id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.447 Rolnummer: A. 170265/IX-5220 Zaak: Arrest 160447 - - 22/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 22:35 Fiche Arrest nr 160.447 van 22 juni 2006 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.447 van 22 juni 2006 in de zaak A. 170.265/IX-5220. In zake : Anne-Marie EMMERECHTS, die woonplaats kiest bij advocaat I. VAN DRIESSCHE, kantoor houdende te OPWIJK, Nanovestraat 26 tegen : de NV BELGACOM, die woonplaats kiest bij advocaten L. DE SCHRIJVER en D. CORNELIS, kantoor houdende te DRONGEN, Baarledorpstraat 93. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Anne-Marie EMMERECHTS op 16 februari 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerleg- ging van “het besluit van 16 december 2005 van de benoemende overheid van de NV BELGACOM waarbij verzoekster in structurele disponibiliteit wordt geplaatst met ingang van 1 januari 2006"; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 29 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 juni 2006; IX-5220-1/16 Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. VAN BAELEN, die loco advocaat I. VAN DRIESSCHE verschijnt voor verzoekster, en van advocaten L. DE SCHRIJVER, D. CORNELIS en C. VAN OLMEN die verschijnen voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de auditeur-generaal; 1. De gegevens van de zaak 1.1. Verzoekster is bij ministerieel besluit van 18 maart 1991 op proef benoemd tot de graad van adjunct correspondent en bij besluit van de raad van bestuur van Belgacom van 16 november 1992 benoemd tot de graad van correspon- dent. 1.2. Van 9 december 1996 tot aan de herstructurering van Belgacom is zij expert secretaresse. 1.3. Bij beslissing van de raad van bestuur van 5 januari 2000 wordt zij in vast verband benoemd tot de graad van sectiechef met ingang van 1 januari 2000. Zij wordt in reconversie geplaatst op 8 maart 2004, tijdens haar loopbaanonderbre- king. 1.4. Bij de beëindiging van haar loopbaanonderbreking op 20 april 2004 wordt zij in de “pool” opgenomen en voert vervolgens de hierna vermelde poolopdrachten uit: - van 20 april 2004 tot 31 oktober 2004: management assistant - van 1 november 2004 tot 30 juni 2005: loketbediende - van 1 juli 2005 tot 25 september 2005: management assistant - van 26 september 2005 tot 25 december 2005: senior secretaresse. IX-5220-2/16 Met ingang van 1 januari 2006 wordt zij in structurele disponibili- teit gesteld. 1.5. Intussen is op 29 april 1997 in het Paritair Comité tussen de verwerende partij en de representatieve vakorganisaties een plan People Team and Skillsplan 98 (hierna: PTS) aangenomen onder vorm van een collectieve overeen- komst betreffende het reconversieprogramma voor de personeelsleden van Belgacom. De bedoeling van dat plan is de verwerende partij in staat te stellen het hoofd te bieden aan de sterke concurrentie die het gevolg zal zijn van de totale liberalisering van de telecommunicatiemarkt op 1 januari 1998 en om van Belgacom een sterk presterende onderneming te maken. Volgens de algemene bepalingen van dit reconversieprogramma voorziet dit in geen enkel ontslag. Het is opgebouwd uit drie onderdelen: het eerste onderdeel bestaat in een procedure voor de toekenning van een nieuwe betrekking aan de medewerkers van wie de betrekking gaat verdwijnen, het tweede onderdeel van het project bestaat in een mogelijkheid voor vervroegd vertrek die op een vrijwillige basis wordt aangeboden aan de medewerkers van de onderneming die beantwoorden aan specifieke criteria op het vlak van leeftijd en anciënniteit en het derde onderdeel heeft betrekking op de specifieke initiatieven die hoofdzakelijk bestemd zijn om een zo groot mogelijk aantal reaffectatiemogelijkheden aan te bieden aan de personeelsleden voor wie met de eerste twee onderdelen van het programma geen oplossing kon worden gevonden. 