id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.440 Rolnummer: A. 86036/VII-19140 Zaak: Arrest 160440 - - 22/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-05 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 22:33 Fiche Arrest nr 160.440 van 22 juni 2006 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.440 van 22 juni 2006 in de zaak A. 86.036/VII-19.140 In zake : Hans DE WALSCHE, wonende te EVERGEM, Hooiwege 22b tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAAN- DEREN tussenkomende partij : Walter DE PAUW, die woonplaats kiest bij advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te GENT, Kasteellaan 141 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Hans De WALSCHE op 11 augustus 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 10 juni 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen inzake het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Evergem van 19 januari 1999, waarmee aan Walter DE PAUW een milieuvergunning gedeeltelijk wordt verleend voor het exploiteren van een garage, werkplaats en spuitcabine aan de Hooiwege 24 te Evergem; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 15 december 1999; Gelet op de beschikking van 21 december 1999 die de tussenkomst van Walter DE PAUW toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; VII-19.140-1/10 Gelet op de beschikking van 8 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 28 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 juni 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van bestuurssecretaris-jurist C. WILLE, die verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat L. PROOT die, loco advocaat B. ROELANDTS, verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- De tussenkomende partij exploiteert een garagewerkplaats in Evergem. Verzoeker woont naast de inrichting, die in woongebied ligt. De basisvergunning werd verleend op 1 december 1987, voor een termijn van 30 jaar, voor een "garage-carrosserie (handel in tweedehandsvoertui- gen)". 1.
- Op 4 augustus 1992 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Evergem een vergunning voor het bouwen van een "autowerkplaats + toonzaal". 1.
- Op 11 mei 1993 verleent het college van burgemeester en schepenen een milieuvergunning voor het veranderen van de inrichting. Na beroep VII-19.140-2/10 van onder meer verzoeker wordt de vergunning door de bestendige deputatie weer gewijzigd. Vergund worden: S een compressor van 3,5 kW; S twee hefbruggen; S een richtbank; S de opslag (bovengronds) van 2 x 3.000 liter stookolie; S het lozen van normaal huishoudelijk afvalwater in de riolering; S een septische put; S een slibvanger en een olieafscheider. Geweigerd worden: S de opslag van 10 autowrakken; S een verfspuitcabine; S een mengbank (voor verf); S de opslag (ondergronds) van 3.500 liter afvalolie; S de tijdelijke opslag van garage-afval (1 ton) en verfresten (500 liter); S het verbranden van afvalolie. Er worden volgende bijzondere vergunningsvoorwaarden opgelegd: S onverminderd de opgelegde geluidsvoorwaarden is het verboden luidruchtige activiteiten uit te voeren van 19u tot 7u, alsook op zater-, zon- en feestdagen; S tijdens het uitvoeren van luidruchtige activiteiten dient de poort van de werkplaats steeds gesloten te zijn; S het is verboden afval in open lucht te verbranden; S de afvalwaters van de werkplaats dienen door een slibvanger/olieafscheider gevoerd te worden alvorens geloosd te worden in de openbare riolering. 1.
- Met een melding van 8 september 1995 tracht de exploitant om de opslag van 10 autowrakken, de opslag van 3.500 liter afvalolie en de spuitcabine vergund te krijgen via de vereenvoudigde procedure van artikel 27, §2, eerste en tweede lid, van het Milieuvergunningsdecreet. Het college van burgemeester en schepenen verleent geen vergunning bij wege van aktename. 1.
- Op 12 maart 1996 verleent het college van burgemeester en schepenen een bouwvergunning voor onder meer het verharden van de oprit. 1.
- Op 9 november 1998 dient de exploitant een nieuwe vergunnings- aanvraag in voor de verandering van de inrichting. Het gaat grotendeels om een VII-19.140-3/10 regularisatie. Ondanks de eerdere gedeeltelijke weigering van de vergunning wordt de spuitcabine reeds jarenlang geëxploiteerd, zo ook de opslag van afvalolie. 1.
- Tijdens het openbaar onderzoek worden twee bezwaarschriften ingediend, onder andere door verzoeker. 1.
