← België

Arrest 160735 - - 28/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.735 Rolnummer: A. 167796/X-12560 Zaak: Arrest 160735 - - 28/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-05 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 23:07 Fiche Arrest nr 160.735 van 28 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.735 van 28 juni 2006 in de zaak A. 167.796/X-12.

  1. In zake : de nv FREGILEC, die woonplaats kiest bij Advocaat O. WERY, kantoor houdende te 1180 BRUSSEL, Coghenlaan 214 tegen : de gemeente DROGENBOS. tussenkomende partij : de nv STOCKELEC, die woonplaats kiest bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de nv FREGILEC op 16 november 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 16 juni 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Drogenbos waarbij aan de nv STOCKELEC de sociaal-economische vergunning is verleend voor de herlocatie met beperkte uitbreiding van een bestaande winkel in keuken- en binnenhuisinrichting, met bijhorende electro, toebehoren en aanverwante diensten, voorheen uitgebaat in Anderlecht, naar een bestaand commercieel pand gelegen te Drogenbos, Paul Gilsonlaan 504; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur L VERMEIRE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-12.560-1/6 Gelet op de beschikking van 31 januari 2006 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 10 maart 2006, datum waarop de zaak in voortzetting wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 31 maart 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat D. GOETRY die loco Advocaat O. WERY verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaten Ph. DESCHEEMAECKER en A. HAEGEMAN die verschijnen voor de verwerende partij, en van Advocaat P. FLAMEY die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal;
  3. Overwegende dat de naamloze vennootschap STOCKELEC met een op 5 december 2005 ter post aangetekend verzoekschrift heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
  4. Overwegende dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Drogenbos bij besluit van 16 juni 2005 aan de tussenkomende partij een sociaal-economische vergunning heeft verleend voor de herlocatie met beperkte uitbreiding van een bestaande winkel in keuken- en binnenhuisinrichting, met bijhorende electro, toebehoren en aanverwante diensten, voorheen uitgebaat in Anderlecht, naar een bestaand commercieel pand gelegen te Drogenbos, Paul Gilsonlaan 504; dat deze vergunning het voorwerp vormt van de voorliggende vordering tot schorsing; Overwegende dat de Raad van State bij arrest nr. 152.251 van 6 december 2005 de vordering van de verzoekster tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de genoemde vergunning heeft verworpen, op grond dat die X-12.560-2/6 vordering, ingesteld op 29 november 2005, d.w.z. nadat het beroep tot nietig- verklaring en de thans voorliggende vordering tot schorsing waren ingesteld, onontvankelijk was; Overwegende dat de verzoekster de tussenkomende partij bij dagvaarding, betekend op 30 november 2005, heeft gedaagd voor de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, om verbod tot opening van de vestiging te Drogenbos, of minstens de sluiting van de eventueel reeds geopende vestiging te horen bevelen; dat de voorzitter bij beschikking van 22 december 2005 heeft beslist dat er geen aanleiding is tot kort geding, op grond onder meer dat de verzoekster heeft gewacht tot aan de opening van de vestiging om haar vordering in te stellen, dat er geen kennelijke schending is van de overeenkomst tussen de partijen, en dat een sluiting van de vestiging een onherstelbare schade zou toebrengen aan de tussenkomende partij;
  5. Overwegende dat de verweerster en de tussenkomende partij onder meer een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering opwerpen, afgeleid uit de laattijdigheid ervan; dat zij beiden aanvoeren dat de raad van bestuur van de verzoekster reeds op 16 september 2005 kennis genomen heeft van de bestreden vergunning, en dat de vordering tot schorsing, ingesteld op 16 november 2005, een dag te laat is ingediend; dat de tussenkomende partij hieraan toevoegt dat de verzoekster in het kader van de contractuele band die bestaat tussen haar en de tussenkomende partij, door deze laatste reeds op 9 mei 2005 ervan in kennis was gesteld dat het verkooppunt te Anderlecht verplaatst zou worden naar Drogenbos, dat de verzoekster dienvolgens de nodige waakzaamheid aan de dag moest leggen om zich bij de verweerster te informeren over de afgifte van een vergunning, dat zij gewacht heeft tot 21 september 2005 om te informeren naar een beslissing die reeds dateert van 16 juni 2005, dat zij dan nog twee maanden gewacht heeft om