1.6. Op 16 mei 2002 wordt tussen de verwerende partij en de representatieve vakorganisaties een collectieve overeenkomst gesloten die betrekking heeft op de regels voor het beheer van het personeel van de verwerende partij met het oog op de implementering van het Belgacom E Business Strategic Transformation-plan (hierna: BeST-Plan). Ook dit plan beoogt een vermindering van het globale werkgele- genheidsvolume door middel van een aanbod van vrijwillige actieve disponibiliteit met mogelijkheid tot wedertewerkstelling. IX-5220-3/16 Personeelsleden die dit regime aanvragen, genieten ambtshalve van een rustpensioen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op hun zestigste verjaardag. 1.7. Er wordt een reglement aangenomen “betreffende het beheer van de functies en van de human resources in het kader van het BeST-Plan”, waarin wordt voorzien dat onder meer statutaire personeelsleden in reconversie worden gesteld zodra zij in overtal zijn in hun entiteit. 1.8. Op 18 december 2003 wordt een collectieve overeenkomst gesloten voor de jaren 2002-2005; het BeST-Plan wordt verlengd tot 31 december 2004. 1.9. In het paritair comité van 16 november 2005 wordt een akkoord gesloten tussen de verwerende partij en twee van de drie syndicale organisaties aangaande een collectieve overeenkomst met betrekking tot de eerste fase van de topconferentie over de organisatie van het werk. Het voorziet erin dat de bestaande reglementering terzake de afwezigheden en artikel 137 van het administratief statuut worden aangepast onder meer met het oog op het creëren van de structurele disponibiliteit en de disponibiliteit voor verminderde prestaties wegens erkende medische ongeschiktheid. 1.10. Op 8 december 2005 wordt een collectieve overeenkomst gesloten tussen de verwerende partij en twee van de drie vakorganisaties van het personeel met betrekking tot de regels van het beheer van het personeel van Belgacom met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk. Deze overeenkomst bepaalt onder meer dat onder bepaalde voorwaarden statutaire personeelsleden die vóór 1 juli 2004 in reconversie waren en voor wie de reconversie niet gelukt is met ingang van 1 januari 2006 in structurele disponibiliteit worden gesteld. In gelijkaardige voorwaarden worden sommige contractuele personeelsleden ontslagen met ingang van 1 januari 2006. Tijdens de periode van structurele disponibiliteit wordt aan het personeelslid wachtgeld toegekend dat degressief is volgens het aantal jaren waarin het personeelslid in structurele disponibiliteit is. Het recht op wachtgeld loopt tot en met de maand waarin het personeelslid 60 jaar wordt. IX-5220-4/16 Tijdens de duur van de structurele disponibiliteit blijft het personeelslid onderworpen aan de reglementering van toepassing bij de verwerende partij. Het is aan het personeelslid dat zich in structurele disponibiliteit bevindt, toegelaten om een beroepsactiviteit uit te oefenen als ambtenaar, mandataris, werknemer, waarnemer van een post of zelfstandige voor zover deze beroepsactivi- teit geen jaarlijks beroepsinkomen oplevert dat hoger ligt dan 11.000,00 euro. Die mogelijkheid is evenwel afhankelijk van de toestemming van de verwerende partij. 1.11. De collectieve akkoorden van 16 november 2005 en 8 december 2005 gesloten in het Paritair Comité, worden door de raad van bestuur van de verwerende partij van 15 december 2005 goedgekeurd. 1.12. In dezelfde vergadering duidt de raad van bestuur een lid van het directiecomité en een statutair personeelslid aan als “Gemachtigde” in toepassing van art. 1, 2/, van het administratief statuut en vier statutaire personeelsleden als “Benoemende overheid” in toepassing van artikel 29, § 1, 1/, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbe- drijven. De benoemende overheid heeft ook de delegatie tot ondertekening van de individuele besluiten betreffende de “structurele disponibiliteit” en de “disponibiliteit wegens erkende medische ongeschiktheid”. 