id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.427 Rolnummer: A. 170356/VII-35511 Zaak: Arrest 160427 - - 22/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-28 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 22:28 Fiche Arrest nr 160.427 van 22 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.427 van 22 juni 2006 in de zaak A. 170.356/VII-35.
- In zake : de n.v. LUNATIM, die woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te GENT, Coupure 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tasson- Snelstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. LUNATIM op 20 februari 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 13 december 2005 tot het verbieden van het roken in openbare plaatsen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de auditeur-generaal; Gelet op de beschikking van 28 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad R. STEVENS; VII-35.511-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J.-F. DE BOCK, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgewor- pen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift aanvoert dat vele spelers het roken tijdens het spel niet kunnen laten en dat een absoluut rookverbod ongetwijfeld "zeer onaangename en zware financiële gevolgen" zal hebben voor de kansspelin-richtingen klasse II, zoals zij er een is; dat zij erop wijst dat het bestreden koninklijk besluit in werking trad op 1 januari 2006, terwijl de horeca-instellingen bij wijze van overgangsmaatregel mogen voldoen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 mei 1990 en dit tot 1 januari 2007; dat zij stelt dat de onmiddellijke toepassing van het absoluut rookverbod in haar instelling zal leiden tot de stopzetting van de uitbating, omdat haar inrichting financieel immers niet sterk genoeg is om een teruggang van het aantal bezoekers op te vangen; VII-35.511-2/4 Overwegende dat de verwerende partij hier in haar nota onder meer op antwoordt dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat het gros van haar cliënteel rokers zijn en deze zullen afhaken bij een rookverbod, dat die partij niet aantoont dat zij ingevolge het bestreden besluit inkomsten zal verliezen, en dat het bestaan van de onderneming in gevaar komt; Overwegende dat de verzoekende partij, die te Oostende een kansspelinrichting klasse II uitbaat, wel beweert, doch geenszins aannemelijk maakt, dat het bestreden rookverbod haar voortbestaan in gevaar dreigt te brengen; dat zij niet aantoont dat zij een aanzienlijk deel van haar cliënteel ten gevolge van dat verbod zal verliezen; dat de spelers, voor zover het verstokte rokers zijn, trouwens steeds het spel even kunnen onderbreken om buiten, in de gezonde zeelucht, hun behoefte aan nicotine te bevredigen; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste voorwaarde, zodat de vordering moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-35.511-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig juni tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-35.511-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.427 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.306 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.