← België

Arrest 160756 - - 29/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.756 Rolnummer: A. 105785/XII-4690 Zaak: Arrest 160756 - - 29/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-07 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 23:10 Fiche Arrest nr 160.756 van 29 juni 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.756 van 29 juni 2006 in de zaak A. 105.785/XII-

  1. In zake : Stefaan ROMEYNS, die woonplaats kiest bij advocaat V. De Wolf, kantoor houdende te Brussel, Guldenvlieslaan 68, bus 9 tegen : het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN BRAKEL. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Stefaan Romeyns op 11 juni 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 14 december 2000 van het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna “OCMW”) van Brakel, waarbij hem bij tuchtmaatregel een waarschuwing wordt opgelegd; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 20 januari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 26 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4690-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat H. Penninck, die loco advocaat V. De Wolf verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak 1.
  2. Overwegende dat de verwerende partij geen administratief dossier heeft neergelegd, zodat de Raad de hierna weergegeven toedracht van de zaak overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vaststelt op grond van het inleidend verzoekschrift en de er aan toegevoegde documenten; 1.
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak aldus kunnen worden samengevat als volgt : Verzoeker is als vast benoemd bejaardenhelper in dienst van het OCMW van Brakel. Hij is werkzaam in het rusthuis voor bejaarden “Najaarszon” te Brakel, dat onder het OCMW van Brakel ressorteert. Op 17 augustus 2000 stelt de secretaris van het OCMW ten laste van verzoeker een tuchtverslag op, waarin hij een feitenrelaas geeft over een klacht, ingediend door de dochter van een inwoner van het rusthuis, met betrekking tot een “blauw oog” dat door “de verpleger” met een vuistslag zou zijn toegebracht en een reeks daaropvolgende ondervragingen of verklaringen van de bejaarde in kwestie, van haar dochter, van verzoeker -die elke betrokkenheid ontkent- en van andere werknemers van het rusthuis. De secretaris formuleert bij deze feiten een aantal bemerkingen en besluit dat “indien het Vast Bureau deze feiten, zijnde bejaardenmishandeling, door dhr. Romeyns toegebracht aan mevr. M[...], als bewezen acht, een schorsing voor één maand als gepast voorkomt”. Met een aangetekende brief van 9 oktober 2000 delen de voorzitter en de secretaris van het OCMW aan verzoeker mede dat op grond van dit tuchtverslag tegen hem een tuchtprocedure wordt ingeleid. Zij roepen verzoeker op XII-4690-2/8 om op 25 oktober 2000 door het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn te worden gehoord over het volgende hem ten laste gelegde feit: “[e]rnstige tekortkomingen aan de beroepsplichten, zijnde het toebrengen van slagen en verwondingen (zie medisch attest d.d. 24.07.2000 in het tuchtdossier) aan een residente van het rusthuis voor bejaarden ‘Najaarszon’, zijnde mevr. M[...], op donderdag 20 juli 2000”. Op 25 oktober 2000 wordt verzoeker door het vast bureau gehoord. Van dat verhoor worden processen-verbaal opgesteld, die door verzoeker voor goedgekeurd worden ondertekend. Tijdens dezelfde zitting worden op vraag van verzoeker twee getuigen gehoord: Marleen V., bejaardenhelpster, en Anne-Marie D., verpleegassistente, beiden werkzaam in het rusthuis. Op initiatief van het bestuur worden nog negen andere getuigen gehoord: Irma M., de residente van het rusthuis die heeft verklaard een slag op haar hoofd te hebben gekregen en haar dochter, Ghislaine K.; Linda L., waarnemend bestuurster van het rusthuis; Katleen D., waarnemend hoofdverpleegkundige; Caroline W., bejaardenhelpster; Martine V., verpleegassistente; Jeannette D., Linda D. en Els D., alle drie poetsvrouwen. Ook de zes laatstgenoemde getuigen zijn werkzaam in het rusthuis. Van de getuigenverhoren worden processen-verbaal opgesteld, die door de respectieve getuigen, met uitzondering van Irma M., voor goedgekeurd worden ondertekend. Op 14 december 2000 neemt het vast bureau het thans bestreden besluit om verzoeker voor het hem ten laste gelegde feit bij tuchtmaatregel een waarschuwing op te leggen. Dit besluit steunt, benevens op de aanhaling van de opeenvolgende procedurestappen, inzonderheid op de volgende overwegingen : “[...] Overwegende dat dhr. Romeyns voormelde processen-verbaal van verhoor, zonder voorbehoud heeft ondertekend en terug heeft bezorgd op 14 november 2000; Overwegende dat de tuchtoverheid zich hier dan ook op kan baseren, alsook op volgende feitelijke elementen : - het medisch attest d.d. 24.07.2000 houdende de vaststelling van een hematoom ter hoogte van het linkeroog bij mevr. M[...] Irma op 24.07.
