id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.073 Rolnummer: A. 73328/XII-98 Zaak: Arrest 161073 - - 07/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-20 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-01 00:14 Fiche Arrest nr 161.073 van 7 juli 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.073 van 7 juli 2006 in de zaak A. 73.328/XII-
- In zake : Luc MENEVE, die woonplaats kiest bij advocaat G. Demin, kantoor houdende te Leuven, J.P. Minckelersstraat 70 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc Meneve op 18 februari 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 13 december 1996 van de gouverneur van Vlaams-Brabant waarbij hem een vergunning tot het bezitten van een oorlogswapen wordt geweigerd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 28 februari 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 maart 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-97-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Soeteweye, die loco advocaat G. Demin, verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. De Wolf; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Luc Meneve is sportschutter en lid van de Kolveniersgilde te Sint- Katelijne-Waver en van Target 121 te Leopoldsburg. Volgende vergunningen werden hem verleend : - op 14 augustus 1992, een vergunning tot het voorhanden hebben van het verweerwapen pistool Colt; - op 26 april 1993, een vergunning tot het voorhanden hebben van het verweerwapen Remington 870; - op 7 februari 1994, een vergunning tot het voorhanden hebben van het verweerwapen revolver Ruger; - op 1 juli 1994, een vergunning tot het voorhanden hebben van het oorlogswapen grendelgeweer Remington. 1.
- Bij brief van 9 juli 1996 vraagt Luc Meneve, teneinde schietoefeningen te doen met een “militair geweer”, een vergunning aan tot het voorhanden hebben van een oorlogswapen Bushmaster Remington. 1.
- In een brief van 25 juli 1996 vraagt de gouverneur advies aan de korpschef van de gemeentepolitie te Haacht. Op 19 augustus 1996 geeft laatstgenoemde een ongunstig advies. Vermeld wordt dat Luc Meneve “gekend” is bij de gerechtelijke politie en bij het parket van de procureur des Konings met verwijzing naar een dossier. Daarnaast wordt gesteld dat het “niet opportuun” is aan Luc Meneve verdere vergunningen te verlenen “gelet op zijn gerechtelijk verleden”. XII-97-2/7 1.
- Bij brief van 28 augustus 1996 vraagt de gouverneur aan de procureur des Konings te Leuven een onderzoek te willen instellen betreffende de persoonlijkheid van Luc Meneve. Met een brief van 19 november 1996 bezorgt de procureur des Konings aan de gouverneur een proces-verbaal van inlichtingen van 23 september
- De procureur deelt voorts mee bezwaar te hebben tegen het verlenen van een vergunning tot het voorhanden hebben van een tweede oorlogswapen. Ook stelt hij voor de vergunningen die voordien aan Luc Meneve werden afgeleverd in te trekken “op basis van zijn gerechtelijk verleden”. In het proces-verbaal van inlichtingen van 23 september 1996 wordt onder meer het volgende gesignaleerd : “Hij is gekend bij de diensten van het Parket van Dhr. Procureur des Konings te Leuven in een dossier LE 17.08.20029/86 - dossier 442/86 van Dhr. OR Decoux als dader of mededader aan verschillende diefstallen met braak, inklimming of valse sleutels. In deze zaak werd een vonnis uitgesproken door de Correctionele Rechtbank te Leuven op datum van 16.09.
- Betrokkene verkreeg opschorting der uitvoering van het vonnis voor de duur van vijf jaar, gekoppeld aan bepaalde voorwaarden”. 1.
