← België

Arrest 160798 - - 29/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.798 Rolnummer: Zaak: Arrest 160798 - - 29/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-06 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-30 23:19 Fiche Arrest nr 160.798 van 29 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.798 van 29 juni 2006 in de zaken A. 89.124/XII-

  1. (I) A. 113.164/XII-
  2. (II) In zake : Romain VANDERSMISSEN, die woonplaats kiest bij advocaat A. Borgers, kantoor houdende te Lummen, Ringlaan 15 tegen : I + II de STAD BERINGEN, I de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE LIMBURG. tussenkomende partij in II : Luc VRIJDAGHS, die woonplaats kiest bij advocaat W. Mertens, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Romain Vandersmissen op 21 januari 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “
  4. Besluit van de gemeenteraad van de stad Beringen, dd. 14 juni 1999, houdende samenstelling jury voor het aanwervingsexamen van stadssecretaris, ter kennis gebracht aan verzoeker bij schrijven van 27 december 1999 van de stad Beringen.
  5. Proces-Verbaal van het aanwervingsexamen voor stadssecretaris te Beringen, dd. 16 november 1999, ter kennis gebracht aan verzoeker bij schrijven van 27 december 1999 van de stad Beringen.
  6. Beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Beringen, ter kennis gebracht aan verzoeker bij schrijven van 28 oktober 1999, waarin aan verzoeker wordt medegedeeld dat hij niet geslaagd is voor het examen van stadssecretaris te Beringen.
  7. Beslissing van Mevrouw de Gouverneur van de Provincie Limburg, ter kennis gebracht aan verzoeker bij schrijven van 22 december 1999, waarin aan verzoeker wordt medegedeeld dat er geen mogelijke procedurefouten zijn gemaakt i.v.m. het aanwervingsexamen stadssecretaris te Beringen.
  8. Beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Beringen, in briefvorm, ter kennis gebracht aan verzoeker bij schrijven van 27 december 1999, houdende behandeling klacht i.v.m. XII-2405-1/12 onregelmatigheden mondelinge proef examen stadssecretaris, dd. 27 oktober 1999”; Gezien het verzoekschrift dat Romain Vandersmissen op 22 november 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 14 mei 2001 van de gemeenteraad van Beringen tot benoeming van Luc Vrijdaghs tot stadssecretaris; Gelet op het arrest nr. 89.811 van 26 september 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging in de zaak A. 89.124/XII-2405 wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 14 november 2000 ingediend door verzoeker in de zaak A. 89.124/XII-2405; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 25 februari 2002 in de zaak A. 113.164/ XII-3352; Gelet op de beschikking van 4 maart 2002 die de tussenkomst van Luc Vrijdaghs in de zaak A. 113.164/ XII-3352 toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van de tussenkomende partij Gezien de verslagen opgesteld door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikkingen van 18 september 2001 en 24 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van de verslagen en van de dossiers gelasten; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikkingen van 14 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 januari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-2405-2/12 Gehoord de opmerkingen van advocaat G. Vanreppelen, die loco advocaat A. Borgers verschijnt voor verzoeker, van advocaat R. Leyssens, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van bestuurssecretaris S. Moens, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat A. Beelen, die loco advocaat W. Mertens verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De feiten