  4. - Mevr. M[...] Irma effectief een blauw oog had en niet uit haar bed kan zijn gevallen, omdat mevr. M[...] niet meer kan lopen en niemand van het OCMW-personeel mevr. M[...] dienaangaande heeft moeten helpen. XII-4690-3/8 - Mevr. M[...] Irma steeds bij haar standpunt (zie haar verklaringen d.d. 24 juli 2000 en 28 juli 2000) is gebleven, dat dhr. Romeyns Stefaan haar, op donderdagvoormiddag 20 juli 2000 toen zij nog in bed lag, een slag heeft toegediend met een blauw oog voor gevolg. - Mevr. M[...] Irma, dhr. Romeyns Stefaan steeds ‘Constant’ noemt, of hem soms aanduidt als degene die zegt ‘M[...] uw haar is grijs en uw benen zijn krom van de ouderdom’. - Dhr. Romeyns Stefaan tijdens de hoorzitting voor het Vast Bureau d.d. 25 oktober 2000 (proces-verbaal van verhoor) heeft toege[ge]ven dat mevr. M[...] Irma hem ‘Constant’ noemt, zodanig dat het geen twijfel lijdt dat mevr. M[...] Irma, dhr. Romeyns bedoelt die haar een slag heeft toegediend met een blauw oog voor gevolg. - Dat dhr. Romeyns Stefaan op donderdagvoormiddag 20 juli 2000 mevr. M[...] heeft verzorgd, zoals blijkt uit zijn verklaring tijdens de hoorzitting voor het Vast Bureau d.d. 25 oktober 2000 (proces-verbaal van verhoor). - Mevr. M[...] schrik had van dhr. Romeyns Stefaan, zoals blijkt uit haar verklaring d.d. 24 juli 2000 en de verklaring van K[...] Ghislain (dochter van mevr. M[...]) d.d. 24 juli
  5. - In het dag- of nachtverslag niets terug te vinden is met betrekking tot het blauwe oog. - Mevr. M[...] volgens de CATZ-schaal bekend staat als een ‘C’, zijnde zwaar zorgbehoevend, maar niet dement. Overwegende dat de tuchtoverheid binnen de twee maanden na het afsluiten van het proces-verbaal, een uitspraak moet nemen over het al dan niet opleggen van een tuchtstraf, en indien bevestigend over welke tuchtstraf; [...]”. De voorzitter en de secretaris van het OCMW betekenen dit besluit met een aangetekende brief van 22 december 2000 aan verzoeker. Met een brief van 18 januari 2001 dient de provinciale secretaris van het VSOA namens verzoeker een bezwaar in bij de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen. Met een aangetekende brief van 10 april 2001 antwoordt de gouverneur aan de provinciale secretaris dat hij geen toezichtsmaatregel heeft genomen; De gegrondheid van het beroep 2.
  6. Overwegende dat verzoeker zijn enige middel formuleert als volgt : “Het eerste middel spruit voort uit de schending van de plicht tot motivering zoals in de wet van 29 juli 1991 en in afwezigheid van een exacte, ter zake dienende en toelaatbare motivering (vergissingen of tegenstrijdigheden in de motivering) - het miskennen van de algemene beginselen van het motiveren van de administratieve akten en van goed beheer wat betreft de manifeste appreciatievergissing, en uit de schending van artikel 6.
