id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.217 Rolnummer: A. 73327/XII-97 Zaak: Arrest 161217 - - 11/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-23 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 00:23 Fiche Arrest nr 161.217 van 11 juli 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.217 van 11 juli 2006 in de zaak A. 73.327/XII-
- In zake : Luc MENEVE, die woonplaats kiest bij advocaat G. Demin, kantoor houdende te Leuven, J.P. Minckelersstraat 70 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc Meneve op 18 februari 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 13 december 1996 van de gouverneur van Vlaams-Brabant waarbij zijn machtigingen tot het voorhanden hebben van vuurwapens worden ingetrokken; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 16 februari 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 maart 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-97-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Soeteweye, die loco advocaat G. Demin, verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van adjunct - auditeur-generaal P. De Wolf; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Luc Meneve is sportschutter en lid van de Kolveniersgilde te Sint- Katelijne-Waver en van Target 121 te Leopoldsburg. Volgende vergunningen werden hem verleend : - op 15 juni 1992, een vergunning tot het voorhanden hebben van het verweerwapen pistool Colt kal. 45; - op 26 april 1993, een vergunning tot het voorhanden hebben van het verweerwapen riot gun Remington 870; - op 7 februari 1994, een vergunning tot het voorhanden hebben van het verweerwapen revolver Ruger kal. 357; - op 17 juli 1994, een vergunning tot het voorhanden hebben van het oorlogswapen grendelgeweer Remington 700 kal.
- 1.
- Bij brief van 9 juli 1996 vraagt Luc Meneve, teneinde schietoefeningen te doen met een “militair geweer”, een vergunning aan tot het voorhanden hebben van een oorlogswapen Bushmaster kal. 223 remington. 1.
- In een brief van 25 juli 1996 vraagt de gouverneur advies aan de korpschef van de gemeentepolitie te Haacht. Op 19 augustus 1996 geeft laatstgenoemde een ongunstig advies. Vermeld wordt dat Luc Meneve “gekend” is bij de gerechtelijke politie en bij het parket van de procureur des Konings. Daarnaast wordt gesteld dat het niet opportuun is aan Luc Meneve nog vergunningen te verlenen “gelet op zijn gerechtelijk verleden”. XII-97-2/7 1.
- Bij brief van 28 augustus 1996 vraagt de gouverneur aan de procureur des Konings te Leuven een onderzoek te willen instellen betreffende de persoonlijkheid van Luc Meneve. Met een brief van 19 november 1996 bezorgt de procureur des Konings aan de gouverneur een proces-verbaal van inlichtingen van 23 september
- De procureur deelt voorts mee bezwaar te hebben tegen het verlenen van een vergunning tot het voorhanden hebben van een tweede oorlogswapen. Ook stelt hij voor de vergunningen die voordien aan Luc Meneve werden verleend, in te trekken “op basis van zijn gerechtelijk verleden”. In het proces-verbaal van inlichtingen van 23 september 1996 wordt onder meer het volgende gesignaleerd : “Hij is gekend bij de diensten van het Parket van Dhr. Procureur des Konings te Leuven in een dossier LE 17.08.20029/86 - dossier 442/86 van Dhr. OR Decoux als dader of mededader aan verschillende diefstallen met braak, inklimming of valse sleutels. In deze zaak werd een vonnis uitgesproken door de Correctionele Rechtbank te Leuven op datum van 16.09.
- Betrokkene verkreeg opschorting der uitvoering van het vonnis voor de duur van vijf jaar, gekoppeld aan bepaalde voorwaarden”. 1.
