id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.766 Rolnummer: A. 78849/XII-1415 Zaak: Arrest 160766 - - 29/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-07 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 23:14 Fiche Arrest nr 160.766 van 29 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.766 van 29 juni 2006 in de zaak A. 78.849/XII-
- In zake : VZW GAIA, die woonplaats kiest bij advocaat J. Verstraeten, kantoor houdende te Leuven, Vaartstraat 70 tegen : de BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE MAASMECHELEN, die woonplaats kiest bij advocaten L. Vanderputte en R. Terwingen, kantoor houdende te Maamechelen, Koninginnelaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat VZW Gaia op 4 juni 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de “Politieverordening van de Heer Burgemeester op grond van artikel 134 van de nieuwe gemeentewet inzake het Offerfeest te Maasmechelen van maandag 06.04.1998 tot en met donderdag 09.04.1998”; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op de beschikking van 4 december 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 3 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 mei 2006; XII-1415-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Verstraeten, die verschijnt voor verzoekster; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de burgemeester van Maasmechelen ter gelegenheid van het Offerfeest middels een politieverordening van 5 april 1998 verbiedt om van 6 tot en met 9 april 1998 in de directe omgeving van het gemeente- huis, het slachthuis en de moskeeën onder meer spandoeken te dragen, door luid geroep of anderszins het Offerfeest te verhinderen, een vermomming te dragen; dat wordt gemotiveerd dat er redenen zijn om voor de verstoring van het normale verloop van het Offerfeest te vrezen door acties ten gunste van het welzijn der dieren en dat het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de bewoners; dat de verordening niet is bekrachtigd ter gemeenteraadszitting van 7 april 1998, noch later; Overwegende dat verwerende partij in de laatste memorie doet gelden dat de vordering “sowieso geen voorwerp meer [heeft]”, nu het bestreden besluit nooit werd bekrachtigd door de gemeenteraad en bijgevolg als vervallen dient te worden beschouwd; Overwegende dat verzoekster in haar laatste memorie insgelijks vaststelt “dat de bestreden verordening niet door de Gemeenteraad blijkt te zijn bekrachtigd”, en vraagt dat “alleszins” de kosten ten laste van de verwerende partij worden gelegd; dat zij het ook wenselijk noemt “dat voor een goede rechtsordening, het besluit wordt vernietigd” omdat er “mogelijkerwijze” op grond van de politieverordening processen-verbaal zijn opgesteld en er op basis daarvan vervolgingen en/of boetes “kunnen” volgen; XII-1415-2/4 Overwegende, in de eerste plaats, dat overeenkomstig artikel 134, § 1, van de nieuwe gemeentewet de burgemeester politieverordeningen kan maken in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, eensdeels, en die verordeningen dadelijk vervallen indien zij door de gemeenteraad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd, anderdeels; Overwegende dat de eerstvolgende gemeenteraadsvergadering na 5 april 1998, plaatshad op 7 april 1998; dat de gemeenteraad de politieverordening van de burgemeester niet heeft bekrachtigd; dat de verwerende partij in de laatste memorie meent dat dit “volledig te verklaren en te verantwoorden” is; dat zij uiteenzet dat, aangezien het punt van de bekrachtiging niet op de agenda voorkwam, het enkel in bespreking kon worden gebracht “indien dit punt zo spoedeisend zou zijn dat het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren en minstens twee derden van de aanwezige leden tot een dergelijke dadelijke behandeling zouden hebben besloten”, en dat aan “geen enkele van deze beide cumulatieve voorwaarden voldaan was”; Overwegende dat die uitleg niet overtuigt; dat in verband met de eerste vereiste wordt vastgesteld dat het risico van gevaar of schade bij het geringste uitstel juist een doorslaggevende en noodzakelijke voorwaarde was voor het verordenend optreden van de burgemeester; dat in verband met de tweede vereiste niet eens beweerd wordt dat de aanwezige gemeenteraadsleden tenminste gevráágd is met een spoedbehandeling in te stemmen; Overwegende, voorts, dat de Raad in verzoeksters laatste memorie leest dat zij, gelet op de niet-bekrachtiging en dus het verval van de bestreden beslissing, nog alleen een belang bij haar beroep behoudt in zoverre de bestreden verordening finaal tot het instellen van vervolgingen en het opleggen van boetes zou hebben geleid; dat niet wordt beweerd, laat staan nog aangetoond -ook niet ter terechtzitting-, dat dit het geval is geweest; Overwegende dat het beroep verworpen wordt bij gebrek aan actueel belang; dat het in de voormelde, concrete omstandigheden van de zaak wel past de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, XII-1415-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1415-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.766 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.