id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.651 Rolnummer: A. 102594/X-10230 Zaak: Arrest 160651 - - 28/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-04 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 23:06 Fiche Arrest nr 160.651 van 28 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.651 van 28 juni 2006 in de zaak A. 102.594/X-10.
- In zake :
- Paul PISSENS,
- Anne SLUYS, die woonplaats kiezen bij Advocaat T. TAFFIJN, kantoor houdende te 1700 DILBEEK, Ninoofsesteenweg 244 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaten S. VAN GEETERUYEN en S. BUTENAERTS, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II-laan
- ------------------------------------------------------------------------------------------------ D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paul PISSENS en Anne SLUYS op 29 maart 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 8 februari 2001 van de Vlaamse Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar en houdende vernietiging van het besluit van 1 april 1999 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij het beroep van de verzoekende partijen tegen de beslissing van 8 januari 1996 van het College van burgermeester en schepenen van de gemeente Halle tot weigering van de vergunning voor de regularisatie van het uitbreiden van een woning op een perceel gelegen te Halle, Bergensesteenweg, kadastraal bekend sectie E, nr. 59h3, wordt ingewilligd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 10 december 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10230-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 6 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 oktober 2005, datum waarop de zaak sine die wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 16 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 februari 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. MERTENS die loco Advocaat T. TAFFIJN verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat V. SCHAELENBOURG die loco Advocaten S. VAN GEETERUYEN en S. BUTENAERTS verschijnt voor de verwerende partij; Geho o rd het eensluidend advies van Eerst e Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het bestreden besluit een weigering van een regularisatievergunning betreft; dat de verwerende partij in haar laatste memorie, zich ter zake aansluitend bij de conclusie uit het verslag van het auditoraat, het belang van de verzoekende partijen betwist stellende dat deze bij het indienen van het beroep geen belang hadden daar zowel op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing als op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep de toen geldende artikelen 158, § 2 en 159 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : DRO) van toepassing waren, dat te dezen geen certificaat voorligt; Overwegende dat het belang bij de vernietiging van het bestreden besluit moet bestaan op het ogenblik van het instellen van de vordering tot nietigverklaring en dat het derhalve niet hangende het geding kan worden verworven; X-10230-2/5 Overwegende dat, zowel op het ogenblik van het nemen van het bestreden besluit als bij het instellen van de vordering tot nietigverklaring, de volgende bepalingen van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals gewijzigd bij decreet van 26 april 2000, maar geldend voor de vervanging ervan bij decreet van 8 maart 2002, van toepassing waren: "Art. 158 §
- Bestaat het in artikel 146 bedoelde misdrijf niet in het uitvoeren van werken of het verrichten of voortzetten van handelingen of wijzigingen die een inbreuk plegen op de ruimtelijke uitvoeringsplannen of plannen van aanleg of op de uitvoering van de krachtens dit decreet vastgestelde verordeningen of op de voorschriften van een verkavelingsvergunning, en komen die werken, handelingen en wijzigingen in aanmerking voor de afgifte van de vereiste vergunning, dan kan de stedenbouwkundige inspecteur, met toestemming van de vergunningverlenende overheid, een vergelijk treffen met de overtreder op voorwaarde dat hij een geldsom betaalt, hierna transactiesom te noemen, en een regularisatievergunning aanvraagt. De regularisatievergunning moet worden aangevraagd binnen een termijn van zes maanden na het voorstel van vergelijk. Het vergelijk wordt slechts definitief indien de overtreder de regularisatievergunning, bedoeld in artikel 159, heeft verkregen en de transactiesom heeft betaald. Door het definitief geworden vergelijk vervallen de strafvordering en het recht van de overheid om herstel te vorderen. §
- De Vlaamse regering bepaalt het bedrag van de transactiesom, alsook de wijze en de modaliteiten van betaling van de transactiesom. De rekenplichtige van het grondfonds geeft van de betaling onmiddellijk kennis aan de stedenbouwkundige inspecteur. Deze ambtenaar stelt vervolgens, op voorwaarde dat de regularisatievergunning werd aangevraagd en kan worden verleend zoals bepaald in § 1, een certificaat op waarin de betaling van de transactiesom en de aanvraag van de regularisatievergunning bevestigd worden en bezorgt dit certificaat aan de overtreder, de vergunningverlenende overheid en de procureur des Konings. De stedenbouwkundige inspecteur licht hen ook onmiddellijk in over de weigering van het vergelijk of het verstrijken van de in § 1 bedoelde termijn. Een afschrift van het certificaat wordt eveneens bezorgd aan de hypotheekbewaarder, bedoeld in artikel
- Art.
- In de gevallen bedoeld in artikel 158, § 1, kan een vergunning worden verleend volgens de vergunningprocedure van dit decreet. Deze regularisatievergunning kan echter slechts worden verleend na de opstelling van het certificaat, bedoeld in artikel 158, §
- Indien de vergunning niet wordt verleend, wordt de transactiesom onmiddellijk terugbetaald. De lasten en voorwaarden die kunnen worden opgelegd in het kader van de vergunning zijn ook hier van toepassing"; Overwegende dat uit de voornoemde bepalingen volgt dat krachtens artikel 159, eerste lid, DRO, zoals het van toepassing was op het ogenblik van het instellen van de vordering tot nietigverklaring, een regularisatievergunning slechts kon worden verleend na het opstellen van het certificaat bedoeld in artikel 158, §2, DRO; dat niet blijkt dat op dat ogenblik aan de door voornoemd X-10230-3/5 artikel 159, eerste lid, DRO opgelegde voorwaarde was voldaan; dat aldus de bevoegde vergunningverlenende overheid de gevraagde regularisatievergunning moest weigeren omdat de alsdan geldende dwingende bepaling van artikel 159, eerste lid, tweede zin, DRO zich ertegen verzette dat de regularisatievergunning werd verleend zo het vereiste certificaat niet voorlag; dat verzoekers derhalve op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring geen belang hadden bij de vernietiging van het bestreden besluit; dat de in de laatste memorie aangevoerde repliek dat er geen termijn staat op het bekomen van een vergelijk en een certificaat, niets verandert aan het hiervoor vastgestelde feit dat dit certificaat niet voorlag op op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep; dat ook de in de laatste memorie geopperde mogelijkheid dat indien de bevoegde overheid op een ander ogenblik had beslist, de situatie anders had kunnen zijn, aan de verzoekende partijen nog geen belang bij het voorliggende beroep verschaft; dat tot slot het argument dat de verzoekende partijen op het ogenblik van het beroep een kans hadden op een regularisatievergunning omdat de regularisatieaanvraag zou moeten beoordeeld worden aan de hand van de wetgeving die bestond op het ogenblik van de oprichting van de werken in de loop van 1995, in rechte faalt en verzoekende partijen evenmin een belang verschaft; dat immers de bevoegde vergunningverlenende overheid als orgaan van het actief bestuur er toe gehouden is de reglementering toe te passen die geldt op het ogenblik dat ze uitspraak doet over het administratief beroep; dat de exceptie van de verwerende partij gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. X-10230-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-10230-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.651 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.