- Op 13 december 1996 beslist de gouverneur van Vlaams-Brabant aan Luc Meneve de gevraagde vergunning tot het voorhanden hebben van een oorlogswapen Bushmaster kaliber .223 remington, te weigeren. Daarnaast beslist hij om de vergunningen tot het voorhanden hebben van drie verweervuurwapens en één oorlogswapen die eerder aan Luc Meneve werden afgeleverd, in te trekken. Het intrekkingsbesluit wordt als volgt gemotiveerd : “Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd bij de wetten van 29 juli 1934,4 mei 1936, 6 juli 1978, 30 januari 1991, 5 augustus 1991 en 9 maart 1995, inzonderheid op artikel 6 par. 1, laatste alinea; Gelet op het koninklijk besluit van 20 september 1991, tot uitvoering van de wet van 3 januari 1933 gewijzigd door de koninklijke besluiten van 18 januari 1993, 30 maart 1995 en 6 februari 1996, inzonderheid op artikel 14; Gelet op de onderrichtingen van de minister van Justitie van 4 november 1996; Gelet op het feit dat de heer Meneve Luc, geboren te Leuven op 22 april 1968 en wonende te [...], vergunningen tot het voorhanden hebben van de hiernavermelde vuurwapens heeft bekomen :
- pistool Colt Gold Cup MKIV - kaliber 45 ACP met nr. SN35559,
- riot-gun Remington 870 Express pompactie - kaliber 12 met nr. A354345M,
- revolver Ruger SP 101 - kaliber 357 Magnum met nr. 57111413, XII-97-3/7
- grendelgeweer Remington 700 - kaliber 308 Winchester met nr. 17/
- Gelet op het proces-verbaal van 24 september 1996, nr. 4328/96, opgesteld door de gerechtelijke politie bij het parket van de procureur des Konings van het arrondissement Leuven, ingevolge de opdracht van de heer procureur des Konings te Leuven d.d. 3 september 1996; Gelet op het advies van 19 november 1996 van de heer procureur des Konings te Leuven; Overwegende dat uit het onderzoek blijkt dat de heer Meneve Luc gekend is bij de diensten van het parket van de heer procureur des Konings te Leuven, als dader of mededader aan verschillende diefstallen met braak, inklimming of valse sleutels; Overwegende dat een vonnis werd uitgesproken door de Correctionele Rechtbank te Leuven op datum van 16 september 1988; dat betrokkene opschorting verkreeg voor de duur van 5 jaar, gekoppeld aan bepaalde voorwaarden; Overwegende dat het in deze omstandigheden geboden is over te gaan tot de intrekking van de machtigingen tot het voorhanden hebben van de verweervuurwapens en het oor1ogsvuurwapen daar het bezit van deze wapens door betrokkene, een gevaar kan opleveren voor de openbare orde en veiligheid”. 1.
- Op 8 januari 1997 wordt een afschrift van het aangehaalde besluit van 13 december 1996 aan Luc Meneve betekend;
- De grond van de zaak. 2.
- Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift in een tweede middel de schending aanvoert van “de beginselen van behoorlijk bestuur” onder meer doordat hij niet de gelegenheid heeft gehad om zijn standpunt duidelijk te maken en uit de verkeerde beoordeling van de administratie kan worden afgeleid dat de feiten niet eenvoudig te constateren waren, terwijl te dezen een ernstige maatregel ten aanzien van hem werd overwogen op grond van zijn persoonlijk gedrag; Overwegende dat de verwerende partij het middel niet tegenspreekt; Overwegende dat de bestreden beslissing de vergunningen van verzoeker tot het voorhanden hebben van vier vuurwapens intrekt omdat het bezit van deze wapens door verzoeker een gevaar kan opleveren voor de openbare orde en veiligheid onder meer omdat verzoeker “gekend is bij de diensten van het parket [...] als dader of mededader aan verschillende diefstallen met braak, inklimming of valse sleutels”; XII-97-4/7 Overwegende dat de bewuste intrekking die aldus gesteund is op gegevens met betrekking tot verzoeker, door op die manier zijn situatie te wijzigen, geacht moet worden hem op een meer dan geringe wijze nadelig in zijn belangen te raken; dat krachtens een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur een dergelijke beslissing in principe slechts mag worden genomen na de betrokkene in de gelegenheid te hebben gesteld zijn zienswijze aangaande de voorgenomen maatregel naar voren te brengen; dat niet wordt betwist dat verzoeker niet die gelegenheid heeft gekregen; dat het middel gegrond is; 2.
- Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift in een vierde middel de “schending van het redelijkheidsbeginsel” aanvoert; dat hij daartoe betoogt dat verwerende partij zich heeft gesteund op feiten waarvoor geen vonnis of arrest met kracht van gewijsde voorhanden is, dat verwerende partij teruggrijpt naar een reden die ook reeds gekend was ten tijde van het toekennen van de vergunningen maar die toentertijd blijkbaar niet deed besluiten dat hij een gevaar is voor de openbare orde, dat moet worden vastgesteld dat hij sinds het toekennen van de vergunningen op geen enkele manier meer in contact is gekomen met de gerechtelijke instanties, dat hij derhalve in de periode dat hij over de vergunningen beschikte, zijnde van 1992 tot op het ogenblik van de intrekking, heeft bewezen dat hij zeker niet dient te worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde; Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord nalaat op dit middel te reageren; Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord grotendeels herhaalt wat hij reeds in zijn verzoekschrift heeft uiteengezet; dat hij er voorts op wijst dat de rechtbank blijkbaar van oordeel was dat de feiten onvoldoende ernstig waren voor een straf en dat het niet redelijk is dat de administratieve overheid op grond van diezelfde feiten van meer dan 10 jaar terug, “waar zij aanvankelijk geen probleem van maakte”, een beslissing tot intrekking neemt; Overwegende dat verwerende partij in de laatste memorie doet gelden dat bij het nemen van de bestreden beslissing rekening werd gehouden met de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie en de uitvoeringsbesluiten ervan, met de richtlijnen van 4 november 1996 van de minister van Justitie inzake het toezicht op het legaal wapenbezit alsook met het advies van 19 november 1996 van de procureur XII-97-5/7 des Konings; dat verwerende partij voorts stelt dat laatstgenoemde beschikte over het aan het vonnis van 16 september 1988 ten grondslag liggende dossier en tevens het best is geplaatst om te oordelen over de ernst van de feiten zodat zij zich terecht steunde op diens advies, dat de vaststellingen en verklaringen uit het gerechtelijk dossier mochten worden “gebruikt”, ook al werd verzoeker niet veroordeeld en ook al vroeg zij de gerechtelijke beslissing niet op, dat het niet kennelijk onredelijk is te vereisen dat een particulier die wapens wenst te bezitten over een onberispelijk gedrag moet beschikken, dat zij op grond van de ingewonnen inlichtingen tot het besluit mocht komen dat het bezit van vuurwapens door verzoeker onverantwoord is; dat verwerende partij ten slotte betoogt dat de bestreden beslissing niet enkel steunt op verzoekers gerechtelijk verleden, maar ook op de geldende richtlijnen en het advies van de procureur des Konings van 1996, dat zij in deze materie over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt, dat verzoekers vergunningen met het oog op de vrijwaring van de openbare orde en veiligheid werden ingetrokken, dat, ook al werden de betrokken feiten acht jaar ervoor gepleegd, zij op grond van die feiten mocht besluiten dat het bezit van een vuurwapen door verzoeker een gevaar voor de openbare orde inhield; Overwegende dat de gouverneur op grond van artikel 6, § 1, tweede lid van de voormelde wet over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt; dat “discretionair” evenwel geen synoniem is voor onbeperkt of willekeurig; Overwegende dat de bestreden beslissing enkel blijkt te steunen op feiten die dateren van vóór het vonnis van 16 september 1988; dat in het administratief dossier geen afschrift van het vonnis werd neergelegd en uit niets blijkt dat verwerende partij er zelf kennis van zou hebben genomen; dat het dan ook in het ongewisse blijft hoe de verwerende partij ertoe gekomen is de vaststellingen en verklaringen uit het gerechtelijk dossier te gebruiken; dat de betrokken feiten op het ogenblik van de beslissing tot intrekking meer dan 8 jaar oud waren; dat daarenboven uit het administratief dossier geen andere ongunstige feiten blijken; dat integendeel in het proces-verbaal van 23 september 1996 van de gerechtelijke politie wordt bevestigd dat verzoeker zowel op privé als op professioneel vlak goed staat aangeschreven en dat over zijn gedrag en moraliteit geen negatieve elementen bekend zijn; dat hetzelfde blijkt uit het verslag van 19 augustus 1996 van de korpschef van de politie van de gemeente Haacht; dat het in die omstandigheden in strijd is met het redelijkheidsbeginsel om de bestreden beslissing te steunen op feiten die reeds meer dan acht jaar oud waren en waarvan de relevantie bij gebrek aan nader onderzoek XII-97-6/7 niet kon vaststaan en om geen rekening te houden met het goede gedrag van de verzoeker sinds die feiten ; dat ook het vierde middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 13 december 1996 van de gouverneur van Vlaams-Brabant waarbij de machtigingen tot het voorhanden hebben van vuurwapens van Luc Meneve worden ingetrokken. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juli 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-97-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.217 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.