- Op 19 januari 1999 verleent het college van burgemeester en schepenen vergunning voor: S de opslag en mechanische behandeling van 2 ton schroot; S de opslag van 5 autowrakken (er waren er 10 gevraagd); S een spuitcabine/moffeloven; S een mengbank voor verf; S de opslag van 200 liter resten van oplosmiddelen; S de opslag van 2 x 2.500 liter olie en van 3.500 liter afvalolie. Er worden volgende bijzondere vergunningsvoorwaarden opgelegd:
- de schouwhoogte van de spuitcabine dient verhoogd te worden zodat ze minstens 1 meter uitsteekt boven de gebouwen binnen een straal van 50 meter rond het bedrijf. Deze aanpassing dient te gebeuren voor de ingebruikname van de spuitcabine.
- alle schroot en wrakken dienen gestapeld te worden onmiddellijk achteraan de garage, binnen het 50 meter woongebied (gewestplan Gentse en Kanaalzo- ne), op een verhard terrein voorzien van een afwateringssysteem.
- de verfspuitcabine moet voldoen aan de Vlarem-voorwaarden.
- vanaf september 1999 mogen enkel nog wateroplosbare verven gebruikt worden als aan te brengen bedekkingsmiddel.
- achteraan de garage dient langsheen de perceelsgrenzen een dicht groen- scherm aangelegd te worden van minstens 3 meter breed bestaande uit streekeigen groen (hoogstammen minstens 10/12 aangevuld met heesters minstens 60/100) en dient er een invulling gegeven te worden aan het groenscherm ter hoogte van de werkplaats zoals opgelegd in de bouwvergun- ning voor het aanleggen van de oprit. Deze groenschermen dienen gereali- seerd te zijn voor 1 juli
- 1.
- Er wordt administratief beroep aangetekend, onder meer door verzoeker. VII-19.140-4/10 1.
- Volgende adviezen worden verleend: S de afdeling Milieuvergunningen adviseert deels gunstig; S de afdeling ROHM adviseert gunstig; S de provinciale milieudeskundige adviseert deels gunstig; S de Provinciale Milieuvergunningscommissie adviseert deels gunstig. 1.
- Op 10 juni 1999 wordt de bestreden beslissing genomen. De opslag van afvalolie wordt geweigerd. Voor het overige wordt de door het college van burgemeester en schepenen verleende vergunning bevestigd, dit met volgende aangepaste bijzondere vergunningsvoorwaarden: "
- M.b.t. de spuitcabine: S Er mag enkel worden gewerkt met watergedragen verven. S De schouwhoogte van de cabine dient aangepast aan de normering.
- M.b.t. de opslag van schroot en voertuigwrakken: S De 5 wrakken en het schroot moeten gestapeld worden onmiddellijk achter de garage binnen het 50 m-woongebied. S Er moet een vloeistofdichte verharding worden voorzien, met inbegrip van een afwateringssysteem.