  7. van de Europese XII-4690-4/8 Overeenkomst tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. In de mate waarin, het Vast Bureau van de OCMW zich baseert op de processen-verbaal van verhoor van de hoorzitting van 25.10.[2000] en van enkele feitelijke elementen; Terwijl het duidelijk uit deze processen-verbaal en deze elementen blijkt dat er geen bewijs bestaat dat Dhr. Romeyns aan Mevr. M[...] een slag gegeven heeft (zie stukken.). Dat het Vast Bureau zich vooral op het medisch attest en op de verwarde verklaringen van mevr. M[...] baseert, om Dhr. Romeyns een tuchtstraf van ‘waarschuwing’ op te leggen; Dat echter dit medisch attest alleen de [vaststelling] van een hematoom ter hoogte van het linkeroog bij mevr. M[...] vermeld heeft, zonder dat het zich over de mogelijke oorsprongen [ervan] uitspreekt, Dat de verklaringen van Mevr. M[...] tegenstrijdig zijn, die soms van ‘Constant’, soms van Dhr. Romeyns, soms van ‘ne vreemde’ [spreken]. Dat het Vast Bureau niet uitlegt, hoe deze feitelijke elementen, een bewijs van de ten laste gelegde feiten kunnen opleveren. Dat daarentegen, het Vast Bureau zich ermee tevreden stelt te verifiëren dat mevr. M[...] echt een blauw oog gehad heeft (op grond van het medisch attest) en het de verklaring van Mevr. M[...] dat Dhr. Romeyns er de verantwoordelijke van is als ongeveer zeker aanneemt. Dat derhalve, in de mate waarin deze redenen werkelijk alleen de beschuldiging herhalen, zonder deze te bewijzen, zij duidelijk noch ter zake dienend, noch toelaatbaar zijn. Dat, anderzijds, de beslissing van het Vast Bureau op grond van een onbewezen beschuldiging uitgesproken werd; Dat het Vast Bureau niet ernstig de mogelijke andere redenen voor het hematoom van Mevr. M[...] onderzocht, Dat er een belangrijke twijfel bestaat; Dat het Vast Bureau het vermoeden van onschuld schendt”; 2.
  8. Overwegende dat de verwerende partij niet enkel heeft nagelaten om een administratief dossier neer te leggen; dat zij ook geen memorie van antwoord heeft ingediend; dat zij integendeel op 3 september 2001 aan de Raad van State schrijft dat zij “afziet van enig verder gevolg aan deze procedure in bovenvermelde zaak”; dat zij ten slotte ook na de kennisgeving van het voor haar negatieve auditoraatsverslag geen reden ziet om een laatste memorie in te dienen; dat in die omstandigheden de Raad van State op zijn beurt geen reden ziet om, op grond van de beschikbare gegevens waar hij acht mag op slaan, over het middel anders te oordelen dan zoals reeds is gebeurd in het auditoraatsverslag; dat meer bepaald daarin is vastgesteld wat volgt : “5.2.
  9. Verzoeker voert in zijn enige middel in essentie aan dat het hem ten laste gelegde feit, namelijk het toebrengen van slagen en verwondingen aan residente Irma M[...] op 20 juli 2000, waarvoor hem de bestreden tuchtmaatregel werd opgelegd, niet bewezen is en dat inzonderheid het bewijs van dit feit niet kan worden gevonden in de processen-verbaal van het verhoor van verzoeker en van de getuigen, de aangehaalde ‘feitelijke elementen’, het nietszeggende XII-4690-5/8 medische attest van 24 juli 2000 van dokter A. VAN DER LINDEN en de tegenstrijdige en verwarde verklaringen van residente Irma M[...], waarop het bestreden besluit is gesteund. 5.2.
