id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.520 Rolnummer: A. 164328/IX-4974 Zaak: Arrest 160520 - - 26/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-04 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 22:39 Fiche Arrest nr 160.520 van 26 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.520 van 26 juni 2006 in de zaak A. 164.328/IX-4974 In zake :
- de VZW UNIE VAN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS (UNIZO),
- de feitelijke vereniging BOERENBOND,
- de NV GFE ENERGY MANAGEMENT,
- de NV PINGUIN, die woonplaats kiezen bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te GENT, Coupure 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door
- de minister van Begroting en Consumentenzaken,
- de minister van Energie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW UNIE VAN ZELFSTAN- DIGE ONDERNEMERS (UNIZO), de feitelijke vereniging BOERENBOND, de NV GFE ENERGY MANAGEMENT en de NV PINGUIN op 15 juli 2005 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de artikelen 6 en 7 van het ministerieel besluit van 13 mei 2005 tot uitvoering van artikel 22bis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en van het koninklijk besluit van 20 april 2005 tot bepaling van de toewijzingsmodaliteiten van de federale bijdrage ingesteld tot compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen op 28 oktober 2005 van het feit dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste IX-4974-1/3 belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partijen van 23 januari 2006, waarbij zij vragen om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 22 mei 2006, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 19 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat K. LEMMENS die, loco advocaat P. HOFSTRÖSSLER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het kennisgeven aan de verzoekende partijen van het verzuim van het indienen van een memorie van antwoord de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 samengelezen met artikel 8 van voormeld besluit van de Regent, geen toelichtende memorie aan de griffie hebben toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen; Overwegende dat de verzoekende partijen, die gevraagd hadden te worden gehoord, ter terechtzitting te kennen hebben gegeven zich te gedragen naar de wijsheid van de Raad aangaande de toepassing van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat de verwerende partij stelt daar niets aan toe te moeten voegen, IX-4974-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vierde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4974-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.520 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.