- Op 13 december 1996 beslist de gouverneur van Vlaams-Brabant aan Luc Meneve de gevraagde vergunning tot het voorhanden hebben van een oorlogswapen Bushmaster kaliber .223 Remington, te weigeren. De motivering van dat weigeringsbesluit luidt als volgt : “Gelet op de aanvraag van 9 juli 1996 ingediend door de heer Meneve Luc, geboren te Leuven op 22 april 1968 en wonende te 3150 Haacht, [...] tot het bezitten van een tweede oorlogsvuurwapen nl. een half-automatisch geweer Bushmaster model XM15-E25 - kaliber .223 remington ; Gelet op het verslag nr. AD204 VR van 19 augustus 1996 van de commissaris van de gemeentepolitie van Haacht, waarbij een ongunstig advies over voormelde aanvraag wordt uitgebracht, daar hij van mening is dat rekening houdend met het gerechtelijk verleden van de betrokkene het niet opportuun is hem nog verder vergunningen af te leveren ; Gelet op het advies van 19 november 1996 van de heer procureur des Konings te Leuven, waarbij bevestigd wordt dat zijn ambt bezwaar heeft tegen het toekennen van een vergunning tot het voorhanden hebben van een tweede oorlogsvuurwapen en hij dan ook voorstelt de bestaande vergunningen die aan de vergunningaanvrager werden afgeleverd op basis van diens gerechtelijk verleden in te trekken ; Gelet op het art. 11§1 van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie en het art. 9 van het K.B. van 20 september 1991 tot uitvoering van deze wet van 3 januari 1933, die bepalen dat een vergunning tot het voorhanden hebben van een oorlogsvuurwapen verleend wordt door de gouverneur van de provincie waar de betrokkene zijn woonplaats heeft ; XII-97-3/7 Gelet op de omzendbrief van de Minister van Justitie van 30 oktober 1995, punt 7.6.1, waarbij gesteld wordt dat het voorhanden hebben van een oorlogswapen van uitzonderlijke aard moet zijn en de vergunningen m.b.t. dergelijke wapens derhalve met de grootste omzichtigheid dienen te worden uitgereikt ; Gelet op art. 79 van de aanvullende overeenkomst bij het akkoord van Schengen, die op 19 juni 1990 is ondertekend, dat de gewoonlijk als oorlogswapens gebruikte vuurwapens en de automatische vuurwapens bij de verboden wapens rangschikt maar tevens bepaalt dat de bevoegde autoriteiten in individuele gevallen een vergunning kunnen verlenen indien zulks de openbare orde en veiligheid niet in gevaar brengt ; Gelet op art. 6 van de richtlijn 6903 dd. 26 juli 1991 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het toezicht op de aankoop en het voorhanden hebben van vuurwapens, dat de aankoop en het voorhanden hebben van vuurwapens en van de munitie voor automatische wapens verbiedt, maar in bijzondere gevallen aan de autoriteiten de mogelijkheid biedt vergunningen te verlenen indien zulks niet strijdig is met de openbare orde en de veiligheid ; Gelet op art. 128 van de Provinciewet, waarbij de gouverneur belast wordt met de zorg voor de handhaving van de rust en de openbare orde in de provincie, voor de veiligheid van de personen en de eigendommen ; Overwegende dat het in casu een aanvraag betreft tot het verkrijgen van een vergunning tot het voorhanden hebben van een oorlogsvuurwapen met het oog op het beoefenen van de sportschutterij ; Overwegende dat de gouverneur zich bij de beoordeling van deze aanvragen laat leiden door overwegingen inzake openbare orde en veiligheid (art. 128 Provinciewet), en terzake over een discretionaire bevoegdheid beschikt ; Overwegende dat het in deze omstandigheden geboden is de aangevraagde vergunning te weigeren, daar het bezit door betrokkene van het beoogde oorlogsvuurwapen, gelet op diens gerechtelijke antecedenten, een gevaar kan opleveren voor de openbare orde en veiligheid”. 1.