haar vordering tot schorsing in te dienen, dat die houding niet in overeenstemming is met de plicht tot waakzaamheid die op haar rustte; Overwegende dat de verzoekster in haar verzoekschrift, tot staving van de tijdigheid van haar vordering, erop wijst dat de tussenkomende partij het wettelijk vereiste bericht dat de vergunning werd afgeleverd, pas na 13 oktober 2005 heeft aangeplakt, dat de verzoekster echter erkent dat zij ingevolge een telefoongesprek met de bevoegde dienst van de verweerster reeds op 21 september 2005 kennis genomen heeft van het bestaan van de bestreden vergunning, en dat de X-12.560-3/6 termijn op die dag is beginnen lopen, dat de vordering ook met die laatste datum als uitgangspunt nog binnen de termijn is ingesteld; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de verzoekster uitdrukkelijk heeft uitgenodigd om aan te tonen dat zij pas op 21 september 2005 kennis had van het bestaan van de inhoud van de bestreden vergunning; dat de verzoekster in een aanvullende memorie corrigeert wat in het verzoekschrift is vermeld, en stelt dat haar raad van bestuur niet op 21 september, maar op 16 september 2005, ingevolge een telefoongesprek met de bevoegde dienst van de verweerster, kennis genomen heeft van het bestaan van de bestreden vergunning, dat de raad van bestuur nog dezelfde dag beslist heeft om de schorsing en de vernietiging van die vergunning te vragen, dat de verzoekster evenwel pas op 21 september kennis gekregen heeft van de vergunning in haar geheel, door raadpleging -binnen drie werkdagen- van het dossier bij de gemeente, dat zij erbij blijft dat de termijn dan ook op 21 september 2005 is beginnen lopen; Overwegende dat een sociaal-economische vergunning noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend dient te worden; dat artikel 12 van de wet 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen weliswaar bepaalt dat een bericht dat de vergunning werd afgeleverd, door de aanvrager moet worden aangeplakt op de plaats waar de vergunde handelvestiging zich zal bevinden, binnen acht dagen volgend op de kennisgeving van beslissing waarbij de vergunning is verleend, tot op het ogenblik van de opening van de vestiging; dat die aan- plakking, die niet uitgaat van de vergunningverlenende overheid, niet beschouwd kan worden als een bekendmaking die de termijn voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing voor alle belanghebbenden doet ingaan; dat voor derden belanghebbenden de in artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State bepaalde termijn van 60 dagen daarentegen in beginsel ingaat met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning; dat, opdat de termijn voor een derde zou beginnen lopen vanaf het ogenblik dat hij feitelijk kennis heeft van een vergunning, enkel vereist is dat die derde een voldoende kennis heeft van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de vergunning, niet dat hij op dat ogenblik kennis heeft van de precieze inhoud ervan; dat daarenboven de termijn voor derden belanghebbenden ook kan ingaan met de dag waarop zij kennis hebben kunnen nemen van de vergunning, door binnen een redelijke termijn gebruik te maken van hun inzagerecht; X-12.560-4/6 Overwegende dat de verzoekster te dezen erkent dat haar raad van bestuur reeds op 16 september 2005 kennis genomen heeft van het bestaan van de bestreden vergunning; dat uit de beslissing tot indiening van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing, genomen op dezelfde dag, blijkt dat de raad van bestuur toen kennis had van de handelsvestigingsvergunning afgegeven aan de tussenkomende partij op 16 juni 2005, waarbij aan deze is toegestaan om een handelsoppervlakte met een netto-oppervlakte van 740 m2 te openen op de Paul Gilsonlaan 504 te 1620 Drogenbos; dat aldus blijkt dat de verzoekster op 16 september 2005 kennis had van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de bestreden vergunning; dat die kennisneming volstond opdat de termijn voor het instellen van het beroep zou beginnen lopen de dag erna, d.i. op 17 september 2005; dat de termijn dienvolgens verstreken is op 15 november 2005; dat, daargelaten of de verzoekster reeds vóór 16 september 2005 kennis had kunnen nemen van de bestreden vergunning, de vordering tot schorsing, ingesteld op 16 november 2005, buiten de termijn is ingesteld; dat de exceptie gegrond is; BESLUIT: Artikel
  6. Het verzoek tot tussenkomst van de nv STOCKELEC in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  7. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.560-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.560-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.735 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.