id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.973 Rolnummer: A. 174313/XII-4805 Zaak: Arrest 160973 - - 05/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-07 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 23:46 Fiche Arrest nr 160.973 van 5 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.973 van 5 juli 2006 in de zaak A. 174.313/XII-
- In zake :
- de BVBA S.A.R. MULTIPROFESSIONELE ARCHITECTENVENNOOTSCHAP,
- de BVBA ARCHITECTENBURO DE VLOED, die woonplaats kiezen bij advocaat M. GHESQUIÈRE, kantoor houdende te GENT, Baarledorpstraat 93 tegen : de HOGESCHOOL GENT, gevestigd te GENT, J. Kluyskensstraat
- tussenkomende partijen :
- de tijdelijke vereniging "BILQUIN, SERCK, BOUQUET- DELOOF en STOCKMAN", die woonplaats kiest bij BILQUIN-SERCK architecten, gevestigd te GENT, Visserij 19,
- de NV PARTNERS, die woonplaats kiest bij advocaat M. DAMBRE, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA S.A.R. MULTIPROFESSIONELE ARCHITECTENVENNOOTSCHAP en de BVBA ARCHITECTENBURO DE VLOED op 23 juni 2006 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : "
- De niet-gedateerde beslissing van de Hogeschool Gent, medegedeeld aan verzoekende partijen bij schrijven van 15 juni 2006, waarbij werd beslist om op basis van beweerde 'selectiecriteria' de volgende acht kandidaten te weerhouden om de gunningscriteria op toe te passen, met name Abetec architecten en ingenieurs, Baro Technum - COBE - H. Fraeye - EDV, Berteloot Ro - Arch & Teco Architectuur, Bilquin - Serck - Bouquet - Deloof - Stockman, Martens XII-4805-1/5 Dirk, Mebumar - Verbeke - De Klerck Engineering, Partners architecten en ingenieurs, Van Acker en Partners - SWK - Arcadis;
- De beslissing van het Bestuurscollege van de Hogeschool Gent van 12 mei 2006, medegedeeld aan verzoekende partijen bij schrijven van 15 mei 2006, waarbij onder meer werd beslist Percelen 5 en 7 voorlopig niet te gunnen, en om Perceel 1 te gunnen aan de ontwerpgroep Bilquin - Serck - Bouquet - Deloof - Stockman, en waarbij onder meer werd beslist om Perceel 6 te gunnen aan Mebumar - Verbeke De Klerck Engineering"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 27 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 juli 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. GESQUIÈRE die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat P. DEVERS die verschijnt voor de verwerende partij, van advocaat P. LAGAE die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en van advocaat T. DE SUTTER die loco advocaat M. DAMBRE verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De tijdelijke vereniging "BILQUIN, SERCK, BOUQUET- DELOOF en STOCKMAN" en de NV PARTNERS hebben met ter terechtzitting neergelegde verzoekschriften gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; er is grond om die verzoeken in te willigen; Het bestuurscollege van de verwerende partij stelt op 10 november 2005 een bestek op met betrekking tot een algemene offerteaanvraag. Deze aanbesteding had acht bouwwerken als voorwerp, waarop door architecturale studiebureaus kon worden ingeschreven. De verzoekende partijen dienen offertes in voor de percelen 1, 5, 6 en
- XII-4805-2/5 Bij aangetekend schrijven van 15 mei 2006 deelt de verwerende partij aan de verzoekende partijen mee dat de door hen ingediende inschrijvingen niet werden weerhouden. Er volgde dan briefwisseling tussen partijen. Op 2 juni 2006 laat de verwerende partij weten dat er voor de percelen 5 en 7 nog geen studieteam zal worden aangeduid en aan welke inschrijvers de opdrachten voor de percelen 1 en 6 werden toegewezen. Bij brief van 9 juni 2006 vragen de verzoekende partijen de motivering van de toewijzingsbeslissingen en op 15 juni 2006 deelt de verwerende partij hen het selectieverslag mee. Op grond van artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; De verzoekende partijen betogen omtrent het nadeel onder meer dat zij met de schorsingsprocedure beogen een nieuwe kans te bekomen om zelf de opdracht alsnog toegewezen te krijgen bij wijze van rechtsherstel in natura. Wat de percelen 1 en 6 betreft is er een kennisgeving geweest van de toewijzingsbeslissing bij brief van 15 mei 2006 en is het contract tot stand gekomen. Een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft geen nut meer nu deze het bestaan van de overeenkomst die door de kennisgeving is tot stand gekomen niet aantast. De gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zal niet de schorsing meebrengen van de tot stand gekomen overeen-komst aangezien het tot de uitsluitende rechtsmacht van de gewone rechtbanken behoort om de uitvoering van een overeenkomst te schorsen. Het nadeel dat de verzoekende partijen beweren te zullen ondergaan kan niet worden tenietgedaan of vermeden door een schorsingsarrest van de Raad van State aangezien zelfs bij een dergelijke schorsing het bestaan van de voormelde overeenkomst blijft verhinderen dat het de verzoekende partijen zijn die de betrokken opdracht uitvoeren. Wat de percelen 5 en 7 betreft legt de verwerende partij een beslissing van 30 juni 2006 voor waaruit blijkt dat ze heeft beslist voor die percelen, waarop de verzoekende partijen ook hadden ingeschreven, de gunningsprocedure stop te zetten. In die overeenkomst wordt met zoveel woorden gezegd dat nieuwe XII-4805-3/5 overheidsopdrachten zullen worden uitgeschreven eens de verwerende partij over voldoende zakelijke rechten over de betrokken percelen zal beschikken. Ter terechtzitting wordt dit nog eens expressis verbis bevestigd door de raadsman van de verwerende partij. In het kader van een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wegens uiterst dringende noodzakelijkheid is er dus geen ernstig nadeel. Als een nieuwe procedure wordt gestart zullen de verzoekende partijen een nieuwe kans krijgen om mee te dingen. Er is niet voldaan aan de derde van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden. Die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen; BESLUIT: Artikel
- De verzoeken tot tussenkomst van de tijdelijke vereniging "BILQUIN, SERCK, BOUQUET-DELOOF en STOCKMAN" en de NV PARTNERS in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomsten in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 625 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, de eerste tussenkomende partij voor vier vijfde, en de tweede tussenkomende partij voor een vijfde. XII-4805-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juli 2006, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. E. BREWAEYS. XII-4805-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.973 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.300 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.