id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.005 Rolnummer: A. 170009/IX-5207 Zaak: Arrest 161005 - - 05/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-08-01 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 23:58 Fiche Arrest nr 161.005 van 5 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.005 van 5 juli 2006 in de zaak A. 170.009/IX-
- In zake : Roger AERTS, wonende te NIEUWPOORT, Albert I-laan 319/0305 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnen- landse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift van 25 januari 2006 waarin Roger AERTS verzoekt “over te gaan tot een mildere strafbepaling” inzake de tuchtmaatre- gel van de inhouding van wedde gedurende één maand, hem medegedeeld bij schrijven van 21 december 2005 van de directeur personeel en organisatie van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 24 mei 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 juni 2006; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van attaché C. NYS, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5207-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. 1.
- Op 26 juli 2005 beslist het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken om lastens verzoeker, technisch medewerker bij het provinciaal gouvernement van Oost-Vlaanderen, als definitief tuchtvoorstel de inhouding van de wedde, gedurende één maand vast te stellen. 1.
- Verzoeker tekent bij de departementale raad van beroep bezwaar aan tegen voornoemd tuchtvoorstel. 1.
- Op 21 september 2005 beslist de departementale raad van beroep, in toepassing van artikel 93 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, naar luid waarvan de voorzitter, indien de ambtenaar zonder geldige reden niet verschijnt, de zaak als niet meer bij de raad aanhangig beschouwt en hij het dossier aan de minister toezendt, het tuchtdossier lastens verzoeker aan de minister over te zenden. 1.
- Bij schrijven van 23 november 2005 deelt de minister verzoeker mede dat hij beslist heeft hem de tuchtmaatregel van de inhouding van de wedde gedurende één maand op te leggen. 1.
- Op 19 december 2005 beslist de voorzitter van het directiecomité dat aan verzoeker de inhouding van de wedde voor een periode van één maand wordt opgelegd. 1.
- Bij schrijven van respectievelijk 21 december 2005 en 19 januari 2006 wordt de voornoemde beslissing van de voorzitter van het directiecomité aan verzoeker medegedeeld. IX-5207-2/4
- De ontvankelijkheid van de vordering. Overwegende dat in het verzoekschrift van 25 januari 2006 evenals als in verzoekers brief van 1 februari 2006 vergeefs gespeurd wordt naar een overtreden rechtsbeginsel of rechtsregel of de wijze waarop de bestreden beslissing dit rechtsbeginsel of die rechtsregel zou schenden; dat verzoeker zich in wezen er toe beperkt zijn verontschuldigingen aan te bieden voor een begaan tuchtfeit en hiervoor een “mildere strafbepaling” te vragen; dat overeenkomstig artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State elk verzoekschrift tot annulatie dat aan de Raad van State wordt voorgelegd een uiteenzetting van de middelen dient te bevatten die tegen de bestreden beslissing worden aangevoerd; dat het ontbreken van dergelijke uiteenzetting leidt tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering; dat in deze de vordering bijgevolg als kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. IX-5207-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juli 2000 en zes, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS L. HELLIN IX-5207-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.005 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.