← België

Arrest 160777 - - 29/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.777 Rolnummer: A. 161279/VII-33764 Zaak: Arrest 160777 - - 29/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-18 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 23:18 Fiche Arrest nr 160.777 van 29 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.777 van 29 juni 2006 in de zaak A. 161.279/VII-33.

  1. In zake : Nadine FROMENT, wonende te BRUSSEL, Bemelstraat 59 tegen : KIND & GEZIN, die woonplaats kiest bij advocaat St. VERBOUWE, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Nadine FROMENT op 25 maart 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van KIND & GEZIN vervat in de brief van 2 februari 2005 waarbij geen beginseltoestemming wordt verleend voor een interlandelijke adoptie; Gelet op het arrest nr. 147.043 van 30 juni 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekster; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 5 december 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien VII-33.764-1/4 het verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend door de verzoekster en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 8 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. TASNIER die verschijnt voor de verzoekster, en van advocaat S. VERBOUWE die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Feiten Overwegende dat, wat de feiten betreft, kan verwezen worden naar de uiteenzetting die werd gegeven in het kortgedingarrest nr. 147.043 van 30 juni 2005;
  4. Ontvankelijkheid van het beroep Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie bij wege van exceptie opwerpt dat de verzoekster geen actueel belang meer heeft bij haar vordering, omdat, gelet op de gewijzigde regelgeving, het vanaf 1 september 2005 niet meer aan de verwerende partij toekomt te oordelen over de geschiktheid tot adoptie, doch wel aan de jeugdrechter; Overwegende dat de verwerende partij niet aanvoert en derhalve uiteraard ook niet aantoont dat de aanvraag van de verzoekster helemaal niet meer kan gehonoreerd worden na een eventuele vernietiging van de bestreden weigerings- beslissing; dat de mogelijkheid dat alsdan een andere instantie dan de verwerende partij de aanvraag van de verzoekster zou moeten beoordelen, op zichzelf niet volstaat om aan de verzoekster thans haar belang bij de vernietiging van de bestreden weigering te ontzeggen; dat de exceptie niet opgaat; VII-33.764-2/4
  5. Gegrondheid van het beroep Overwegende dat de verzoekster in haar verzoekschrift tot vernietiging haar drie middelen op identieke wijze formuleert als in haar verzoek- schrift tot schorsing; dat die middelen zijn uiteengezet in het voornoemde arrest nr. 147.043; dat zij in haar memorie van wederantwoord geen enkel nieuw argument ontwikkelt, en enkel “volhardt” in haar middelen; dat zij in haar verzoek tot voortzetting na een auditoraatsverslag waarin haar middelen worden verworpen, enkel “al haar overwegingen zoals opgenomen in haar verzoekschrift en in haar memorie tot wederantwoord” “herneemt”; Overwegende dat de middelen om dezelfde redenen als deze die de Raad van State er in het bedoelde arrest nr. 147.043 toe bracht ze als niet ernstig te kwalificeren, bij nader onderzoek, ook ongegrond zijn, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing en van het annulatiebe- roep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekster. VII-33.764-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-33.764-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.777 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.043 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.