← België

Arrest 160841 - - 29/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.841 Rolnummer: A. 159951/X-12208 Zaak: Arrest 160841 - - 29/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-12 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 23:31 Fiche Arrest nr 160.841 van 29 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 160.841 van 29 juni 2006 in de zaak A. 159.951/X-12.

  1. In zake : Frank DE BAERDEMAEKER, die woonplaats kiest bij Advocaat K. LOONTJENS, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Koning Albertstraat 22 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Frank DE BAERDEMAEKER op 11februari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN van 9 december 2004 houdende verwerping van zijn beroep tegen de beslissing van 24 juni 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent, waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor de verhoging van het platform en voor de inrichting van een muurtje op de tweede verdieping, op een perceel gelegen te Gent, Begijnhoflaan 422, kadastraal bekend sectie F, nr. 3635 m8 e8; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 25 mei 2005; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 8 september 2005, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 8 mei 2006, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 23 juni 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; X-12.208-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. LEYSEN die loco Advocaat K. LOONTJENS voor de verzoekende partij verschijnt ; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur S. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat van een afschrift van de memorie van antwoord met een brief van 25 mei 2005 van de griffie kennis is gegeven aan de verzoekende partij; dat deze brief melding maakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij een memorie van wederantwoord heeft ingediend die niet bij ter post aangetekende brief werd verstuurd; Overwegende dat luidens artikel 84, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, alle processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij ter post aangetekende brief; dat het voorschrift ertoe strekt de processtukken een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat de verzoekende partijen hebben verzuimd dit voorschrift na te leven, ofschoon de griffie in voormelde brief van 25 mei 2005 er uitdrukkelijk hun aandacht op had gevestigd; Overwegende dat de vereiste van de ter post aangetekende zending niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven; dat een procedurestuk ook vaste datum kan verkrijgen, door het ter post aangetekend schrijven van de griffie waarin deze melding maakt van bedoeld procedurestuk; dat in casu de door de verzoekende partij ingediende memorie van wederantwoord door de griffie bij gewone brief aan de verwerende partij werd meegedeeld om reden dat de kennisgeving van de memorie van wederantwoord geen termijnen opent; dat een kennisgeving bij gewone brief niet toelaat aan een niet ter post aangetekende zending alsnog vaste datum te verlenen; dat evenmin uit enig ander stuk blijkt dat de memorie van wederantwoord binnen de gestelde termijn van zestig dagen vaste datum heeft verkregen; X-12.208-2/3 Overwegende dat de memorie van wederantwoord geen vaste datum heeft verkregen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voornoemd besluit van de Regent; dat er geen rekening mee kan worden gehouden; dat krachtens het artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt; dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.208-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.841 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.