← België

Arrest 160975 - - 05/07/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.975 Rolnummer: A. 107562/XII-3212 Zaak: Arrest 160975 - - 05/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-27 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 23:47 Fiche Arrest nr 160.975 van 5 juli 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 160.975 van 5 juli 2006 in de zaak A. 107.562/XII-

  1. In zake : Karin NOELMANS, wonende te Kortenaken, Hemelrijkstraat 72 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Karin Noelmans op 17 februari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 13 juni 2001 van de “begeleidingscommissie vervangingspool” bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, om haar beroep tegen de schrapping uit de vervangingspool niet te aanvaarden; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 7 november 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 3 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-3212-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Martens, die verschijnt voor verzoekster, en van adjunct van de directeur M. Broucke, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : Verzoekster studeert op 4 juli 1987 als industrieel ingenieur elektriciteit af aan de Industriële Hogeschool van het Rijk te Hasselt. Sedert 4 juli 2000 maakt ze deel uit van de vervangingspool, opgericht krachtens het decreet van 8 juni 2000 houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt. Op 7 maart 2001 neemt het Amandinacollege van Herk-de-Stad telefonisch contact op met verzoekster in verband met een korte reglementaire vervanging van 5 lesuren wetenschappelijk tekenen met ingang van 13 maart
  3. Dezelfde dag biedt verzoekster zich aan bij de school waar haar wordt meegedeeld dat de leerplannen en de handboeken bij de zieke leerkracht ter beschikking liggen. Op 13 maart 2001 biedt verzoekster zich aan op het college waar de handboeken haar worden overhandigd. Na inzage van de handboeken en het leerplan komt verzoekster tot de vaststelling dat zij niet over de nodige capaciteiten beschikt om de lesopdracht uit te voeren. XII-3212-2/9 Op 14 maart neemt verzoekster contact op met de VDAB en meldt dat zij niet over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt om wetenschappelijk tekenen te geven. De VDAB stelt voor om het vak te schrappen en verzoekster meldt het besluit schriftelijk op 14 maart 2001 aan de directeur van het Amandinacollege. Op diezelfde dag ook schrijft verzoekster aan de directie van het Amandinacollege dat zij voor het vak wetenschappelijk tekenen niet over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt, dat zij, na studie van de leerplannen en de gebruikte handboeken, niet over de nodige capaciteiten beschikt om de lesopdracht zinvol uit te voeren en dat zij vanuit haar persoonlijke overtuiging geen gevolg kan geven aan de voorafgaande opmerking geformuleerd op blz. 4 van het leerplan. Concluderend stelt zij dat de wederzijdse instemming tussen poollid en inrichtende macht zoals vereist door artikel 31, § 3, van het decreet van 8 juni 2000 niet is bereikt. Op 19 maart 2001 bevestigt de directeur de ontvangst van verzoeksters schrijven en laat hij weten dat hij het niet eens is met haar argumentatie en dat hij kopie van verzoeksters brief zal overmaken aan het departement onderwijs. Bij brief van 20 april 2001 tekent de directeur van het Amandinacollege bij de VDAB bezwaar aan tegen de handelwijze van verzoekster. Op 26 april 2001 deelt de VDAB aan verzoekster mee dat zij op basis van de brief van de directeur van het Amandinacollege verplicht is haar als poollid te schrappen. Bij schrijven van 2 mei 2001 tekent verzoekster bij de begeleidingscommissie van de vervangingspool bezwaar aan tegen de beslissing van de VDAB. Bij brief van 18 juni 2001 laat de begeleidingscommissie aan verzoekster weten dat zij in haar vergadering van 13 juni 2001 heeft beslist om verzoeksters beroep tegen haar schrapping uit de vervangingspool niet te aanvaarden. De motivering van deze beslissing luidt als volgt : “Tijdens haar vergadering van 13 juni 2001 nam de begeleidingscommissie vervangingspool de beslissing om, krachtens het Decreet houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt van 8 juni 2000, het beroep van de mevrouw Karin Noelmans, Hemelrijkstraat 72 te 3473 Kortenaken, tegen haar XII-3212-3/9 schrapping uit de