  9. Overwegende dat de gemeenteraad van de stad Beringen op 5 mei 1999 de betrekking van stadssecretaris vacant verklaart; dat de kandidaten dienen te slagen in een aanwervingsexamen, bestaande uit een schriftelijk gedeelte, een mondeling gedeelte en een psychotechnische proef; dat, om te slagen, tenminste 50 % moet worden behaald voor zowel het schriftelijk als het mondeling gedeelte, en 60 % over het geheel van het examen; dat de gemeenteraad op 14 juni 1999 de examenjury vaststelt; dat dit de eerste bestreden beslissing is in de zaak A.89.124/XII-2405; Overwegende dat er zich acht kandidaten aandienen, onder wie verzoeker, die gemeentesecretaris te Lummen is, en Luc Vrijdaghs, de tussenkomende partij in de zaak A. 113.164/XII-3352; dat met een brief van 28 oktober 1999 aan verzoeker wordt meegedeeld dat hij niet geslaagd is in het examen aangezien hij voor het schriftelijk gedeelte 37 op 60 behaalde, voor het mondeling gedeelte 20 op 40, hetzij in totaal 57 op 100, terwijl hij om geslaagd te zijn 60 op 100 diende te behalen; dat er wordt aan toegevoegd dat hij bijgevolg niet zal worden uitgenodigd voor de psychotechnische proef; dat de in die brief beweerdelijk vervatte beslissing van het college van burgemeester en schepenen het derde voorwerp is van het beroep in de zaak A.89.124/XII-2.405; dat het door de examenjury opgestelde “proces-verbaal aanwervingsexamen voor stadssecretaris”, waarin verzoeker niet geslaagd wordt verklaard, 16 november 1999 gedateerd is; dat het de tweede bestreden beslissing is in de zaak A.89.124/XII-2.405; XII-2405-3/12 Overwegende dat verzoeker met een brief van 16 november 1999 klacht indient bij de gouverneur van de provincie Limburg vanwege “vermeende onregelmatigheden n.a.v. de organisatie en het verloop van de mondelinge proef”; dat hij zich met een brief van dezelfde dag ook bij het college van burgemeester en schepenen erover beklaagt “dat het mondelinge examen niet reglementair is verlopen”; dat de gouverneur op 22 december 1999 antwoordt geen reden te zien om het stadsbestuur te wijzen op mogelijke procedurefouten; dat in een brief van 27 december 1999 de waarnemende burgemeester en de waarnemende secretaris nadere tekst en toelichting verschaffen bij de organisatie en het verloop van de mondelinge proef; dat die antwoorden de vierde, respectievelijk vijfde bestreden beslissing uitmaken in de zaak A.89.124/XII-2.405; Overwegende dat op 14 mei 2001 de gemeenteraad van Beringen Luc Vrijdaghs tot stadssecretaris benoemt met ingang van 1 juli 2001; dat de benoeming het voorwerp is van het beroep in de zaak A.113.164/XII-3.352 en hierna ook de zesde bestreden beslissing wordt genoemd; Samenvoeging
  10. Overwegende dat, zoals hierna sub 8 nader zal blijken, de beslechting van het eerste beroep niet buiten het onderzoek van de ontvankelijkheid van het tweede beroep kan; dat er bijgevolg reden is om de beide zaken samen te voegen; De ontvankelijkheid wat de eerste, derde, vierde en vijfde bestreden beslissing betreft
  11. Overwegende, aangaande de eerste bestreden beslissing, dat het begeven van de betrekking van stadssecretaris te Beringen verschijnt als een complexe administratieve verrichting waarvan de benoeming de eindbeslissing is, de laatste schakel van een hele keten van voorbereidende bestuurshandelingen; dat tegen de benoeming ontvankelijk als vernietigingsgrond elke onwettigheid kan worden aangebracht die ergens in de loop van de complexe administratieve verrichting is begaan en die geacht kan worden een determinerende invloed op de eindbeslissing te hebben gehad; dat evenwel vanuit het oogpunt van de ontvankelijkheid ratione materiae van een beroep tegen de voorafgaande of voorbereidende bestuurshandelingen, een onderscheid moet worden gemaakt tussen, eensdeels, XII-2405-4/12 zuiver voorbereidende maatregelen en, anderdeels, voorbereidende maatregelen met het karakter van een vóór-beslissing; Overwegende dat voorafgaande maatregelen die juridisch zonder determinerend effect blijven op de benoemingskansen van een kandidaat, zich voor hem als zuiver voorbereidend voordoen en door hem niet ontvankelijk met een annulatieberoep bestreden kunnen worden; dat daarentegen voorafgaande maatregelen die zijn kansen in rechte determineren voor hem een vóór-beslissing uitmaken, die wel aanvechtbaar is; Overwegende, te dezen, dat de eerste bestreden beslissing, zijnde de samenstelling van de examencommissie, geen eigen, dadelijk werkende rechtsgevolgen heeft die van aard zijn verzoekers benoemingskansen te hypothekeren; dat ze voor hem niet onmiddellijk grievend is en niet meer dan een louter voorbereidende beslissing; dat de stad Beringen terecht de ontvankelijkheid van het beroep ertegen betwist;
