id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.074 Rolnummer: A. 78698/XII-1394 Zaak: Arrest 161074 - - 07/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-20 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-01 00:15 Fiche Arrest nr 161.074 van 7 juli 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.074 van 7 juli 2006 in de zaak A. 78.698/XII-
- In zake : Georges ZUCKA, die woonplaats kiest bij advocaat P. Flamey, kantoor houdende te Antwerpen, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Georges Zucka op 20 mei 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 april 1998 van de gouverneur van de provincie Antwerpen waarbij aan verzoeker “in het kader van de regularisatie van de bestaande toestand” een vergunning tot het bezitten van een opslagplaats van verweer- of oorlogswapens of van munitie voor die wapens wordt verleend op voorwaarde “dat geen nieuwe wapens aan het bestand kunnen worden toegevoegd of dat geen wapens kunnen worden vervangen totdat het aantal wapens is herleid tot de hoeveelheid, waarvoor geen opslagplaats meer is vereist”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 23 januari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 16 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 maart 2006; XII-1394-1/6 Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. Verhelst, die loco advocaat P. Flamey verschijnt voor verzoeker, en van adviseur G. Langerwerf, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. De Wolf; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Op 17 oktober 1996 verleent de gouverneur van Vlaams-Brabant aan Georges Zucka een vergunning tot het bezitten van een opslagplaats van verweer- of oorlogswapens of van munitie voor die wapens. Deze vergunning heeft betrekking op de opslagplaats gevestigd in de woonplaats van Georges Zucka te Vilvoorde, en wordt verleend onder volgende voorwaarden : “Maximum 15 vuurwapens, waaronder max. 2 oorlogsvuurwapens, voor het beoefenen van de schietsport en als verzameling”. 1.
- In maart 1997 verhuist Georges Zucka naar Essen. Op 2 september 1997 vraagt hij bij het provinciebestuur van Antwerpen een vergunning aan tot het bezitten van een wapenopslagplaats. Onder de identificatie van de opslagplaats vermeldt hij “Maximaal 15 wapens” en als reden van de aanvraag “Verhuis. Bijgevoegd is een kopie van de huidige erkenning”. Bij brieven van 28 oktober 1997 en 15 januari 1998 bezorgt het politiecommissariaat van Essen allerlei informatie aan het arrondissements- commissariaat te Antwerpen. Zo wordt onder meer gemeld dat er vermoedelijk geen gevaar bestaat voor inbreuken op de openbare orde, openbare veiligheid of algemene gezondheid en dat er “omtrent gedrag, faam, moraliteit en levenswijze van aanvrager geen ongunstige gegevens gekend zijn”. XII-1394-2/6 Bij brief van 10 februari 1998 geeft de procureur des Konings te Antwerpen aan de gouverneur een gunstig advies inzake de aanvraag van Georges Zucka. In die brief wordt echter het volgende vermeld : “Dit gunstig advies beperkt zich echter tot regularisatie van de bestaande toestand die ontstaan is doordat de Gouverneur van Vlaams-Brabant de gevraagde vergunning reeds eerder toestond. Mijn ambt is de mening toegedaan dat vergunning voor het houden van een wapenopslagplaats enkel aan bewakingsfirma’s of schuttersclubs kan worden gegeven of aan privé personen voor zover het de regularisatie betreft van een bestaande toestand. Dit houdt in dat geen nieuwe wapens aan het bestand kunnen worden toegevoegd of dat geen wapens kunnen worden vervangen, tot het zal zijn herleid tot het aantal wapens, dat is toegelaten, zonder vergunning voor het bezit van een wapenopslagplaats”. Bij brief van 30 maart 1998 herhaalt de procureur des Konings te Antwerpen dat zijn advies enkel “gunstig” is voor wat betreft het toekennen van een vergunning voor een wapenopslagplaats en dit voor de wapens die betrokkene op dat ogenblik bezit. Hij stelt daarbij het volgende : “Mijn ambt is de mening toegedaan dat vergunningen voor het houden van een wapenopslagplaats enkel aan bewakingsfirma’s of schuttersclubs kan worden gegeven of aan privé-personen voor zover het de regularisatie betreft van een bestaande toestand die gecreëerd werd door dat bvb. diverse KB.’s de aard van sommige wapens veranderde. Particulieren kunnen derhalve maximaal het aantal wapens bezitten dat wettelijk toegelaten is zonder bezit van een opslagplaatsvergunning. Dit houdt in dat in casu geen nieuwe wapens aan het bestand kunnen worden toegevoegd of dat geen wapens kunnen worden vervangen, tot het zal zijn herleid tot het aantal wapens, dat is toegelaten, zonder vergunning voor het bezit van een wapenopslagplaats”. 1.
