← België

Arrest 161000 - - 05/07/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.000 Rolnummer: A. 101049/XII-4619 Zaak: Arrest 161000 - - 05/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-27 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 23:56 Fiche Arrest nr 161.000 van 5 juli 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.000 van 5 juli 2006 in de zaak A. 101.049/XII-

  1. In zake :
  2. Tanio PASCUAL-MADORRAN,
  3. Joeri PASCUAL-MADORRAN,
  4. de BVBA PALLADIUM, die woonplaats kiezen bij advocaat Ph. Vancaeneghem, kantoor houdende te Gent, Twaalfkameren 17 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Tanio Pascual-Madorran, Joeri Pascual-Madorran en de BVBA Palladium op 28 februari 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de artikelen 7, 9, 10, 11 en 19 van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de beschikking van 24 januari 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan verzoekers op 10 februari 2006; XII-4619-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoekers, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekers niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep als niet-ontvankelijk wordt voorgesteld, hoofdzakelijk omdat de bestreden artikelen 7 tot en met 11 reeds vernietigd zijn bij arrest nr. 114.688 van 20 januari 2003; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoekers melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoekers binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat er in de concrete omstandigheden van de zaak wel reden is de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-4619-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juli 2006, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4619-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.000 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.