id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.442 Rolnummer: A. 70882/VII-14635 Zaak: Arrest 160442 - - 22/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-27 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 22:33 Fiche Arrest nr 160.442 van 22 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.442 van 22 juni 2006 in de zaak A. 70.882/VII-14.
- In zake :
- René RODET,
- Harry JACOBS,
- Emmanuel KERREMANS,
- Guy VAN DEN HOUTE,
- Louise LENAERTS,
- Daniël DURAN, die woonplaats kiezen bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat H. LANGE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Schermersstraat
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. VERBEECK DRY FOODS, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan van Rijswijcklaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat René RODET, Harry JACOBS, Emmanuel KERREMANS, Guy VAN DEN HOUTE, Louise LENAERTS en Daniël DURAN op 6 september 1996 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 20 juni 1996 waarbij het beroep, aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 23 november 1995, houdende het weigeren van de vergunning aan de b.v.b.a. VERBEECK DRY FOODS, om een tuinbouwbe- drijf, gelegen aan de Juniorslaan 38 te 2811 Mechelen (Leest) te veranderen door uitbreiding wordt ingewilligd, en waarbij het beroepen besluit wordt opgeheven en de gevraagde vergunning gedeeltelijk wordt verleend; VII-14.635-1/5 Gelet op het arrest nr. 147.149 van 30 juni 2005 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 28 november 2005 die de neerlegging ter griffie van dit verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partijen en de tussenkomende partij; Gelet op de beschikking van 9 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN WYNSBERGE die, loco advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J. PEETERS die, loco advocaat H. LANGE verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat G. VERHELST die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Ontvankelijkheid van het beroep 1.
- Overwegende dat de tussenkomende partij in haar laatste memorie volgende exceptie opwerpt : "A. GEEN FORMELE VOORTZETTING VAN HET GEDING GEVRAAGD
- Luidens artikel 21 zesde lid van de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van het geding wanneer zij geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient VII-14.635-2/5 binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur. In casu werd het aanvullend verslag van de auditeur betekend op 7 december 2005 en door verzoekende partij ontvangen op 8 december
- Bijgevolg diende het verzoek tot voortzetting van het geding ingediend te worden ten laatste op 7 januari
- Aangezien verzoekende partij geen dergelijk verzoek heeft geformuleerd, wordt zij iuris et de iure vermoed afstand te hebben gedaan van het geding"; 1.
- Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de reglementair bepaalde termijn een laatste memorie hebben ingediend, waarin zij trachten het standpunt van de auditeur te weerleggen en waarin zij formeel vragen om "de vordering tot vernietiging ontvankelijk en gegrond te verklaren (...)"; dat dergelijke laatste memorie impliciet, maar onbetwistbaar een verzoek tot voortzetting van het geding inhoudt; dat de exceptie niet kan worden aangenomen;
- Gegrondheid van het beroep 2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie betwisten dat de inrichting voor luchtdrogen over een vergunning zou beschikken; dat zij de aandacht van de Raad van State vestigen op artikel 21, 3e lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, dat stelt dat de verwerende partij het administratief dossier binnen de vastgestelde termijn moet overleggen, "zoniet worden de door de verzoekende partijen aangehaalde feiten als bewezen beschouwd", dat aldus moet worden aangenomen dat er geen lozingsvergunning voor de inrichting voor het luchtdrogen voorhanden is en dat de verwerende en de tussenkomende partij daarvan niet het tegenbewijs hebben geleverd; dat zij nog betogen dat de neergelegde lozingsvergunningen uitsluitend betrekking hebben op de inrichting gelegen aan de Juniorslaan nr. 38, daar ze slechts de inrichting vermelden op evengenoemd adres en dat één vergunning geen betrekking kan hebben op onderscheiden vestigingsplaatsen; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij wel degelijk het administratief dossier met betrekking tot de in het geding zijnde verleende vergunning tot verandering van de luchtdrogerij heeft neergelegd; dat, gelet op de gerezen betwisting in verband met de oorspronkelijke vergunningstoestand voor de lozing van het afvalwater van de betrokken inrichting, de Raad van State het nodig heeft geacht een aanvullend onderzoek te bevelen en om neerlegging heeft verzocht van een aantal specifieke stukken; dat deze situatie niet te beschouwen is als een gebrek vanwege de verwerende partij tot neerlegging van het administratief dossier, waarvoor de VII-14.635-3/5 sanctie van artikel 21, 3e lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt; 2.2.