  10. In het bestreden besluit wordt niet uitdrukkelijk gesteld op grond waarvan het aan verzoeker ten laste gelegde feit bewezen wordt geacht. Impliciet, maar zeker, blijkt niettemin dat het bewezen zijn van het aan verzoeker ten laste gelegde feit wordt afgeleid uit de processen-verbaal van het verhoor van verzoeker en van de getuigen op 25 oktober 2000 eensdeels en enkele ‘feitelijke elementen’ anderdeels. Die ‘feitelijke elementen’ betreffen: het medische attest van 24 juli 2000 van dokter A. VAN DER LINDEN; de omstandigheid dat Irma M[...] effectief een blauw oog heeft en er reden is om aan te nemen dat zij niet uit het bed is gevallen; de verklaringen van Irma M[...], die verzoeker ‘Constant’ noemt, wat door verzoeker wordt toegegeven; het feit dat verzoeker Irma M[...] op 20 juli 2000 heeft verzorgd, dat voornoemde residente schrik heeft van verzoeker, dat in het dag- of nachtverslag niets is terug te vinden met betrekking tot het blauwe oog van voornoemde residente en, ten slotte, dat voornoemde residente bekend staat als zwaar zorgbehoevend, maar niet dement. 5.2.
  11. Het komt niet aan de Raad van State toe om in het kader van een beroep tot nietigverklaring van een tuchtmaatregel het onderzoek naar het bewezen zijn van het aan de tuchtmaatregel ten grondslag liggende feit over te doen. Wel vermag hij na te gaan of de tuchtoverheid op grond van de voorliggende gegevens van het dossier in redelijkheid tot het bewezen zijn van dat feit vermocht te besluiten. 5.2.4.
  12. Vooreerst moet worden vastgesteld dat de processen-verbaal van het verhoor van verzoeker en van de getuigen op 25 oktober 2000, waarop het bestreden besluit mede is gesteund, geen enkel bewijs inhouden van het aan verzoeker ten laste gelegde feit: - verzoeker heeft met klem tegengesproken dat hij op 20 juli 2000 aan Irma M[...] een slag heeft toegebracht (stukken 3 en 4 bij het verzoekschrift tot nietigverklaring); - Irma M[...] heeft verklaard dat ‘[n]e vreemde’ haar een blauw oog had bezorgd en dat zij ‘[a]lles vergeten’ is (stukken 3 bij het verzoekschrift tot nietigverklaring); - de getuigenis van de dochter van Irma M[...] was uitsluitend gesteund op hetgeen haar moeder op 21 juli 2000 tegen haar had gezegd; zoals hierna zal blijken, zijn er echter ernstige redenen om aan de voldoende betrouwbaarheid van de verklaringen van Irma M[...] te twijfelen; - Linda L[...] heeft met betrekking tot het aan verzoeker ten laste gelegde feit niets wezenlijks vermeld; - Katleen D[...], Marleen V[...] en Anne-Marie D[...] hebben verklaard dat Irma M[...] in hun aanwezigheid tegenover verzoeker heeft ontkend dat zij van hem slagen heeft gekregen; - Caroline W[...], Martine V[...], Jeannette D[...], Linda D[...] en Els D[...] hebben met betrekking tot het aan verzoeker ten laste gelegde feit niets wezenlijks vermeld. 5.2.4.
  13. Het bewijs van het aan verzoeker ten laste gelegde feit kan ook niet worden gevonden in de ‘feitelijke elementen’, afzonderlijk of tezamen genomen, die in het bestreden besluit worden vermeld: - het medische attest van 24 juli 2000 van dr. A. VAN DER LINDEN staaft alleen de aanwezigheid van een hematoom ter XII-4690-6/8 hoogte van het linker oog van Irma M[...], maar geeft geen enkele indicatie omtrent de oorzaak daarvan; - de omstandigheid dat Irma M[...] effectief een blauw oog heeft en er reden is om aan te nemen dat zij niet uit het bed is gevallen, impliceert niet dat moet worden aangenomen dat verzoeker haar ‘slagen en verwondingen’ heeft toegebracht; - de verklaringen van Irma M[...] kunnen bezwaarlijk als een afdoende bewijs in aanmerking worden genomen. Vooreerst heeft Irma M[...] verzoeker nooit met zijn naam aangewezen als de dader van haar blauwe oog (De verklaring van 24 juli 2000 van Irma M[...] aan de OCMW-secretaris en de waarnemend bestuurster van het rusthuis (stuk 1.