  12. Overwegende, aangaande de derde bestreden handeling, dat er geen beslissing van het college van burgemeester en schepenen blijkt te bestaan dat verzoeker niet geslaagd is voor het examen van stadssecretaris; dat er, getuige het proces-verbaal van 16 november 1999 met betrekking tot het aanwervingsexamen voor stadssecretaris, wel een beslissing in die zin van de examenjury is; dat ze overigens de tweede bestreden beslissing vormt; dat er voorts ook een kennisgevingsbrief van de beslissing van de examenjury bestaat, ondertekend door de burgemeester, de schepen van personeel en de waarnemende secretaris, maar deze brief niets toevoegt aan de jurybeslissing en zonder eigen rechtsgevolgen is; dat bijgevolg de stad Beringen terecht doet gelden dat het beroep onontvankelijk is in zoverre het de derde bestreden beslissing betreft;
  13. Overwegende, aangaande de vierde bestreden beslissing, dat de gouverneur met haar brief van 22 december 1999 in essentie doet kennen dat zij geen gebruik zal maken van de facultatieve schorsingsbevoegdheid waarover zij in het kader van de uitoefening van het algemeen administratief toezicht beschikt; dat de gouverneur op goede grond aan verzoeker tegenwerpt dat de mededeling van die onthouding geen voor vernietiging vatbare bestuurshandeling is; XII-2405-5/12
  14. Overwegende, aangaande de vijfde bestreden beslissing, dat in de brief van 27 december 1999 bezwaarlijk een beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan worden gelezen; dat het college er niet eens bij te pas is gekomen; dat in het schrijven de waarnemende burgemeester en de waarnemende secretaris zich in wezen er toe beperken uitleg te verstrekken over het hoe en waarom van de gang van zaken bij de mondelinge proef; dat die uitleg in niets verzoekers rechtssituatie wijzigt; dat de stad Beringen terecht het beroep tegen de brief niet-ontvankelijk noemt;
  15. Overwegende dat het beroep tegen de eerste, derde, vierde en vijfde aangevochten beslissing verworpen wordt; De ontvankelijkheid wat de tweede en de zesde bestreden beslissing betreft
  16. Overwegende, aangaande de tweede bestreden beslissing -de beslissing van de examenjury om verzoeker niet geslaagd te verklaren-, dat het voor de ontvankelijkheid van het beroep ertegen niet volstaat dat zij voor verzoeker een vóór-beslissing is; dat ook vereist is dat verzoeker van een voldoende belang bij het beroep doet blijken; Overwegende dat dit belang normaal er in bestaat, en moét bestaan, middels de vernietiging de weg vrij te maken om zelf in de geambieerde betrekking benoemd te kunnen worden; dat dan ook moet worden aangenomen, in de lijn van het arrest van de algemene vergadering van de afdeling administratie inzake NV Amec Spie Belgium, nr. 152.174 van 2 december 2005, dat het belang verdwijnt als de voorbijgegane kandidaat de uiteindelijke benoeming niet betwist, of als hij dat te laat doet; dat dan immers de benoeming definitief zou zijn verleend en de vernietiging van een daaraan voorafgaande beslissing niet meer zou vermogen hem alsnog voor de benoeming in de running te brengen; Overwegende, bijgevolg, dat verzoeker zonder actueel belang zou zijn om de nietigverklaring van de tweede bestreden beslissing te verkrijgen indien hij niet tijdig de benoeming van 14 mei 2001 van Luc Vrijdaghs tot stadssecretaris aanvocht; XII-2405-6/12
