id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.526 Rolnummer: A. 52912/IX-2798 Zaak: Arrest 160526 - - 26/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-11 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 22:42 Fiche Arrest nr 160.526 van 26 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.526 van 26 juni 2006 in de zaak A. 52.912/IX-
- In zake : Diana VAN DER HAEGHEN, die woonplaats kiest bij advocaat G. NAESENS, kantoor houdende te GENT, Botestraat 130 tegen :
- de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, die woonplaats kiest bij advocaat bij het Hof van Cassatie A. HOUTEKIER, kantoor houdende te MECHELEN, Battelsesteenweg 95,
- de c.v. DE GOEDE WERKMANSWONING, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter
- tussenkomende partij : Johan DELANGHE, wonende te SINT-DENIJS-WESTREM, Vierschaarlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Diana VAN DER HAEGHEN op 15 juli 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissingen van 4 mei 1993 van de raad van bestuur van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en van 16 april 1993 van de raad van bestuur van de c.v. DE GOEDE WERKMANSWO- NING inzake het ontslag van verzoekster en de benoeming van Johan DELANGHE tot voorzitter van de raad van bestuur van de c.v. DE GOEDE WERKMANSWO- NING; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van Johan DELANGHE van 21 april 1994; IX-2798-1/4 Gelet op de beschikking van 2 mei 1994 die de tussenkomst van Johan DELANGHE toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 7 november 1995 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek van de verzoekende partij tot voortzetting van de procedure en de laatste memorie van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 19 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HUYSMANS, die loco advocaat bij het Hof van Cassatie A. HOUTEKIER verschijnt voor de eerste verwerende partij en van advocaat P. DEVERS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het bevoegde lid van het auditoraat in zijn verslag het beroep deels onontvankelijk, deels ontvankelijk doch ongegrond heeft bevonden; dat verzoekster het niet nodig heeft geacht een laatste memorie neer te leggen en zich beperkt heeft tot het op 18 maart 1996 indienen van een verzoek tot voortzetting van de procedure; dat zij bij brief van 2 maart 2004 van de verslaggever in deze zaak, op 10 maart 2004 voor ontvangst afgetekend door het kantoor van haar IX-2798-2/4 raadsman, is uitgenodigd uiteen te zetten of zij nog belangstelling had voor de verdere afhandeling van haar beroep en welk actueel belang zij nog meende te kunnen doen gelden; dat de verslaggever deze brief met een schrijven van 7 december 2004 en van 7 november 2005, beiden aangetekend verzonden, in herinnering heeft gebracht; dat de verslaggever verzoekster er in zijn schrijven van 7 november 2005 uitdrukkelijk op heeft gewezen dat bij verzuim te antwoorden de Raad ertoe kan worden gebracht het gebrek aan belang vast te stellen; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft geantwoord op de haar toegezonden brieven; dat zij ook niet op de openbare terechtzitting is verschenen of zich heeft laten vertegenwoordigen; dat de Raad van State daarin het bewijs ziet dat de verzoekende partij geen belang meer stelt in de verdere normale afhandeling van de procedure; dat het gebrek aan volgehouden belangstelling resulteert in de vaststelling dat de verzoekende partij thans geen belang meer heeft bij haar beroep; dat het beroep niet langer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. IX-2798-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2798-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.526 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.