- M.b.t. de werkuren (geluidshinder): S Onverminderd de opgelegde geluidsvoorwaarden is het verboden luidruchtige activiteiten uit te voeren van 19 uur tot 7 uur, alsook op zater-, zon- en feestdagen. S Tijdens het uitvoeren van luidruchtige activiteiten moet de poort van de werkplaats steeds gesloten zijn. S Het stationair laten draaien van motoren is verboden tenzij het nodig is voor een bepaalde functie. Het verplaatsen van de
- M.b.t. de visuele hinder: S Het groenscherm dient aangeplant volgens de voorwaarden opgelegd in de bouwvergunning van 12-03-1996." De motivering luidt in essentie als volgt: "(...) Overwegende dat de voorliggende aanvraag de uitbreiding betreft van een garage-herstelwerkplaats met: de opslag van maximum 2 ton schroot, de opslag van maximum 10 autowrakken, een spuitcabine (5,5 kW) + mengbank (1,3 kW), de opslag van 200 l verf- en thinnerresten, de opslag van 2 x 2.500 l motorolie in 2 bovengrondse houders en de opslag van 3.500 l afvalolie in een ondergrond- se houder; Overwegende dat de inrichting volgens het gewestplan ne' gelegen is in een 50 m-woongebied met daarachter agrarisch gebied; dat de bedrijfsgebouwen opgericht zijn in het woongebied; dat de inrichting verenigbaar is met de bestemming volgens het gewestplan; dat er achteraan een klein stuk grond is gelegen in het agrarisch gebied; dat het betrokken perceel zich bevindt aan de buitenkant van het centrum van Sleidinge langsheen de druk bereden weg van Evergem naar Kaprijke; dat de onmiddellijke omgeving tamelijk dicht bebouwd is; dat de woningen van de beroepers zich bevinden op respectievelijk ca. 13 en ca. 32 m afstand van de inrichting; VII-19.140-5/10 Overwegende dat de geluidshinder hoofdzakelijk afkomstig is van diverse bedrijfsactiviteiten zoals compressorgeluid, pneumatisch schroeven, oprijdende wagens, lawaai bij testen van een motor e.d.; dat door het Provinciaal Centrum voor Milieu-onderzoek op 04-05-1995 en 05-07-1995 geluidsmetingen werden verricht n.a.v. geluidsklachten van de huidige beroepers; dat uit beide verslagen (van 08-06-1995 en 12-07-1995) bleek dat de geluidshinder reëel was en de opgelegde exploitatievoorwaarden niet werden nageleefd; dat ter beperking van de geluidshinder door de exploitant een geluidsarme compressor van 4 kW aangekocht werd ter vervanging van een oude; dat er, gelet op de beperkte afstand tussen de werkplaats en de dichtstbijgelegen woning van de beroepers (ca. 13 m), slechts aan de opgelegde geluidsvoorwaarden kan voldaan worden mits een zorgvuldige exploitatie en mits stipte naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden (o.m. werken met gesloten deuren en poorten en het naleven van de opgelegde exploitatie-uren); Overwegende dat de voertuigwrakken deskundig ontmanteld worden en dat de niet meer gebruikte onderdelen achter de werkplaats op een betonnen vloer gestockeerd worden, in afwachting van ophaling; dat er geen afwateringssysteem is, zoals opgelegd in Vlarem II; dat de opslag maximaal 2 ton bedraagt; Overwegende dat de autobatterijen verzameld worden in een multibox; Overwegende dat de afvalolie wordt opgeslagen in een houder geplaatst in een oude smeerput; Overwegende dat achteraan op het perceel (tussen de achterkant van de werkplaats en de perceelsgrens) een ruimte voorzien is, verhard met steenslag, om de voertuigwrakken te stockeren; dat er binnen de zone van het woongebied slechts een beperkt aantal voertuigwrakken zouden kunnen gestald worden
(5); dat er, aangezien er ook onbewerkte wrakken worden gestald, een vloeistofdich- te vloer met een afwateringssysteem zou moeten voorzien worden (cfr. art. 5.2.2.6.4 par. 3 van Vlarem II); Overwegende dat de spuitcabine, aangevraagd in 1993 en in beroep geweigerd wegens het ontbreken van technische gegevens, reeds sedert verscheidene jaren in gebruik is; dat deze gecombineerde spuit- en moffelcabine als filterelementen een voorfiltering (8 m2 oppervlakte) en een fijnfilter in 4 ramen heeft, waarbij een ontstoffingsgraad van 99,9 % wordt gewaarborgd; dat er volgens de bijgevoegde technische gegevens in het dossier kan voldaan worden aan de emissievoorwaarden van art. 5.4.3.4 van Vlarem II; Overwegende dat, volgens de intentie van de exploitant en volgens de opgelegde voorwaarden van het college van burgemeester en schepenen