vervangingspool, niet te aanvaarden, en dit op basis van volgende reden(en) : Uit haar brief van 14 maart 2001 aan het Amandinacollege te Herk-de-Stad blijkt dat zij weigert de aanstelling in het vak ‘wetenschappelijk tekenen’ te aanvaarden omdat zij hiervoor niet over de nodige capaciteiten beschikt. Uit de brief blijkt tevens dat zij tijdens een eerste onderhoud met de school op 7 maart 2001 hiervan geen melding maakte. Haar argumentatie dat zij niet wist dat zij niet over de nodige capaciteiten beschikte omdat zij de handboeken niet had gezien is niet relevant. In haar inzetbaarheidsovereenkomst nam zij immers zelf het vak wetenschappelijk tekenen op. Mevr. Noelmans stelt tevens dat, conform art. 31 § 3 van het Decreet houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt van 08/06/2000, er een uitdrukkelijk instemming van harentwege zou nodig zijn om de aanstelling op te nemen. De commissie oordeelt dat dit niet het geval is : via haar inzetbaarheidsovereenkomst heeft mevr. Noelmans deze instemming de facto reeds gegeven. De school heeft door dit artikel eenzijdig het recht om een leraar die niet over het vereiste (maar wel over het voldoende geachte) bekwaamheidsbewijs beschikt, te weigeren. Dit blijkt ook uit het decreet zelf : de art. 31 t.e.m. 35 staan onder de hoofding ‘Afdeling
  4. - Gevolgen voor de scholen en instellingen die een beroep doen op de bepalingen van dit hoofdstuk’. De betrokken artikelen gelden dan ook niet voor de personeelsleden”; De ontvankelijkheid van het beroep
  5. Overwegende dat het systeem van de vervangingspool met ingang van 1 september 2005 heeft opgehouden te bestaan, hetgeen de vraag doet rijzen naar het actueel belang van verzoekster bij haar beroep; dat verzoekster in de laatste memorie het nog voorhanden zijn van een actueel belang uitvoerig argumenteert; dat de verwerende partij die argumenten op haar beurt tegenspreekt in haar laatste memorie, voor wat onder meer het beweerde verlies van voorrangsrechten betreft of de vermeende aanspraken op een reconstructie van de loopbaan; dat verwerende partij evenwel in een schrijven van 30 maart 2006 erkent dat verzoekster bij het welslagen van haar beroep in ieder geval dit voordeel behoudt “dat verzoekster niet uit de vervangingspool mocht worden geschrapt” hetgeen concreet zou betekenen voor de maanden mei en juni 2001 “dat zij, naast de wedde voor de uren die zij buiten de vervangingspool uitoefende (zijnde 15 % van een volledige opdracht), recht heeft op de wedde overeenstemmend met het volume waarvoor zij in de vervangingspool werd opgenomen”; dat er gelet op die verklaring geen reden is om aan verzoekster thans belang bij het beroep te ontzeggen; XII-3212-4/9 De gegrondheid van het beroep 3.
  6. Overwegende dat verzoekster in een enig middel onder meer de schending aanvoert van de motiveringsplicht, in samenhang met de artikelen 29 en 31 van het decreet van 8 juni 2000 houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt; dat volgens haar de interpretatie die de begeleidingscommissie geeft aan de ingeroepen artikelen, namelijk dat slechts een eenzijdige instemming vanwege het schoolbestuur vereist zou zijn voor een aanstelling, in flagrante tegenspraak is met de tekst van het decreet; 3.
  7. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord hier tegenover stelt dat verzoekster als lid van de vervangingspool luidens artikel 29, dat behoort tot de afdeling 6 “Rechten en plichten van de leden van de vervangingspool”, verplicht was de betrekking te aanvaarden die haar was aangeboden omdat zij zich kandidaat had gesteld voor het aangeboden vak wetenschappelijk tekenen en die keuze niet meer kon worden gewijzigd; dat zij haar zienswijze bevestigt in de laatste memorie; dat volgens haar verzoekster terecht uit de vervangingspool werd gezet omdat zij haar inzetbaarheidsovereenkomst eenzijdig aangepast heeft door de aangeboden opdracht te weigeren; dat volgens haar noch in het decreet noch in de memorie van toelichting wordt gesteld dat verzoekster haar toestemming, zoals die blijkt uit haar inzetbaarheidsovereenkomst, zou moeten herbevestigen;
  8. Overwegende dat de voor de zaak relevante -ondertussen opgeheven- bepalingen van het decreet van 8 juni 2000 bepalen wat volgt : “HOOFDSTUK IV. - Vervangingspool [...] Afdeling
  9. - Oproep tot en opname van de kandidaten, toewijzing en aanstelling in de ankerschool [...] Art.
