← België

Arrest 160836 - - 29/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.836 Rolnummer: A. 80618/X-8463 Zaak: Arrest 160836 - - 29/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-08-03 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 23:28 Fiche Arrest nr 160.836 van 29 juni 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.836 van 29 juni 2006 in de zaak A. 80.618/X-

  1. In zake :
  2. Piet LEMEIRE,
  3. Marc MALFRERE,
  4. Jan VAN NIEL SCHUUREN, die woonplaats kiezen bij Advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 8b tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  5. tussenkomende partijen :
  6. de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
  7. de vzw VLAAMS CENTRUM VOOR KUNSTSTOF- VERWERKING,
  8. de GEWESTELIJKE ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ VAN WEST-VLAANDEREN, sub 2 en 3 kiezen woonplaats bij Advocaat B. VAN DORPE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Loofstraat
  9. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Piet LEMEIRE, Marc MALFRERE en Jan VAN NIEL SCHUUREN op 9 oktober 1998 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 12 augustus 1998 van de gemachtigde ambtenaar van de Vlaamse Minister van Ruimtelijke Ordening waarbij aan de GEWESTELIJKE ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ VAN X-8463-1/5 WEST-VLAANDEREN de bouwvergunning wordt verleend voor het oprichten van een “bedrijfshal en kantoorgebouw” te Kortrijk, Etienne Sabbelaan, op een perceel kadastraal bekend sectie C, nrs. 739e, 749a en 748; Gelet op het arrest nr. 82.012 van 9 augustus 1999 waarbij de vordering tot schorsing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 12 augustus 1999; Gelet op het verzoek tot voortzetting van de eerste en tweede verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 15 oktober 1999 ingediend door de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN; Gelet op de beschikking van 15 maart 2000 die de tussenkomst van de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN toelaat; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 19 oktober 1999 ingediend door de vzw VLAAMS CENTRUM VOOR KUNSTSTOFVERWERKING; Gelet op de beschikking van 15 maart 2000 die de tussenkomst van de vzw VLAAMS CENTRUM VOOR KUNSTSTOFVERWERKING toelaat; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 19 oktober 1999 ingediend door de GEWESTELIJKE ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ VAN WEST-VLAANDEREN; Gelet op de beschikking van 15 maart 2000 die de tussenkomst van de GEWESTELIJKE ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ VAN WEST- VLAANDEREN toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-8463-2/5 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 30 maart 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 18 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juni 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat T. DE KETELAERE die loco Advocaat D. VAN HEUVEN voor de eerste en de tweede verzoekende partij verschijnt en van Advocaat B. VAN DORPE die voor de tweede en de derde tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur S. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt X-8463-3/5 wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de derde verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van geding geldt; Overwegende dat de eerste en de tweede verzoekende partij bij brief van 22 maart 2005 afstand doen van het geding; BESLUIT: Artikel
  10. De afstand van het geding wordt ingewilligd ten aanzien van de eerste en de tweede verzoekende partij. Artikel
  11. De afstand van het geding wordt vastgesteld ten aanzien van de derde verzoekende partij. Artikel
  12. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de tweede en de derde verzoekende partij, elk voor de helft. De kosten voor de tussenkomst, bepaald op 371,85 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een derde. X-8463-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J.CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-8463-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.836 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.82.012 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.