  17. Overwegende dat verzoeker tegen die benoeming, de zesde bestreden beslissing, pas een annulatieberoep instelde op 22 november 2001, nadat hij in het auditoraatsverslag over het eerste beroep had gelezen dat de auditeur hem het belang ontzegde bij gebrek aan een vordering tot nietigverklaring van de benoeming, nadat hij met een brief van 3 oktober 2001 bij de stad Beringen een afschrift van het benoemingsbesluit had opgevraagd en nadat het hem met een brief van 11 oktober 2001 was toegezonden; Overwegende dat verzoeker in verband met de tijdigheid van het beroep tegen de benoemingsbeslissing allereerst argumenteert dat hij, in de plaats van het benoemingsbesluit af te wachten, verkoos een beroep in te stellen tegen alle voorbereidende handelingen tot benoeming “in de veronderstelling dat ingeval van arrest automatisch de benoeming zou gevat worden door dit arrest”; Overwegende dat hij in de tweede plaats doet gelden, samengevat, dat hij geen kennis had, noch moest hebben, van het benoemingsbesluit en dat het hem formeel diende ter kennis te zijn gebracht; dat hij er op wijst dat de examenverrichtingen plaatshadden eind 1999, terwijl de benoeming midden 2001 gebeurde, dat het “ongerijmd” is te verwachten dat hij zelf het nodige deed om kennis van het benoemingsbesluit te krijgen, dat hij geen zekerheid had dat tot een benoeming zou worden overgegaan, en dat de stad hem niet kon of niet wilde informeren over de evolutie inzake de benoeming van de stadssecretaris; dat hij voorts betoogt dat, zoals de Raad van State in een aantal arresten beslist heeft, de overheid met betrekking tot benoemingen verplicht is om aan alle gegadigden die zich uitdrukkelijk kandidaat hebben gesteld, individueel ter kennis te brengen wat het resultaat van de benoemingsprocedure is geweest, dat kennis moet worden gegeven van elke beslissing waarbij een element van de rechtspositie van een persoon wordt bepaald of gewijzigd, dat voor rechtshandelingen die formeel moeten worden gemotiveerd de beroepstermijn maar begint te lopen bij de kennisgeving van de beslissing mét de motivering, dat de stad tekort is gekomen aan haar kennisgevingsverplichting;
  18. Overwegende dat verzoekers veronderstelling dat de vernietiging van de voorbereidende beslissingen die hij met zijn eerste beroep bestreed ipso facto ook de benoemingsbeslissing zou treffen, niet zonder meer opgaat; dat, om de gevolgen van de vernietiging van de voorbereidende beslissingen te kunnen ondergaan, de benoemingsbeslissing naar behoren binnen het bereik van de Raad van XII-2405-7/12 State moet zijn gebracht; dat, bij ontstentenis daarvan, het niet eens meer tot een vernietiging van de voorbereidende beslissingen kan komen; dat dan immers, zoals reeds sub 8 gezegd, moet worden aangenomen dat de benoemingsbeslissing onaantastbaar is geworden en verzoeker van de weeromstuit geen belang meer erbij heeft om nog de voorbereidende beslissingen vernietigd te zien worden;
  19. Overwegende dat wanneer een bestuurshandeling moet worden betekend, de beroepstermijn slechts vanaf die betekening begint te lopen, en bovendien maar op voorwaarde dat de betekening het bestaan van de mogelijkheid om een annulatieberoep in te stellen, en de in acht te nemen vormvoorschriften en termijnen, vermeldt; Overwegende dat dan de vraag is of de benoeming van Luc Vrijdaghs aan verzoeker betekend moest worden; dat het antwoord op die vraag ontkennend is; dat, terecht, verzoeker argumenteert dat de overheid verplicht is aan de kandidaten voor een benoeming individueel ter kennis te brengen wat het resultaat van de benoemingsprocedure is geweest; dat die verplichting evenwel beperkt is tot het resultaat van de benoemingsprocedure wat die kandidaten zelf betreft; dat immers alleen een uitspraak -expliciet of impliciet- over het gevolg dat aan hun eigen kandidaatstelling is gegeven van aard is om hun juridische situatie