  10. §
  11. De opgenomen kandidaat sluit met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding een overeenkomst inzake inzetbaarheid. Deze overeenkomst bevat ten minste : [...] 4/ de ambten, vakken en specialiteiten waarvoor hij zich beschikbaar stelt; [...]. §
  12. Onverminderd de beperkingen in § 1, 1/, 2/ en 3/, is de kandidaat altijd inzetbaar voor alle ambten, vakken en specialiteiten waarvoor hij beschikt over de door de Vlaamse regering bepaalde vereiste bekwaamheidsbewijzen. In onderling akkoord met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding kan de kandidaat zich in de overeenkomst inzake inzetbaarheid ook beschikbaar stellen voor ambten, vakken of specialiteiten XII-3212-5/9 waarvoor hij beschikt over een voldoend geacht of ander bekwaamheidsbewijs. Als hij zich beschikbaar stelt voor een ambt, vak of specialiteit waarvoor hij beschikt over een ander bekwaamheidsbewijs, moet hij voldoen aan de voorwaarden van artikel 20, § 2, tweede lid. [...]. [...] Afdeling
  13. - Inzetbaarheid van het lid van de vervangingspool Art.
  14. Het lid van de vervangingspool wordt in de eerste plaats aangesteld in korte reglementaire vervangingen in de scholen en instellingen die op de vervangingspool een beroep doen en waarvoor het, volgens zijn overeenkomst inzake inzetbaarheid, in aanmerking komt. Het lid wordt ingezet overeenkomstig het prestatiestelsel dat geldt voor het ambt waarmee het in de korte reglementaire vervanging is belast. [...] [...] Afdeling
  15. - Rechten en plichten van de leden van de vervangingspool Art.
  16. §
  17. Het lid van de vervangingspool is verplicht de betrekking die hem volgens artikel 22, eerste en tweede lid, wordt aangeboden, te aanvaarden en in dienst te treden op de aangeduide datum. Het lid van de vervangingspool hoeft een betrekking die hem wordt aangeboden volgens artikel 22, eerste en tweede lid, niet te aanvaarden, als dit lid reeds voor vier vijfden van een volledige betrekking en in ten minste drie instellingen is tewerkgesteld. §
  18. Als het lid van de vervangingspool zonder geldige redenen de toegewezen betrekking die hem volgens artikel 22, eerste en tweede lid, wordt aangeboden niet op de vastgestelde datum opneemt, wordt de overeenkomst inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in artikel 17 en de tijdelijke aanstelling zoals bedoeld in artikel 20, § 1, van rechtswege en zonder opzeggingstermijn beëindigd en verliest het lid de voordelen van dit hoofdstuk. De inrichtende macht bij wie de betrekking moet worden opgenomen, oordeelt over de geldigheid van de reden. [...] Afdeling
  19. - Gevolgen voor de scholen en instellingen die een beroep doen op de bepalingen van dit hoofdstuk Art.
