id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.591 Rolnummer: A. 170714/X-12720 Zaak: Arrest 160591 - - 27/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-04 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 22:55 Fiche Arrest nr 160.591 van 27 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.591 van 27 juni 2006 in de zaak 170.714/X-12.
- In zake :
- Johan SYS,
- Lieve VAN DEN BERGHEM, wonende te 9032 GENT, Kolegemstraat 211 tegen :
- de stad GENT,
- het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan SYS en Lieve VAN DEN BERGHEM op 2 maart 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 19 januari 2006 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Gent waarbij aan de cvba Style & Concept de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een meergezinswoning (appartement) met garages op een perceel gelegen te Gent- Wondelgem, Kolegemstraat, kadastraal bekend, sectie B, nrs. 498f en 496m; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 16 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 juni 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; X-12.720-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. VAN BOGAERT die loco Advocaat M. VERSTRAETEN verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat S. KEMPINAIRE die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat J. VAN LOMMEL die loco Advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de eerste verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep betwist; dat uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing; dat het in die omstandigheden niet nodig is om de opgeworpen excepties te onderzoeken; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de voorwaarde betreft inzake het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, de verzoekende partijen onder het opschrift "schorsingsgronden" doen gelden wat volgt : "De verzoekers hebben aangewezen op welke gronden zij de nietigverklaring van het bestreden besluit vorderen, en op welke wijze dit bestreden besluit de Wet schendt. De toekenning van de bouwvergunning maakt het de bouwheer mogelijk met deze zeer omvangrijke werken aan te vatten. Het verrichten van deze werken die naar de vordering van de verzoekers niet in overeenstemming zijn met de Wet, zal op zich reeds een grote impact hebben op de verzoekers die wonen in het belendend perceel. Doordat de verzoekers de toegelaten te grote omvang van het gebouw bestrijden, bestrijden zij meteen ook de te uitgebreide aard van de werken. Het aanvatten van de werken zal ten aanzien van de verzoekers een niet te herstellen nadeel creëren"; X-12.720-2/4 Overwegende dat verzoekers zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mogen beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar concrete en precieze gegevens dienen aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaan of dreigen te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moeten verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat het aan de verzoekende partijen toekomt om in hun verzoekschrift tot schorsing duidelijk en concreet aan te geven welk moeilijk te herstellen ernstig nadeel zij ondergaan of dreigen te ondergaan; dat de verzoekende partijen zich in hun uiteenzetting beperken tot blote beweringen die ze niet stofferen, of aannemelijk maken aan de hand van concrete en precieze gegevens; dat zij inzonderheid wat hun bewering betreft aangaande de "uitgebreide aard van de werken" en de "grote impact" op hen "die wonen in het belendend perceel", verzuimen in hun verzoekschrift enig concreet gegeven ter zake bij te brengen; dat dit verzuim de Raad in de onmogelijkheid stelt dit nadeel op zijn merites te onderzoeken; dat derhalve de uiteenzetting van de verzoekende partijen onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-12.720-3/4 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig juni 2006, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.720-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.591 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.290 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.