te wijzigen of om zo’n wijziging te beletten; dat dan ook slechts dat resultaat aan hen bij individuele kennisgeving moet worden meegedeeld; dat wat verzoeker betreft die kennisgeving gebeurde met brieven van 28 oktober 1999 en 27 december 1999, waarmee hem werd aangezegd dat hij niet slaagde in het examen en bijgevolg ook niet meer uitgenodigd zou worden voor de psychotechnische proef, respectievelijk welke daarvoor de motivering was; Overwegende, bijgevolg, dat de termijn waarbinnen verzoeker ontvankelijk een beroep kon instellen tegen de benoemingsbeslissing van Luc Vrijdaghs in principe begon te lopen vanaf zijn kennis ervan;
  20. Overwegende dat wanneer het de kennis van een beslissing is die de beroepstermijn doet ingaan, het de verzoekende partij niet toekomt het tijdstip van die kennis en daarmee dus de aanvang van de beroepstermijn naar eigen goeddunken uit te stellen; dat zulks niet te verenigen zou zijn met het karakter van openbare orde van de beroepstermijn en met de vereiste van elementaire stabiliteit en zekerheid in de rechtsverhoudingen die aan dat karakter ten grondslag ligt; XII-2405-8/12 Overwegende dat bijgevolg verzoeker zich, in verband met het ingaan van de beroepstermijn tegen de benoeming van Luc Vrijdaghs, er niet mee mag vergenoegen om in alle omstandigheden louter passief af te wachten totdat de kennis van de benoeming hem op een schoteltje wordt aangereikt of hem overvalt; dat hij integendeel, precies naargelang die omstandigheden, verplicht kan zijn de nodige informatie in te winnen en zich ervan te vergewissen of de benoeming reeds verleend is; dat, bijvoorbeeld, hij niet zou mogen zonder meer de indicaties die op het bestaan van de benoeming wijzen te negeren en daardoor, in feite, te weigeren van de benoeming kennis te nemen; dat het vanzelfsprekend is dat wie een benoeming wil verkrijgen, niet onverschillig mag zijn voor de benoemings-beslissing;
  21. Overwegende dat zowel de verwerende als de tussenkomende partij uitvoerig betogen dat verzoeker meer dan zestig dagen vóór het instellen van het beroep kennis had van de benoemingsbeslissing; dat de verwerende partij onder meer verwijst naar krantenartikelen van 16 en 18 mei 2001, 12 en 19 juni 2001, en 12 juli 2001, waarin over de benoeming van tussenkomende partij bericht wordt; dat de tussenkomende partij op haar beurt er op wijst dat de benoeming vermeld is op een vergadering van 17 mei 2001 van de provinciale federatie gemeentesecretarissen Limburg waarop verzoeker aanwezig was, dat in een e-mail van 25 mei 2001 van de secretaris van de provinciale federatie van gemeentesecretarissen Limburg aan alle Limburgse secretarissen, inbegrepen verzoeker, van die vermelding uitdrukkelijk gewag wordt gemaakt, dat de e-mail ook een lijst met de e-mailadressen van de gemeentesecretarissen, onder wie verzoeker, bevat, dat de website van de provincie Limburg, rubriek “Limburgse gemeenten”, sinds 26 juni 2001 Luc Vrijdaghs als secretaris van Beringen vermeldt, dat in augustus 2001 alle gemeenten een gids van de lokale besturen Limburg kregen, waarin alweer melding wordt gemaakt van Luc Vrijdaghs als gemeentesecretaris; Overwegende dat verzoeker daar op antwoordt dat sommige bladen niet verspreid worden in de regio waar hij woont, dat hij de berichten in de andere bladen niet heeft gelezen, dat het “best mogelijk [is] dat verzoeker, op de bewuste dagen dat dergelijke artikels zijn verschenen, geen enkel dagblad heeft gelezen”, dat hij “zelfs niet eens een abonnement [dient] te hebben van een krant”, dat “het zeer goed mogelijk [is] dat verzoeker, om allerlei andere mogelijke omstandigheden, niet in de mogelijkheid was op deze dag en in deze periode kennis te nemen van de inhoud van een krant”, dat het verzenden van een e-mail aan zijn adres “niet [impliceert] dat dergelijk bericht door de verzoekende partij werd XII-2405-9/12 ontvangen, laat staan gelezen”, dat wel