om wateroplosbare verven te gebruiken (rubriek 4.3.a.1), de spuitcabine is ingedeeld in klasse 3 en de verbodsbepalingen (art. 5.4.1.2) niet van toepassing zijn op de inrichting; dat de schouwen van de stookinstallatie en van de afzuiging van de spuitcabine zich bevinden in de hoek van de werkplaats, het verst verwijderd van de woningen van de beroepers; dat m.b.t. de schouwhoogte moet voldaan worden aan art. 5.4.3.4 par. 1 van Vlarem II; Overwegende dat de opslag van 2 x 2.500 l motorolie gebeurt in boven- grondse houders, die nog moeten ingekuipt worden; dat ook de opslag van verven, verf- en thinnerresten nog in te kuipen is; dat de ondergrondse houder van 3.500 l voor de opslag van afvalolie geplaatst is in een oude smeerput; dat deze smeerput waterdicht is zodat kan aangenomen worden dat de houder in een groeve geplaatst is; dat hierbij de voorwaarden van art. 5.17.2.5.6 van Vlarem II van toepassing zijn; dat er niet voldaan wordt aan par. 6 (vrije ruimte tussen de wanden van de houder en die van de groeve moet minstens 50 cm zijn); dat de vrije ruimte tussen de wanden van de houder en die van de groeve ca. 15 à 20 cm is; dat derhalve de ondergrondse opslag van afvalolie dient geweigerd te worden; VII-19.140-6/10 Overwegende dat ter beperking van de visuele hinder een groenscherm zal worden aangebracht; dat volgens de exploitant tegen juni a.s. het volledige groenscherm aangeplant zal zijn; Overwegende dat de exploitant, overeenkomstig artikel 43 par. 2 van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning steeds alle maatregelen dient te nemen om schade en hinder te voorkomen; Overwegende dat de vergunningverlenende overheid, overeenkomstig artikel 20 van het milieuvergunningsdecreet, onverminderd de bepalingen van dezelfde wetten, decreten en uitvoeringsbesluiten bij het verlenen van een vergunning bijzondere voorwaarden kan opleggen, met het oog op de bescher- ming van de mens en het leefmilieu; Overwegende dat, wat voorafgaat in acht genomen, kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting, mits naleving van de in onderhavig besluit opgelegde milieuvoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt";
- De gegrondheid van het beroep 2.
- Overwegende dat verzoeker in het vierde middel de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat hij het middel als volgt toelicht: "Dat de bestreden beslissing is verleend, op basis van gegevens, waaruit niet blijkt dat genoegzaam dient aangenomen dat betrokkene de exploitatie zal doen van de spuitcabine met watergedragen verven, en met gesloten poorten zal werken. Dat geen motivering voorligt waarom het stationair laten draaien van motoren aanvaardbaar zou zijn voor een bepaalde functie, zonder deze nader te omschrijven. Dat de aanvraag derhalve duidelijk onvoldoende nauwgezet werd bestudeerd, en aldus tot een verkeerd besluit is gekomen. Dat er onvoldoende motivering is om de toegestane exploitatievoorwaarden te verantwoorden. Dat de bedoelde inrichting is vergund en een functie heeft die onverenigbaar is met het gebied en de onmiddellijk omwonenden. Dat onvoldoende is gemotiveerd waarom zou dienen aangenomen, dat de exploitatie geen risico’s voor de veiligheid, natuur en mens zou inhouden en de hinder en het effect op het leefmilieu een aanvaardbaar peil zouden hebben"; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord als volgt repliceert: "Om vast te stellen dat de bestreden beslissing afdoende gemotiveerd is volstaat het om de tekst van de beslissing zelf te lezen. Op grond van geluidsmetingen uitgevoerd door het Provinciaal Centrum voor Milieuonderzoek worden bijzondere voorwaarden opgelegd (sluiten poorten, beperking exploitatie-uren voor luidruchtige activiteiten, verbod op stationair laten draaien van motoren,...) om de geluidshinder tot het aanvaardbare te beperken. VII-19.140-7/10 M.b.t. de spuitcabine legt de bestreden beslissing onmiskenbaar de verplich- ting op om enkel met watergedragen verven te werken. Dat de verzoeker twijfelt aan de intentie van de exploitant om deze voorwaarden na te leven is niet ter zake dienend en evenmin gestaafd met enig bewijs. De bestreden beslissing verplicht de exploitant om enkel met watergedra- gen verven te werken en om met gesloten poorten te werken. Het vierde middel is volkomen ongegrond"; 2.
