id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.041 Rolnummer: A. 58578/X-9264 Zaak: Arrest 161041 - - 06/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-12 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 00:06 Fiche Arrest nr 161.041 van 6 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.041 van 6 juli 2006 in de zaak A. 58.578/X-
- In zake : Marc VAN WYMERSCH, wonende te 9620 ZOTTEGEM, Wijnhuizestraat 128 tegen : de stad ZOTTEGEM. tussenkomende partij : Kathleen DE LOOZE, die woonplaats kiest bij Advocaten L. PROOT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc VAN WYMERSCH op 22 juni 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 21 maart 1994 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Zottegem waarbij aan Kathleen DE LOOZE de vergunning is verleend tot oprichting van een woning op een perceel gelegen te Zottegem (Erwetegem), aan de Wijnhuizestraat, kadastraal bekend onder sectie B, nrs. 354 en 356c; Gelet op het arrest nr. 52.606 van 30 maart 1995 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 12 januari 1996 ingediend door Kathleen DE LOOZE; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-wnd. afdelingshoofd F. DE BUEL; X-9264-1/4 Gelet op de beschikking van 8 december 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 30 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 maart 2006, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot 28 april 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat C. HEERMAN die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat L. PROOT die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de tussenkomende partij opwerpt dat het beroep niet ontvankelijk is ratione temporis; dat zij ter zake aanvoert dat voorafgaand aan het afleveren van de vergunning een onderzoek werd ingesteld bij de aanpalende eigenaars zodat de kennisgeving reeds vóór 21 maart 1994 gebeurde; Overwegende dat de bestreden vergunning niet bekendgemaakt noch aan derden belanghebbenden betekend dient te worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop een verzoeker er kennis van heeft gehad of geacht moet worden er ten gemeentehuize kennis van te hebben kunnen nemen, gebruik makend van de op dat ogenblik bestaande mogelijkheid die hem krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, werd geboden om er aldaar inzage van te nemen; X-9264-2/4 Overwegende dat de verzoeker in zijn verzoekschrift stelt dat hij pas kennis kreeg van het afleveren van de bouwvergunning op maandag 16 mei 1994 en dat hij op die datum ter zake navraag deed omdat op vrijdag 13 mei 1994 voorbereidende werken werden aangevat op het bewuste perceel; dat die bewering niet door de overige partijen wordt tegengesproken; dat huidig beroep is ingesteld op 22 juni 1994, zijnde minder dan zestig dagen na kennisname van de vergunning; dat de omstandigheid dat hij kennis had van het feit dat een aanvraag hangende was, hieraan geen afbreuk doet; Overwegende dat niet wordt betwist dat de verzoeker in de onmiddellijke nabijheid woont van het bouwperceel; dat hij daardoor alleen reeds doet blijken van het rechtens vereiste belang bij de gevraagde nietigverklaring; dat de exceptie van de tussenkomende partij niet kan worden aangenomen; Overwegende dat de verzoeker in een enig middel aanvoert dat de bouwvergunning steunt op een onwettige verkavelingsvergunning daar deze een onterechte toepassing heeft gemaakt van de opvulregel; Overwegende dat bij arrest nr. 161.040 van heden het beroep tegen de verkavelingsvergunning is verworpen; dat deze vergunning derhalve definitief is geworden; dat het middel afgeleid uit de onwettigheid van de verkavelingsvergunning niet ontvankelijk is; Overwegende dat het beroep waarin enkel een onontvankelijk middel wordt aangevoerd, als zodanig onontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Kathleen DE LOOZE wordt ingewilligd. X-9264-3/4 Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes juli 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-9264-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.041 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.