← België

Arrest 160864 - - 30/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.864 Rolnummer: A. 96262/VII-23068 Zaak: Arrest 160864 - - 30/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-14 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 23:36 Fiche Arrest nr 160.864 van 30 juni 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.864 van 30 juni 2006 in de zaak A. 96.262/VII-23.

  1. In zake :
  2. de v.z.w. REGIONAAL ZIEKENHUIS HEILIG HART LEUVEN,
  3. de b.v.b.a. NEW OFIR, die woonplaats kiezen bij advocaat P. LUYPAERS, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4, bus 1 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  4. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. REGIONAAL ZIEKEN- HUIS HEILIG HART LEUVEN en de b.v.b.a. NEUW OFIR op 6 oktober 2000 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse Minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen van 7 augustus 2000 waarbij geen vergunning wordt verleend voor de opname in de programmatie van het zorgprogramma “reproductieve geneeskunde” B voor het Heilig Hartziekenhuis te Leuven; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 27 maart 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; VII-23.068-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 5 april 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld wegens de onontvankelijkheid ervan; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. VII-23.068-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-23.068-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.864 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.