  14. bij het verzoekschrift tot nietigverklaring) vermeldt wel de naam van verzoeker, maar het blijkt niet dat voornoemde die naam zelf ter sprake heeft gebracht. Uit het tuchtverslag van 17 augustus 2000 van de OCMW- secretaris kan eerder worden afgeleid dat de vermelding van de naam van verzoeker in de opgetekende verklaring door de opstellers bij deductie is opgenomen). Zelfs al zou uit de verklaringen van voornoemde aan haar dochter op 21 juli 2000 (zie stuk 1.
  15. bij het verzoekschrift tot nietigverklaring) en aan de OCMW-secretaris en de waarnemend bestuurster van het rusthuis op 24 juli 2000 (stuk 1.
  16. bij het verzoekschrift tot nietigverklaring) kunnen worden afgeleid dat zij verzoeker voor ogen had als de dader van haar blauwe oog, dan nog rijst de vraag naar de voldoende betrouwbaarheid van deze verklaringen. Op 27 juli 2000 heeft Irma M[...] immers in aanwezigheid van drie getuigen ten aanzien van verzoeker ontkend dat deze haar slagen zou hebben toegebracht en tijdens het verhoor door het vast bureau op 25 oktober 2000 schrijft zij haar blauwe oog toe aan ‘[n]e vreemde’ en stelt zij ‘[a]lles vergeten’ te zijn. Alhoewel Irma M[...] voor de toepassing van de normen van het ziekenfonds niet als dement wordt beschouwd, verklaren de meeste getuigen wel dat zij als 94-jarige verward is. De omstandigheid dat zij verzoeker niet met name weet te noemen, dat zij namen gebruikt die nergens op slaan en dikwijls spreekt over mannen die ’s nachts op haar kamer lopen, lijkt dat te bevestigen. - de bewering van de dochter van Irma M[...] dat haar moeder schrik zou hebben gehad van verzoeker, kan, zelfs in de veronderstelling dat ze aan de werkelijkheid beantwoordt, nog geen bewijs inhouden van slagen die verzoeker aan voornoemde zou hebben toegebracht; - het feit dat verzoeker Irma M[...] op 20 juli 2000 heeft verzorgd en dat in het dag- of nachtverslag niets is terug te vinden aangaande het blauwe oog van Irma M[...] kan evenmin het aan verzoeker ten laste gelegde feit bewijzen. De tuchtoverheid blijkt geen aandacht te hebben gehad voor het verweer van verzoeker dat hij, in tegenstelling tot wat in het tuchtverslag was geschreven, op 20 juli 2000 niet alleen instond voor de verzorging van de residenten op de tweede verdieping van het rusthuis en dat hij Irma M[...] niet alleen kan opheffen. Alleszins heeft de tuchtoverheid niet specifiek onderzocht wie tezamen met verzoeker op 20 juli 2000 de dienst heeft verzorgd en of die persoon iets zou hebben vastgesteld met betrekking tot het aan verzoeker ten laste gelegde feit. Het is bovendien bevreemdend dat ook nadat verzoeker op 20 juli 2000 omstreeks 12.30u zijn XII-4690-7/8 dienst had beëindigd, door zijn opvolger(s) niets met betrekking tot het blauwe oog van Irma M[...] in het dagboek is vermeld. 5.2.4.
  17. Uit wat voorafgaat volgt dat de tuchtoverheid op grond van de gegevens van het dossier waarop zij de bestreden beslissing steunt, niet tot het bewezen zijn van het aan verzoeker ten laste gelegde feit kon besluiten. De aangebrachte gegevens vermogen het vermoeden van onschuld, waarop verzoeker zich kan beroepen, niet te weerleggen. Verzoekers enige middel is in zoverre gegrond en dient te leiden tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing.”; 2.
  18. Overwegende dat de Raad de aangehaalde motieven en dienvolgens ook de conclusie geheel de zijne maakt, BESLUIT: Artikel
  19. Vernietigd wordt het besluit van 14 december 2000 van het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Brakel, waarbij Stefaan Romeyns bij tuchtmaatregel een waarschuwing wordt opgelegd. Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4690-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.756 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.