- Overwegende dat dienaangaande de tussenkomende partij in het verzoekschrift tot tussenkomst doet gelden wat volgt: "(...) Het spreekt voor zich dat het begrip ( (...)"; 2.
- Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord nog stelt wat volgt: "De metingen verricht door het Provinciaal Centrum voor geluidsmetingen hebben aangetoond dat de geluidshinder zeer reëel is. Uit de ingediende bezwaren blijkt, dat de opgelegde voorwaarden (mbt de werkuren, sluiten vd poort, stationair draaien van motoren enz.) niet werden en worden nageleefd. In de lente- en zomerperiode wordt steeds met open deuren gewerkt. Het gaat dus niet om een louter hypothetisch middel. Er is onvoldoende onderzocht waarom wel geloof dient te worden gehecht aan de beloftes van betrokkene, terwijl geen motivering voorligt waarom het stationair draaien van motoren, het werken met watergedragen verven en werken in open lucht voor een bepaalde functie, niet storend is voor de omgeving. Er is onvoldoende motivering"; VII-19.140-8/10 2.5.
- Overwegende dat met betrekking tot eventuele geluidshinder de bestreden beslissing als volgt wordt gemotiveerd: "(...) Overwegende dat de geluidshinder hoofdzakelijk afkomstig is van diverse bedrijfsactiviteiten zoals compressorgeluid, pneumatisch schroeven, oprijdende wagens, lawaai bij testen van een motor e.d.; dat door het Provinciaal Centrum voor Milieu-onderzoek op 04-05-1995 en 05-07-1995 geluidsmetingen werden verricht n.a.v. geluidsklachten van de huidige beroepers; dat uit beide verslagen (van 08-06-1995 en 12-07-1995) bleek dat de geluidshinder reëel was en de opgelegde exploitatievoorwaarden niet werden nageleefd; dat ter beperking van de geluidshinder door de exploitant een geluidsarme compressor van 4 kW aangekocht werd ter vervanging van een oude; dat er, gelet op de beperkte afstand tussen de werkplaats en de dichtst bijgelegen woning van de beroepers (ca. 13 m), slechts aan de opgelegde geluidsvoorwaarden kan voldaan worden mits een zorgvuldige exploitatie en mits stipte naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden (o.m. werken met gesloten deuren en poorten en het naleven van de opgelegde exploitatie-uren); (...)"; 2.5.
- Overwegende dat uit de motivering niet blijkt of de in het verleden vastgestelde reële geluidshinder enkel te wijten was aan het feit dat de vergunnings- voorwaarden niet werden nageleefd, of dat deze zich ook zou hebben voorgedaan wanneer de vergunningsvoorwaarden wel zouden worden nageleefd; dat het evenmin duidelijk is of de vastgestelde geluidshinder werd veroorzaakt door enkel de exploitatie van hetgeen was vergund, of mede door de exploitatie van de onvergunde onderdelen; dat aangezien het aldus onduidelijk is of de opgelegde vergunningsvoor- waarden in het verleden voldoende waren om de geluidshinder binnen aanvaardbare perken te houden, het behoud van die voorwaarden bezwaarlijk als een afdoende motivering kan worden beschouwd, zeker nu niet eens blijkt te zijn onderzocht welke de invloed zal zijn van de verandering; dat uit de bestreden beslissing dan ook niet blijkt op welke gronden de verwerende partij tot het besluit is gekomen dat de geluidshinder binnen aanvaardbare perken kan worden gehouden; dat het middel in de besproken mate gegrond is, VII-19.140-9/10 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 10 juni 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen inzake het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Evergem van 19 januari 1999, waarmee aan Walter DE PAUW een milieuvergunning gedeeltelijk wordt verleend voor het exploiteren van een garage, werkplaats en spuitcabine aan de Hooiwege 24 te Evergem. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaams Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig juni tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-19.140-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.440 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div