- Overwegende dat zoals gevraagd in het arrest nr. 147.149 van 30 juni 2005 de tussenkomende partij diverse documenten heeft neergelegd in verband met de aan haar verleende lozingsvergunningen; dat wordt vastgesteld dat de oorspronkelijke lozingsvergunningen voor respectievelijk ander dan normaal huisafvalwater en normaal huisafvalwater werden aangevraagd door en verleend aan de b.v.b.a. VERBEECK DRY FOODS, Juniorslaan, nr. 38 te 2931 Mechelen; dat volgens de neergelegde statuten op dat adres de maatschappelijke zetel van genoemde rechtspersoon is gevestigd; dat het evident is dat bij het verlenen van de vergunning aan een rechtspersoon, het adres van haar maatschappelijke zetel staat vermeld; dat dit niets zegt over de vestigingsplaats(en) van de verwerkingseenheden waarvoor de verleende vergunning geldt; dat, anders dan de verzoekende partijen voorhouden, uit de twee lozingsvergunningen van 21 februari 1989 nergens blijkt dat deze uitsluitend betrekking zouden hebben op de vriesdrogerij; dat de lozingsvergunningen werden verleend aan de b.v.b.a. VERBEECK DRY FOODS, bestaande uit twee verwerkingseenheden, namelijk de luchtdrogerij en de vriesdrogerij; dat nergens wordt bepaald dat deze vergunningen slechts op één van die twee vergunde verwerkingseenheden -cfr. het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Leest van 31 augustus 1976 en van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 4 januari 1977 voor wat betreft de luchtdrogerij en het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 9 mei 1985 en de ministeriële beslissing van 4 juni 1986 voor wat betreft de vriesdrogerij- die beide afvalwaters produceerden, zouden betrekking hebben; dat uit de neergelegde stukken daarenboven blijkt dat de afvalwaters van beide verwerkingseenheden samenkwamen in één controleput -zoals opgelegd in de vergunningen van 21 februari 1989- van waaruit een gemeenschappelijke leiding vertrok waarlangs de afvalwaters van beide activiteiten werden geloosd; dat uit die feitelijke gegevens voldoende blijkt dat de oorspronkelijke lozingsvergunningen betrekking hadden op de afvalwaters afkomstig van beide vergunde activiteiten die door de b.v.b.a. VERBEECK DRY FOODS op dat ogenblik werden uitgeoefend; dat de wijzigingsbeslissing van 10 november 1994 inzake het lozingsdebiet en de parameters voor bepaalde stoffen, waarvan het niet duidelijk is of deze enkel slaat op de vriesdrogerij zoals de verzoekende partijen voorhouden, vermits inhoudelijk zowel wordt verwezen naar het luchtdrogen als het vriesdrogen, geen afbreuk vermag te doen aan de vaststelling dat de basislozingsvergunningen zowel op de luchtdrogerij als op de vriesdrogerij betrekking VII-14.635-4/5 hebben; dat de verzoekende partijen niet kunnen worden gevolgd in hun stelling in hun laatste memorie dat één lozingsvergunning geen betrekking kan hebben op onderscheiden vestigingsplaatsen; Overwegende dat het tweede onderdeel van het tweede middel met betrekking tot de verleende lozingsvergunningen, niet gegrond is; dat dienvolgens, in acht genomen het tussenarrest nr. 147.149 van 30 juni 2005, het beroep niet gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 594,96 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een zesde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig juni tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-14.635-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.442 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.149 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.