← België

Arrest 160860 - - 30/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.860 Rolnummer: A. 161456/X-12268 Zaak: Arrest 160860 - - 30/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-10 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 23:34 Fiche Arrest nr 160.860 van 30 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 160.860 van 30 juni 2006 in de zaak A. 161.456/X-12.

  1. In zake : Jeanine PICCART, die woonplaats kiest bij Advocaat J. VANDEN ABEELE, kantoor houdende te 9050 GENT, Brusselsesteenweg 39 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaten H. SCHILTZ en B. VANHALLE, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Tavernierkaai
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jeanine PICCART op 4 april 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 december 2004 van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij ondermeer de gesloten hoeve en erf gelegen te Alken, Grootstraat 114 werd geklasseerd als monument en de landelijke omgeving van de vakwerkhoeve, gelegen te Alken, Grootstraat 114, werd geklasseerd als dorpsgezicht; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 28 juni 2005; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 28 september 2005, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 8 mei 2006, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 23 juni 2006; X-12.268-1/3 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. DUPONT die loco Advocaat J. VANDEN ABEELE voor de verzoekende partij verschijnt, en van Advocaat M. WENDRICKX die loco Advocaten H. SCHILTZ en B. VANHALLE voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur S. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de Hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting aanvoert dat de memorie van wederantwoord wel tijdig werd ingediend; dat de termijn pas begint te lopen 3 dagen na de ontvangst van de gerechtsbrief; Overwegende dat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 84 van voormeld besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, "de processtukken, alsook de betekeningen, kennisgevingen en oproepingen (...) door de Raad van State (worden) verzonden bij ter post aangetekende brief met ontvangstmelding"; dat de termijn waarover de partijen beschikken ingaat de dag na ontvangst van het schrijven; dat, zonder te moeten ingaan op de vraag of het Gerechtelijk Wetboek te dezen van toepassing is als gemeen recht inzake procedureregeling, dit ook zo uitdrukkelijk is bepaald in artikel 53 bis, 1/, van het Gerechtelijk Wetboek; dat de datum van het postmerk bewijskracht heeft voor de ontvangst; dat uit de stukken van het dossier blijkt dat de brief van de griffie van de X-12.268-2/3 Raad van State waarmee de memorie van antwoord ter kennis werd gebracht van verzoeker op 28 juni 2005 in ontvangst werd genomen; dat de memorie van wederantwoord die op 30 augustus 2005 aan de Raad werd toegezonden aldus buiten termijn werd ingediend; dat dienvolgens niets de toepassing van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, in de weg staat; dat krachtens voormeld artikel 21, dient vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt; dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.268-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.860 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.