- Op 8 januari 1997 wordt een afschrift van voormeld besluit van 13 december 1996 aan Luc Meneve betekend;
- De grond van de zaak. Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift in een vierde middel onder meer de schending van het “redelijkheidsbeginsel” aanvoert; dat hij daartoe betoogt dat verwerende partij zich heeft gesteund op feiten waarvoor geen vonnis of arrest met kracht van gewijsde voorhanden is, dat verwerende partij teruggrijpt naar een reden die reeds gekend was ten tijde van het toekennen van eerdere vergunningen maar die toentertijd blijkbaar niet deed besluiten dat hij een gevaar is voor de openbare orde, dat moet worden vastgesteld dat hij sinds hem vergunningen werden toegekend op geen enkele manier meer in contact is gekomen met de gerechtelijke instanties, dat hij derhalve in de periode dat hij over XII-97-4/7 vergunningen beschikte, zijnde vanaf 1992, heeft bewezen dat hij zeker niet dient te worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde; Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord nalaat op dit middel te reageren; Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord grotendeels herhaalt wat hij reeds in zijn verzoekschrift heeft uiteengezet; dat hij er voorts op wijst dat de rechtbank blijkbaar van oordeel was dat de feiten onvoldoende ernstig waren voor een straf en dat het niet redelijk is dat de administratieve overheid op grond van diezelfde feiten van meer dan 10 jaar terug, “waar zij aanvankelijk geen probleem van maakte”, een weigeringsbeslissing neemt; Overwegende dat verwerende partij in de laatste memorie doet gelden dat bij het nemen van de bestreden beslissing rekening werd gehouden met “artikel 79 van de aanvullende overeenkomst bij het akkoord van Schengen”, met “richtlijn 6903 van 26 juli 1991 van de Raad van de Europese Gemeenschappen”, met de richtlijnen van de minister van Justitie inzake wapens alsook met het advies van 19 november 1996 van de procureur des Konings; dat verwerende partij voorts stelt dat laatstgenoemde beschikte over het aan het vonnis van 16 september 1988 ten grondslag liggende dossier en tevens het best is geplaatst om te oordelen over de ernst van de feiten zodat zij zich terecht steunde op diens advies, dat de vaststellingen en verklaringen uit het gerechtelijk dossier mochten worden “gebruikt”, ook al werd verzoeker niet veroordeeld en ook al vroeg zij de gerechtelijke beslissing niet op, dat het niet kennelijk onredelijk is te vereisen dat een particulier die wapens wenst te bezitten over een onberispelijk gedrag moet beschikken, dat zij op grond van de ingewonnen inlichtingen tot het besluit mocht komen dat het bezit van vuurwapens door verzoeker onverantwoord is; dat verwerende partij ten slotte betoogt dat de bestreden beslissing niet enkel steunt op verzoekers gerechtelijk verleden, maar ook op de geldende richtlijnen en het advies van de procureur des Konings van 1996, dat zij in deze materie over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt, dat de aangevraagde vergunning met het oog op de vrijwaring van de openbare orde en veiligheid werd geweigerd, dat, ook al werden de betrokken feiten acht jaar ervoor gepleegd, zij op grond van die feiten mocht besluiten dat het bezit van een vuurwapen door verzoeker een gevaar voor de openbare orde inhield; Overwegende dat de gouverneur op grond van artikel 11, §1, eerste lid, van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van de handel in en het XII-97-5/7 dragen van wapens en op de handel in munitie, over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt bij het verlenen van de daarin bedoelde vergunningen; dat “discretionair” evenwel geen synoniem is voor onbeperkt of willekeurig; dat voor de wettige uitoefening van de beoordelingsvrijheid onder meer vereist is dat een beslissing niet de grenzen van de redelijkheid te buiten gaat, maar steunt op een genoegzame afweging van de betrokken gegevens; Overwegende dat de bestreden beslissing enkel blijkt te steunen op feiten die dateren van vóór het vonnis van 16 september 1988; dat in het administratief dossier geen afschrift van het vonnis werd neergelegd en uit niets blijkt dat verwerende partij er zelf kennis van zou hebben genomen en hoe verwerende partij ertoe gekomen is de vaststellingen en verklaringen uit het gerechtelijk dossier te gebruiken; dat de betrokken feiten op het ogenblik van de bestreden beslissing meer dan 8 jaar oud waren; dat daarenboven uit het administratief dossier geen andere ongunstige feiten blijken; dat integendeel in het proces-verbaal van 23 september 1996 van de gerechtelijke politie wordt bevestigd dat verzoeker zowel op privé als op professioneel vlak goed staat aangeschreven en dat over zijn gedrag en moraliteit geen negatieve elementen bekend zijn; dat ondanks het “ongunstig” besluit ervan, hetzelfde blijkt uit het verslag van 19 augustus 1996 van de korpschef van de politie van de gemeente Haacht; dat het in die omstandigheden in strijd is met het redelijkheidsbeginsel om de bestreden beslissing te steunen op feiten die reeds meer dan acht jaar oud waren en waarvan de relevantie bij gebrek aan nader onderzoek niet vaststond, en om geen rekening te houden met het goede gedrag van de verzoeker sinds die feiten, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 13 december 1996 van de gouverneur van Vlaams-Brabant waarbij aan Luc Meneve een vergunning tot het bezitten van een oorlogswapen wordt geweigerd. XII-97-6/7 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juli 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-97-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.073 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.