← België

Arrest 160423 - - 22/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.423 Rolnummer: A. 109733/XII-3274 Zaak: Arrest 160423 - - 22/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-29 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 22:26 Fiche Arrest nr 160.423 van 22 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.423 van 22 juni 2006 in de zaak A. 109.733/XII-

  1. In zake : Joris Frans GEYS, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Coen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A tegen : het UNIVERSITAIR CENTRUM ANTWERPEN, thans UNIVERSITEIT ANTWERPEN, dat woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-
  2. tussenkomende partijen :
  3. Ron VERHAGEN, wonende te Berchem, Marie Josélaan 70
  4. Ronny BLUST, wonende te Antwerpen, Leopoldstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Joris Frans Geys op 31 augustus 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het Besluit van de Raad van Bestuur van het Universitair Centrum Antwerpen (RUCA) dd. 4 juli 2001, waarbij de heer Ronny Blust en de heer Ron Verhagen worden bevorderd van hoofddocent tot hoogleraar, en waarbij verzoekende partij niet wordt bevorderd van hoofddocent tot hoogleraar; Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 6 december 2001; Gelet op de beschikking van 10 december 2001 die de tussen- komst van Ron Verhagen en Ronny Blust toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; XII-3274-1/3 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 10 maart 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Devers, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behoudens de kosten, eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij aan de Raad van State meedeelt dat aan verzoeker eervol ontslag is verleend op 1 januari 2005 wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; dat zij daaruit afleidt dat verzoeker zonder actueel belang is; Overwegende dat verzoeker, gevraagd naar het voordeel dat hij nog verwacht bij de gevorderde nietigverklaring, aan de Raad op 8 maart 2006 antwoordt nog grote belangstelling te koesteren voor het wedervaren van de voorliggende procedure en hij “geen afstand van het beroep [kan] melden”; dat hij in dezelfde brief evenwel schrijft dat “echter niet [wordt] ontkend dat in hoofde van verwerende partij geen rechtsplicht tot benoemen bestond”, dat “evenmin [...] argumenten worden ontwikkeld die een wijziging van ’s Raads rechtspraak zouden beogen in dergelijke gevallen van pensionering” en dat in het licht van die rechtspraak hij “niet langer over een actueel belang [beschikt]”; dat uit die verheldering blijkt dat, XII-3274-2/3 zo verzoeker al geen formeel afstand wil doen van zijn beroep, het bij gebrek aan actueel belang dan toch niet langer ontvankelijk is; Overwegende dat verzoeker in hetzelfde schrijven verzoekt om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen omdat de pensionering niet aan hem is toe te schrijven; dat dit gegeven echter evenmin aan verwerende partij is toe te schrijven, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3274-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.423 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.