beweerd wordt dat verzoeker op de vergadering van 17 mei 2002 aanwezig was, maar dit “op geen enkele manier bewezen wordt”, dat hij “de website van de provincie Limburg, en zeker de rubriek ‘Limburgse gemeenten’ tot op heden nog niet geconsulteerd [heeft]”, dat “er in hoofde van de verzoekende partij geen behoefte tot het consulteren van bedoelde website, laat staan de rubriek ‘Limburgse gemeenten’ [was]”, dat “het de praktijk is” dat de gids van de lokale besturen Limburg “onaangeroerd blijft liggen, totdat de noodzaak zich opdringt dat deze gids beroepshalve dient geraadpleegd te worden” en “dat men, als titularis-gemeenteraadssecretaris van een Limburgse gemeente, hetgeen het geval is voor de verzoekende partij, nu in eerste instantie niet op zoek gaat naar de rubriek ‘Limburgse gemeenten’”;
  22. Overwegende dat verzoekers houding verwondering wekt; dat, eerder dan dat hij zich geïnteresseerd toont in wie tenslotte tot secretaris is benoemd, hij er blijk van geeft dat vooral niét te willen weten; dat hij, opvallend, niet beweert ooit op enig moment vóór oktober 2001 navraag te hebben gedaan naar het finale resultaat van de benoemingsprocedure, laat staan nog dat hij beweert met die navraag opgehouden te hebben omdat een benoeming toch uitbleef; dat hij consequent elke mogelijke aanleiding om zich nader te informeren, negeert; dat zo’n aanleiding bijvoorbeeld de berichtgeving was op de vergadering van 17 mei 2001 van de provinciale federatie van gemeentesecretarissen Limburg; dat verzoeker weliswaar tegenwerpt dat zijn aanwezigheid op de vergadering niet bewezen is, maar die aanwezigheid toch ook weer niet betwist; dat, even dubbelzinnig, hij tegen de e-mail van 25 mei 2001 -een andere dergelijke aanleiding- inbrengt dat het feit van de verzending aan hem niet impliceert dat hij de e-mail ook ontvangen en gelezen heeft; dat hij daarmee geenszins zegt de e-mail niét ontvangen of gelezen te hebben; Overwegende, voorts, dat verzoeker zich voor zijn apathie tevergeefs tracht te verschuilen achter het argument dat hij “geen zekerheid” had dat de stad Beringen tot benoeming zou overgaan; dat immers, gelet op artikel 23 van de nieuwe gemeentewet, hij wist of hoorde te weten dat er in elke gemeente een secretaris moét zijn; Overwegende dat er reden is om aan te nemen dat als verzoeker eind augustus 2001 nog altijd geen kennis had van de benoeming van de tussenkomende partij, zulks wezenlijk dan aan zijn eigen passiviteit en desinteresse moet worden toegeschreven; dat hij dat in zijn laatste memorie overigens impliciet XII-2405-10/12 toegeeft; dat immers volgens het auditoraatsverslag “een normaal waakzame verzoeker niet vermag geen enkele poging te doen om te weten te komen wie benoemd is en dat gedurende een zo lange periode”, en verzoeker daar in wezen alleen op reageert met de, hiervoor al foutief bevonden, stelling dat hij “in feite geen annulatieberoep tegen het benoemingsbesluit [had] moeten instellen”, omdat hij ervan mocht uitgaan dat de vernietiging van de “voorbereidende handelingen tot de benoeming” zich “automatisch” ook tot de benoeming zou uitstrekken;
  23. Overwegende, concluderend, dat het op 22 november 2001 ingestelde beroep tegen de zesde bestreden beslissing laattijdig is; dat dienvolgens ook het beroep tegen de tweede bestreden beslissing verworpen moet worden, bij gebrek aan belang, BESLUIT: Artikel
  24. De zaken met nrs. A. 89.124/XII-2405 en A. 113.164/XII-3352 worden gevoegd. Artikel
  25. De beroepen worden verworpen. Artikel
  26. De kosten van de vordering tot schorsing en van de beroepen tot nietigverklaring, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst in de zaak A. 113.164/XII-3352, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-2405-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-2405-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.798 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.