  20. §
  21. Onverminderd de geldende bepalingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling, moet in een school of instelling zoals bedoeld in artikel 11, § 2, elke korte reglementaire vervanging in een ambt zoals bedoeld in artikel 19, worden uitgeoefend door een lid van de vervangingspool, dat hiervoor, volgens zijn overeenkomst inzake inzetbaarheid, in aanmerking komt. De betrokken inrichtende macht of directeur kiest vrij tussen de leden van de vervangingspool die op het ogenblik van de te verrichten vervanging beschikbaar zijn, met inachtneming van de regels voor tijdelijke aanstelling in wervingsambten, hetzij volgens het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, hetzij volgens het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. §
  22. [...] §
  23. Als het lid van de vervangingspool voor de opdracht van de korte reglementaire vervanging niet beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs, gebeurt de aanstelling mits de wederzijdse instemming van het lid van de vervangingspool en de inrichtende macht waartoe de school of instelling behoort. [...]”;
  24. Overwegende dat buiten betwisting staat dat verzoekster het vak wetenschappelijk tekenen heeft aangekruist in de documenten op grond waarvan de overeenkomst inzake inzetbaarheid is gesloten en dat zij niet beschikt over een vereist XII-3212-6/9 bekwaamheidsbewijs voor het geven van de aangeboden opdracht van de korte reglementaire vervanging;
  25. Overwegende dat ook de toepasselijkheid van artikel 31, § 3, van het decreet van 8 juni 2000 op de zaak niet wordt tegengesproken, maar enkel de stelling dat verzoekster zich er op vermag te beroepen om de haar aangeboden aanstelling van wetenschappelijk tekenen te weigeren; dat de begeleidingscommissie in de bestreden beslissing als uitgangspunt neemt dat enkel het schoolbestuur artikel 31, § 3, mag aanvoeren om een lid van de vervangingspool af te wijzen; dat de begeleidingscommissie zich met andere woorden niet eens uitspreekt over de vraag of verzoekster over een geldige reden beschikt, als bedoeld in artikel 29, § 2, van het decreet, om de aangeboden opdracht te weigeren, omdat het volgens de commissie hoe dan ook niet aan verzoekster toekomt om het aanbod nog te weigeren; Overwegende dat de commissie zich vergist; dat artikel 31, § 3, van het decreet, zoals het is geredigeerd, een bijzondere regeling vormt die zich voor de daar specifiek geregelde gevallen toevoegt aan de algemene regeling van artikel 29 van het decreet; dat artikel 31, § 3, van het decreet in klare bewoordingen voor het geval als het voorliggende de in artikel 31, § 1, neergeschreven regels -verplichting om een beroep te doen op de vervangingspool maar vrije keuze van het schoolbestuur tussen de beschikbare leden van de vervangingspool- moduleert en “de wederzijdse instemming van het lid van de vervangingspool en de inrichtende macht waartoe de school of instelling behoort” vereist; Overwegende dat “wederzijdse instemming” het onderlinge akkoord tussen het poollid en het schoolbestuur veronderstelt; dat het personeelslid zich in de zogenaamde inzetbaarheidsovereenkomst weliswaar heeft mogen “beschikbaar stellen” voor wetenschappelijk tekenen; dat dit algemene “beschikbaar stellen” echter niet als zulk een “wederzijdse instemming” kan worden aangemerkt voor de opdracht, al was het maar omdat die inzetbaarheidsovereenkomst niet met het schoolbestuur is gesloten maar met de VDAB; dat bovendien haar principiële inzetbaarheid, zoals genoteerd in de inzetbaarheidsovereenkomst, niet eraan in de weg staat dat overeenkomstig artikel 31, § 3, nog steeds voor de specifieke vervangingsopdracht wederzijdse instemming is vereist tussen betrokkene en de school; XII-3212-7/9 Overwegende dat de plaats van de besproken decreetsbepaling in afdeling 7 van het decreet en het opschrift van die afdeling -“gevolgen voor de scholen [...]” niet vermogen een in het artikel uitdrukkelijk voorgeschreven “wederzijdse instemming van het lid van de vervangingspool en de inrichtende macht waartoe de school of instelling behoort” te doen lezen als “[eenzijdige] instemming van de inrichtende macht”, waarvoor overigens reeds artikel 31, § 1, zou kunnen volstaan; dat een opschrift van een afdeling op zich immers geen verordenend karakter heeft en, zo het gebeurlijk al mag helpen om een onduidelijke bepaling uit te leggen, te dezen niet dienstig is om een op zichzelf voor directe toepassing vatbare tekst uit te leggen op een wijze die met die toepassing ervan strijdig is; Overwegende dat de bestreden beslissing voorbij gaat aan artikel 31, § 3, van het decreet en de door verzoekster opgegeven redenen om de opdracht te weigeren “niet relevant” noemt; dat de bestreden beslissing dienvolgens steunt op een ondeugdelijk motief; dat het middel in die mate gegrond is; dat de Raad zich daarbij niet uitspreekt over de vraag of de aangevoerde redenen wél geldige redenen zijn; dat zulks te beoordelen immers op de eerste plaats toevalt aan het bestuur; dat, zoals gezien, de begeleidingscommissie aan die beoordeling nog niet is toegekomen, BESLUIT: Artikel
  26. Vernietigd wordt de beslissing van 13 juni 2001 van de “begeleidingscommissie vervangingspool” bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, om het beroep van Karin Noelmans tegen de schrapping uit de vervangingspool niet te aanvaarden. Artikel
  27. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-3212-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juli 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3212-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.975 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.