1.13. Op 16 december 2005 beslist “de benoemende overheid bij delegatie” over verzoekster wat volgt : “De Raad van Bestuur, (...) Gelet op de Collectieve Overeenkomst mbt. de regels van het beheer van het personeel van Belgacom met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk, goedgekeurd in het Nationaal Paritair Comité van 8 december 2005, inzonderheid genomen in uitvoering van artikel 34 § 2 en artikel 35 van de wet van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; Gelet op de besluiten van de Raad van Bestuur van de naamloze vennoot- schap van publiek recht Belgacom van 15 december 2005 inzonderheid ter uitvoering van artikel 35 § 2 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; Gelet op het personeelsstatuut (...), inzonderheid Hoofdstuk XII; Gelet op de BeST-reconversieregels goedgekeurd in het Nationaal Paritair Comité van 16 mei 2002; IX-5220-5/16 Gelet op het feit dat Mevrouw EMMERECHTS Anne-Marie (...) reeds vóór 1 juli 2004 in reconversie was en derhalve valt onder toepassing van de bepalingen van titel 2 van de collectieve overeenkomst mbt. de regels van het beheer van het personeel van Belgacom met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk; Gelet op de individuele reconversiehistoriek van Mevrouw EMMERECHTS Anne-Marie (...) en met name de kandidatuurstellingen voor volgende functie: April 2004: supervisor klantenadministratie: geweigerd; Gelet op het feit dat de reconversie van Mevrouw EMMERECHTS Anne- Marie (...) niet gelukt is, aangezien betrokkene voor geen enkele functie waarvoor zij zich kandidaat heeft gesteld werd weerhouden; Gelet op het feit dat Mevrouw EMMERECHTS Anne-Marie (...) evenmin in aanmerking komt voor de regeling voorzien in artikel 6, 1/ par. 2 van de voormelde collectieve overeenkomst; Besluit : Mevrouw EMMERECHTS Anne-Marie (...) wordt met ingang van 1 januari 2006 in structurele disponibiliteit gesteld.” Dit is de bestreden beslissing. Ze wordt aan verzoekster bij aangetekende brief van 16 december 2005 medegedeeld. 1.14. In het Paritair Comité van 19 januari 2006 wordt tussen de verwerende partij en twee van de representatieve syndicale organisaties een “collectieve overeenkomst (gesloten) tot wijziging van de collectieve overeenkomst met betrekking tot de regels van het beheer van het personeel van Belgacom met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk”. Op dezelfde dag wordt een reglement goedgekeurd tot wijziging van het administratief statuut van Belgacom. Daarin wordt in het met paragraaf 3 aangevulde artikel 137, gesteld dat het personeelslid dat in structurele disponibiliteit of in disponibiliteit wegens erkende medische ongeschiktheid wordt gesteld, vanaf de datum waarop hij in disponibiliteit gaat volledig, definitief en onherroepelijk elke beroepsactiviteit bij “Belgacom, NV van Publiek Recht” beëindigt. In het met een lid aangevulde artikel 141 wordt ook gesteld dat de personeelsleden, die in structurele disponibiliteit of in disponibiliteit wegens erkende medische ongeschiktheid zijn, “ambtshalve” gepensioneerd worden, hetzij op de eerste van de maand die volgt op hun 60e verjaardag, hetzij onmiddellijk indien zij de leeftijd van 60 jaar reeds zouden hebben bereikt. IX-5220-6/16 Die wijzigingen hebben uitwerking met ingang van 16 november 2005. Op 23 februari 2006 keurt de raad van bestuur de genoemde collectieve overeenkomst en het genoemd reglement goed; 2. De rechtspleging. Overwegende dat de verwerende partij ter zitting een pleitnota en bijkomende stukken wenst neer te leggen; dat de procedureregeling in schorsingsza- ken niet voorziet in de neerlegging van een pleitnota; dat de Raad van State de nota van de verzoekende partij dan ook niet als een processtuk in zijn beoordeling moet betrekken; dat evenwel, gezien als de neerslag van de mondelinge uiteenzetting op de terechtzitting, dergelijk stuk zou kunnen bijdragen tot het begrijpen van de uiteenzetting en dat het de behandeling van de zaak ter terechtzitting zou kunnen