- Op 2 april 1998 verleent de gouverneur van Antwerpen aan Georges Zucka met de bestreden beslissing een “vergunning tot het bezitten van een opslagplaats van verweer- of oorlogswapens of van munitie voor die wapens”. In die vergunning wordt onder meer vermeld : “Inhoud van de opslagplaats : 12 vergunningsplichtige wapens [...] Modaliteiten : Deze vergunning wordt enkel verleend in het kader van de regularisatie van de bestaande toestand. Dit betekent dat geen nieuwe wapens aan het bestand kunnen worden toegevoegd of dat geen wapens kunnen worden vervangen totdat het aantal wapens is herleid tot de hoeveelheid, waarvoor geen opslagplaats meer is vereist”; XII-1394-3/6
- De ontvankelijkheid van het beroep. Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord doet gelden dat verzoeker onvoldoende belang heeft bij het annulatieberoep, dat zij hem immers een opslagplaatsvergunning voor twaalf vergunningsplichtige wapens heeft verleend, zijnde het aantal waarover hij thans beschikt, hetgeen geen ongunstige beslissing is; Overwegende dat verzoeker een vergunning heeft aangevraagd voor een wapenopslagplaats tot vijftien wapens; dat hij evenwel slechts een “regularisatievergunning” kreeg, namelijk een vergunning tot voorlopig behoud van een opslagplaats voor twaalf wapens; dat de vergunning niet alleen beperkt is tot twaalf wapens maar de wapens bovendien niet mogen worden vervangen; dat verzoeker, omdat hij een volwaardige vergunning vroeg voor een opslagplaats tot vijftien wapens en slechts een vergunning kreeg die beperkter is in omvang en bovendien uitdovend, over het rechtens vereiste belang beschikt;
- De grond van de zaak. 3.
- Overwegende dat verzoeker in het verzoekschrift als eerste middel de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat hij daartoe betoogt dat in de bestreden beslissing de feitelijke motivering van de bestreden beslissing een nietszeggende stijlformule is, hij daardoor geen inzicht krijgt in “wat de heer Gouverneur hiermee zou kunnen bedoelen” en dat de juridische motivering volkomen ontbreekt, zodat niet wordt voldaan aan de motiveringsplicht; 3.
- Overwegende dat verwerende partij antwoordt dat zij bij het uitreiken van een opslagplaatsvergunning steeds rekening moet houden met het mogelijke gevaar voor het algemeen belang, dat de concentratie van wapens immers een gevaar kan inhouden voor de openbare veiligheid, dat niet kan worden ontkend dat verscheidene ernstige gebeurtenissen met vuurwapens onlangs heel wat opschudding hebben veroorzaakt bij de bevolking, dat zij rekening houdend met deze factoren de voorwaarden bepaalt waaronder een vergunning kan worden uitgereikt, dat verzoekers redenering dat zij geen rechtsgrond heeft om beperkingen of voorwaarden op te leggen, onjuist is, dat zij integendeel bij de appreciatie van de elementen over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt; XII-1394-4/6 3.
- Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord nader betoogt dat het verweer niet pertinent en niet ter zake dienend is, dat de verwerende partij discretionaire bevoegdheid verwart met de uitdrukkelijke motiveringsplicht, dat met de vermelding “dat verscheidene ernstige gebeurtenissen met vuurwapens onlangs heel wat opschudding hebben veroorzaakt bij de bevolking” geen rekening kan worden gehouden omdat ze niet in de bestreden beslissing werd vermeld, dat deze overweging bovendien geen motief is voor de in de vergunning opgelegde beperkingen; 3.
- Overwegende dat de artikelen 2 en 3 van de voormelde wet van 29 juli 1991 de overheid verplichten in de motivering van de in die wet bedoelde beslissingen de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen en zulks op een afdoende wijze; dat die motivering een belanghebbende in staat dient te stellen terdege te oordelen of het zin heeft zich tegen die beslissing te verweren op het stuk van de motieven met de middelen die het recht hem ter beschikking stelt; dat aan die verplichting geen afbreuk wordt gedaan doordat verwerende partij op grond van artikel 16 van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt bij het nemen van de bestreden beslissing; dat ook -en vooral zelfs- een dergelijke beslissing moet steunen op motieven waarvan blijk moet worden gegeven in de formele motivering van de bestreden beslissing; Overwegende dat te dezen in de bestreden beslissing geen enkele juridische of feitelijke overweging wordt vermeld; dat verzoeker, zoals reeds werd vastgesteld, de door hem gevraagde vergunning die een opslagplaats voor maximum vijftien wapens zou moeten toestaan, niet verkrijgt; dat hem immers een in tijd en omvang beperkte vergunning wordt verleend; dat het weigeren van het meer gevraagde nergens wordt gemotiveerd; dat in de bestreden beslissing alsook in de begeleidende brief evenmin wordt verwezen naar het advies van de procureur des Konings; dat voornoemd advies overigens niet bindend is zodat niet zonder meer kan worden aangenomen dat verwerende partij de gevraagde vergunning heeft geweigerd om de redenen vermeld in voornoemd advies; dat bovendien ook uit het administratief dossier, dat werd opgemaakt vóór het nemen van de bestreden beslissing, niet kan worden afgeleid welke de motieven van verwerende partij zijn voor het weigeren van de gevraagde vergunning; dat evenmin blijkt dat een concrete beoordeling van verzoekers situatie en een concrete afweging van het gevaar voor XII-1394-5/6 de openbare orde zouden hebben plaatsgevonden; dat ten slotte ook geen rekening kan worden gehouden met motieven of overwegingen die voor het eerst worden ingeroepen in de memorie van antwoord; dat zodoende niet is voldaan aan de verplichting tot uitdrukkelijke motivering zoals opgelegd door de voormelde wet van 29 juli 1991; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 2 april 1998 van de gouverneur van Antwerpen waarbij aan Georges Zucka in het kader van de regularisatie van de bestaande toestand een vergunning tot het bezitten van een opslagplaats van verweer- of oorlogswapens of van munitie voor die wapens wordt verleend in zoverre daarin de voorwaarde wordt opgelegd dat geen nieuwe wapens aan het bestand kunnen worden toegevoegd of dat geen wapens kunnen worden vervangen totdat het aantal wapens is herleid tot de hoeveelheid, waarvoor geen opslagplaats meer is vereist. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juli 2006 door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1394-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.074 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.