← België

Arrest 160754 - - 29/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.754 Rolnummer: A. 86333/XII-2207 Zaak: Arrest 160754 - - 29/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-10 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 23:09 Fiche Arrest nr 160.754 van 29 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.754 van 29 juni 2006 in de zaak A. 86.333/XII-

  1. In zake : Emile LAUWERS, die woonplaats kiest bij advocaat A. De Roeck, kantoor houdende te Antwerpen, Jan Van Rijswijcklaan 6 tegen : de STAD ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Emile Lauwers op 26 augustus 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de hem bij brief van 30 juni 1999 meegedeelde beslissing waarbij hij wordt overgeplaatst naar een administratieve dienst zonder in contact te komen met het publiek; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 22 oktober 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 februari 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Haegeman, die loco advocaat A. De Roeck verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. Van Der Straten, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-2207-1/4 Gehoord het andersluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Op 1 april 1965 treedt Emile Lauwers in dienst van de stad Antwerpen als politieagent. Hij wordt achtereenvolgens bevorderd tot politieagent- brigadier en tot politieagent-hoofdbrigadier. 1.
  4. Op 28 mei 1997 richt de buurtobservatiewerking van het Nachtegalenhof te Hoboken een schrijven aan de burgemeester van Antwerpen waarin de drie ondertekenende briefschrijvers stellen dat zij ter gelegenheid van een telefonisch onderhoud met het commissariaat waar Emile Lauwers de baliefunctie waarneemt, “kordaat werden afgescheept” en geen boodschap voor de betrokken preventieofficier konden achterlaten. Op 22 oktober 1998 stelt de commissaris van politie lastens Emile Lauwers een “verslag van nalatigheid” op waarin wordt vermeld dat er “vermeende klachten [zijn] nopens houding tegenover het publiek en over de manier van uitdrukking via de telefoon” en dat “Betrokkene [...] er niet van overtuigd [is] dat de burger als cliënteel dient beschouwd te worden”. Voorts, volgens relaas van de verwerende partij, ontvangt Emile Lauwers op 27 juni 1999 tijdens het uitoefenen van zijn baliefunctie een telefonische oproep waarop hij volstrekt klantonvriendelijk zou hebben gereageerd. Na betrokkene te hebben doorverwezen naar het noodnummer, zou er een woordenwisseling plaats gevonden hebben tussen Emile Lauwers en een collega van de radiokamer. Volgens verzoeker had hij gezegd dat hij zich van de “woordentirade” niet veel aantrok en bovendien bijna op pensioen ging. 1.
  5. Bij brief van 30 juni 1999 deelt de bevoegde commissaris van politie aan Emile Lauwers als volgt de bestreden beslissing mee: XII-2207-2/4 “Naar aanleiding van de recente door U gedane uitlatingen naar een collega van TCK, ben ik de mening toegedaan dat U niet kunt functioneren aan het onthaal. In onderling overleg met de hoofdcommissaris verricht U vanaf heden een aangepaste administratieve dienst zonder in contact te komen met het publiek. Onze dienst intern toezicht zal inzake deze aangelegenheid een tuchtonderzoek starten. In afwachting van het resultaat van dit onderzoek verricht U vanaf heden dienst van maandag tot en met vrijdag van 8 tot 16u”;
  6. Het belang. Overwegende dat de verwerende partij verzoeker belang bij zijn beroep ontzegt onder verwijzing naar het feit dat verzoeker op 1 januari 2001 met pensioen ging en de bestreden maatregel “nooit in praktijk is omgezet”, aangezien verzoeker vanaf 1 juli 1999 “ziek was en bleef tot op zijn pensionering”; dat verzoeker deze feitelijke gegevens niet betwist maar ter terechtzitting verwijst naar het moreel belang waarover hij nog zou beschikken; Overwegende dat het belang, waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en dat hij dat belang moet behouden tot aan de uitspraak; dat de aard van het belang weliswaar kan evolueren maar dat verzoeker minstens aannemelijk moet maken dat de gevraagde nietigverklaring hem nog een concreet voordeel oplevert; dat zeker wanneer er twijfel rijst omtrent verzoekers actueel belang, het hem toekomt aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen, die kunnen aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een belang bij de nietigverklaring behoudt; Overwegende dat te dezen verzoeker in zijn inleidend verzoekschrift betreffende zijn belang gewag maakt van gevolgen “van materiële en morele aard”; dat hij daarbij naar inkomstenverlies verwijst dat hij lijdt door onder de 8-urendienst te moeten werken; dat hij wat het moreel nadeel betreft, enkel stelt dat hij “zich op zijn leeftijd dient aan te passen aan een nieuwe werkomstandigheid”; dat hij het in zijn memorie van wederantwoord enkel heeft over dat inkomstenverlies en in de brief van 29 oktober 2002, die als laatste memorie mag worden aangemerkt, enkel naar het auditoraatsverslag verwijst zonder dat aan het belang aandacht wordt besteed; dat hijzelf in geen van zijn stukken zijn ziekte en pensionering ter sprake XII-2207-3/4 brengt en ten slotte ter terechtzitting zonder nadere toelichting enkel van “morele schade” gewag maakt; Overwegende dat het oogmerk van verzoekers beroep er blijkbaar in bestond, eensdeels, hem te behoeden voor het inkomstenverlies dat uit de bestreden maatregel zou voortvloeien en, anderdeels, voor een aanpassing aan nieuwe werkomstandigheden; dat te dezen door verzoekers ziekte en pensionering zijn nieuwe tewerkstelling op geen enkel ogenblik doorgang heeft gevonden en verzoeker aldus de bestreden maatregel niet feitelijk heeft dienen te ondergaan; dat dienvolgens niet blijkt dat hij een inkomstenverlies heeft geleden ten gevolge van die maatregel; dat hij zich voorts niet aan nieuwe arbeidsomstandigheden heeft moeten aanpassen; dat aldus niet blijkt dat de bestreden maatregel verzoeker enig nadeel heeft berokkend; dat zijn belang niet meer voorhanden is, BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2207-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.754 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.