bespoedigen; dat, vanuit dat oogpunt en met die beperkte waarde, de pleitnota bij de zaak betrokken wordt; dat wat de bij de pleitnota gevoegde stukken betreft verzoekster zich verzet tegen de neerlegging van de stukken; dat, daargelaten de vraag of de principes van het contradictoir debat niet uitsluiten dat de partijen ter terechtzitting bijkomende stukken overleggen, de verwerende partij niet aantoont dat zij niet reeds van bij de aanvang van het geding over die stukken beschikte of kon beschikken; dat die stukken uit de debatten worden geweerd; 3. De ontvankelijkheid van de vordering. Overwegende dat de verwerende partij als exceptie aanvoert dat volgens het verzoekschrift de enige bestreden beslissing het besluit is van de benoemende overheid van de NV BELGACOM van 16 december 2005 waarbij verzoekster in structurele disponibiliteit wordt geplaatst met ingang van 1 januari 2006 en dit individuele besluit slechts een bevestigende handeling is die niet voor schorsing of annulatie in aanmerking komt; dat volgens haar een bevestigende beslissing enkel de beslissing die daarvoor genomen is herhaalt en dat het de beslissing is van de raad van bestuur van Belgacom van 15 december 2005 die de verzoekster in disponibiliteit plaatst en die het akkoord van 16 november 2005 aangaande een collectieve overeenkomst met betrekking tot de eerste fase van de topconferentie over de organisatie van het werk, de collectieve overeenkomst van 16 november 2005 met alle bijlagen evenals de collectieve overeenkomst die betrekking IX-5220-7/16 heeft op de regels van het beheer van het personeel van Belgacom met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk, goedgekeurd in het Nationaal Paritair Comité van 8 december 2005, bekrachtigt; dat noch de beslissing van de raad van bestuur van 15 december 2005, noch de collectieve overeenkomst met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk het voorwerp uitmaken van het verzoekschrift zodat volgens de verwerende partij het beroep niet ontvankelijk is; Overwegende dat verzoekster alleen het besluit van 16 december 2005 “van de benoemende overheid van de N.V. BELGACOM” waarbij zij in structurele disponibiliteit wordt geplaatst met ingang van 1 januari 2006, aanvecht; dat dit besluit haar rechtspositie wijzigt en derhalve voor annulatie en bijgevolg ook voor schorsing vatbaar is; dat in wezen daarmee ook de “algemene” beslissing van de raad van bestuur wordt bestreden; dat immers, alhoewel luidens artikel 35, § 2, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, elke regeling vastgesteld door het Paritair Comité met tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen bindend is voor de raad van bestuur, zij dat alleen is voor de raad van bestuur en niet voor het personeel; dat de raad van bestuur hierbij de opdracht heeft de voor hem bindende regeling vooreerst vast te stellen en vervolgens uit te voeren en te laten individualiseren; dat dit laatste geschiedde met de bestreden beslissing; dat verzoekster bijgevolg moet worden geacht ook de beslissing van de raad van bestuur te bestrijden; dat ten slotte vastgesteld wordt dat voordien geen andere beslissing over verzoekster is genomen; dat de bijlagen van het akkoord van 16 november 2005 weliswaar, onder meer, de naam van verzoekster vermelden, doch enkel in een lijst “van de personeelsleden betrokken bij de Topconferentie en in reconversie (1 juli 2004)”; dat hieruit evenmin een beslissing over haar persoon kan worden afgeleid; dat de exceptie wordt verworpen; 4. De gegrondheid van de vordering. