad van bestuur zijn definitieve ambtsneerlegging uitspreekt; dat de verwerping van dit beroep bij arrest nr. 160.109 van vijftien juni 2006 dan ook tot de conclusie leidt dat ook het voorliggende beroep, wegens gebrek aan bewezen actueel belang, verworpen moet worden, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-3679-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3679-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.110 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.