id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.206 Rolnummer: A. 174430/XII-4808 Zaak: Arrest 161206 - - 07/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-12 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 12:00 Fiche Arrest nr 161.206 van 7 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.206 van 7 juli 2006 in de zaak A. 174.430/XII-
- In zake : de BV MAZON, vennootschap naar Nederlands Recht, die woonplaats kiest bij advocaten R. Peeters en D. Aerts, kantoor houdende te Overijse, Brusselsesteenweg 506 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit, die woonplaats kiest bij advocaat B. van Hyfte, kantoor houdende te Brussel, Kroonlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BV Mazon op 29 juni 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van "de beslissing van de Belgische Staat van de Minister van Mobiliteit d.d. 17 mei 2006 houdende vaststelling van het bestek (BC/PLA/0602) voor levering van kentekenplaten en bij samenhang het bestek BC/PLA/0602 zelf"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 30 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 juli 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Aerts die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. Van Hyfte die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; XII-4808-1/3 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de eerste voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij de uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden acht "omdat men via een gewone schorsingsprocedure geen schorsing kon bekomen vóór 17 juli 2006, datum waarop de offerten zullen geopend worden"; dat zij voorts betoogt na de publicatie van de aankondiging van de in het geding zijnde opdracht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen op 1 juni 2006, onmiddellijk al het nodige te hebben gedaan om het bestek op te halen; dat ze op 9 juni 2006 een e-mail boodschap naar de diensten van de verwerende partij heeft gezonden betreffende punten van het bestek; dat ze stelt geen antwoord te hebben ontvangen en een telefoongesprek te hebben gevoerd met een betrokken adviseur van de verwerende partij die niet zou hebben geweten wanneer een antwoord zou worden geformuleerd; dat de verzoekende partij op 29 juni 2006 haar vordering bij de Raad van State indiende; Overwegende dat de termijn van bijna vier weken tussen de voormelde publicatie -en dus de mogelijkheid tot kennisname van het bestek- en het indienen van het verzoekschrift de negatie inhoudt van de uiterst dringende noodzakelijkheid die de verzoekende partij inroept; dat het feit dat ze de verwerende partij contacteerde niets afdoet van deze vaststelling, nu ze zelf aangeeft dat zij zich op de datum van 17 juli 2006 diende te richten; dat aldus niet aan de eerste schorsingsvoorwaarde is voldaan, XII-4808-2/3 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juli 2006, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. D. VERBIEST. XII-4808-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.206 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.