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen; IX-5220-8/16 4.1.1. Overwegende dat verzoekster, met betrekking tot de eerste voorwaarde, in een zevende middel bevoegdheidsoverschrijding alsmede de schending van het evenredigheidsbeginsel aanvoert; dat zij hierbij uiteenzet dat de genomen maatregel niet in evenredigheid staat met het door de verwerende partij beoogde resultaat; dat de verwerende partij nog steeds ruime winsten maakt en over voldoende financiële middelen beschikt om voor haar pool-medewerkers een vormingsplan uit te werken en aan te bieden; dat de verwerende partij steeds individuele analyses van de getroffen medewerkers heeft geweigerd en dus niet heeft geëvalueerd of de getroffen medewerkers werkelijk alle kansen genoten hebben om een nieuwe tewerkstelling te vinden; dat de oprichting van het “temporary team” of de tijdelijke pool samenging met het schriftelijk engagement van de verwerende partij, waarin is gesteld dat een personeelslid dat in reaffectatie is nieuwe domeinen kan ontdekken en dat tegemoet gekomen wordt aan de talrijke behoeften aan tijdelijk personeel van de divisies; dat de verwerende partij dit engagement schriftelijk herhaalde aan iedere nieuwe medewerker die op de poollijst werd geplaatst; dat luidens de artikelen 34 en 35 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven de collectieve arbeids- overeenkomst uitdrukkelijk moet bepalen welke grondregel van het personeelsstatuut van toepassing is om een wijziging aan te brengen; dat de disponibiliteit wordt voorzien door artikel 34, § 2, A, 4/, terwijl in dit artikel hoegenaamd geen sprake is van een nieuwe vorm van disponibiliteit met name de “structurele disponibiliteit”; dat de verwerende partij ook helemaal ten onrechte beweert dat de structurele disponibiliteit onder toepassing valt van artikel 35, terwijl in dergelijke vorm van disponibiliteit helemaal niet wordt voorzien; dat de autoriteiten hun discretionaire bevoegdheid slechts op een wijze mogen gebruiken die niet onredelijk is; dat het door de feiten wordt aangetoond dat de situatie van de verwerende partij uitstekend is en dat zij desondanks “in een niet te rechtvaardigen overhaasting” een regime heeft op punt gesteld met zware gevolgen voor de ambtenaar “daar waar de ambtenaar reeds gedurende verschillende jaren in reconversie is”; dat de verwerende partij geenszins de principes van de evenredigheid, de voorzichtigheid en uiterste nauwkeurigheid respecteert; 4.1.2. Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat uit een overzicht zoals opgenomen in het administratief dossier, blijkt dat het aantal reconversies die een positieve afloop kenden sinds 1997 8.987 bedraagt; dat daaruit onbetwistbaar volgt dat het aantal gevallen van structurele disponibiliteit, als gevolg van het niet slagen van de reconversie, slechts een kleine fractie is in vergelijking met IX-5220-9/16 het aantal gevallen van geslaagde reconversie; dat reeds het PTS plan er in voorzag dat in geval van onmogelijkheid van reconversie, andere oriëntaties of werkaanbie- dingen zouden worden voorgesteld, dat de opleiding of de stage zouden worden aangepast of dat in voorkomend geval de bepalingen van het administratief statuut zouden worden aangepast; dat het precies dit is dat de verwerende partij heeft gedaan; dat bovendien het aantal personen dat geviseerd wordt door de structurele disponibiliteit 222 bedraagt, zijnde 2,48 % van het aantal geslaagde reconversies tot december 2005; dat, steeds volgens de verwerende partij, van enige onevenredigheid of disproportionaliteit, zeker gelet op de inspanningen en de resultaten hiervan die verwerende partij heeft gedaan, dan ook geen sprake kan zijn; dat voorts de stelling dat de verwerende partij nog steeds ruime winsten maakt, gerelativeerd moet worden; dat zij hiervoor verwijst naar een krantencommentaar waaruit zou blijken dat zijn “2,7 procent tot 25,59 euro verloor” en negatieve commentaren vanwege een kredietbeoordelaar verkreeg; dat zij ook verwijst naar een antwoord op een parlementaire vraag van de vice-eerste minister en minister van Budget en van Overheidsbedrijven, van 13 oktober 2005 over “het nieuw restructureringsplan van Belgacom” waaruit zou kunnen blijken dat de minister bij de vakorganisaties aangedrongen heeft om “maatregelen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.