id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.899 Rolnummer: A. 136513/X-11408 Zaak: Arrest 160899 - - 04/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-08-03 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 23:43 Fiche Arrest nr 160.899 van 4 juli 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.899 van 4 juli 2006 in de zaak A. 136.513/X-11.
- In zake :
- Wilfried DE ZAEYER,
- de stad BRUGGE, die woonplaats kiezen bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat 106 tussenkomende partij : de nv LDS, gevestigd te 8210 Zedelgem, Notenbosdreef
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Wilfried DEZAEYER en de stad BRUGGE op 9 mei 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 maart 2003 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, waarbij aan de nv ELECTRAWINDS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een bijkomende windturbine (windmolen A bij het project van vijf windmolens) op een perceel gelegen te Brugge, Gotevlietstraat 13, kadastraal bekend sectie N, nr. 211z; Gelet op het arrest nr. 125.230 van 7 november 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoek tot voortzetting van de tweede verzoekende partij; X-11.408-1/4 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 6 februari 2004 ingediend door de nv LSD; Gelet op de beschikking van 11 februari 2004 die de tussenkomst van de nv LSD toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juni 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur S. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de eerste verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding van de Raad van State; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de eerste verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek X-11.408-2/4 tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de eerste verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van geding geldt; Overwegende dat de tweede verzoekende partij bij brief van haar raadsman van 3 maart 2005 afstand doet van het geding; BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld in hoofde van de eerste verzoekende partij. Artikel
- De afstand van het geding wordt ingewilligd in hoofde van de tweede verzoekende partij. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de tweede verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-11.408-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier juli 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-11.408-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.899 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.230 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.