← België

Arrest 161222 - - 11/07/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.222 Rolnummer: A. 127083/X-11114 Zaak: Arrest 161222 - - 11/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-17 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-01 00:25 Fiche Arrest nr 161.222 van 11 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.222 van 11 juli 2006 in de zaak A. 127.083/X-11.

  1. In zake : Elisa VAN DEN BOSCH, die woonplaats kiest bij Advocaat M. BALLON, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Britselei 39 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Elisa VAN DEN BOSCH op 23 september 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 10 juli 2002 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij haar de vergunning wordt geweigerd voor het verkavelen van een terrein gelegen te Kapellen, Oude Galgenstraat, kadastraal bekend sectie I, nrs. 15, 15/2, 17c en 17c2; Gelet op het arrest nr. 127.729 van 16 juli 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting op 25 juli 2003 ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 8 februari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-11.114-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 februari 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. BALLON die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat R. PROOST die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekster eigenares is van een terrein gelegen te Kapellen, Oude Galgenstraat, kadastraal gekend onder sectie I, nrs. 15 (deel), 15/2 (deel), 17c (deel) en 17c/2; dat dit terrein gelegen is aan de rand van een zich naar het westen uitstrekkend bos, genaamd "De Klinkaard"; dat dit bos, met uitzondering van de rand over de hele lengte van de Oude Galgenstraat, waaronder het terrein van de verzoekster, gelegen is in een gebied dat volgens het gewestplan Antwerpen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979, bestemd is als natuurgebied; dat de strook langs de Oude Galgenstraat de uiterste rand vormt van een zich naar het oosten uitstrekkend gebied dat volgens het gewestplan bestemd is als woonparkgebied; Overwegende dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Kapellen op 7 augustus 1990 een vergunning heeft verleend voor het verkavelen van een deel van het terrein van de verzoekster, welke vergunning op 21 september 1991 gewijzigd is; dat toen evenwel geen enkele kavel verkocht is, en de vergunning van rechtswege vervallen is; dat de verzoekster een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een vergunning voor het verkavelen van het hele terrein, welke bij ministerieel besluit van 18 december 1998 is geweigerd; X-11.114-2/5 Overwegende dat de verzoekster op 26 maart 2001 een gewijzigde aanvraag heeft ingediend; dat de aanvraag strekt tot het verkrijgen van een vergunning voor het verkavelen van het terrein in 16 percelen; dat bij de aanvraag een milieueffectrapport is gevoegd; dat de afdeling Bos en Groen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap op 14 juni 2001 een ongunstig advies heeft gegeven; dat tijdens het openbaar onderzoek 48 bezwaren zijn ingediend; dat de gemeenteraad van de gemeente Kapellen op 25 juni 2001 het college van burgemeester en schepenen heeft uitgenodigd om, in afwachting van de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, voor het hele gebied "De Klinkaard", met inbegrip van het terrein van de verzoekster, een bijzonder plan van aanleg op te maken; dat het college van burgemeester en schepenen vervolgens op 12 juli 2001 beslist heeft om nog geen advies te geven over de aanvraag, in afwachting van een juridisch advies over de vraag of de gemeente planschade verschuldigd zou kunnen zijn in geval van de opmaak van het bedoelde bijzonder plan van aanleg; dat het college, na ontvangst van het bedoelde juridisch advies, op 21 januari 2002 een ongunstig advies heeft gegeven over de aanvraag; dat de verzoekster tegen de ontstentenis van een beslissing van het college binnen de decretaal bepaalde termijn op 26 februari 2002 beroep heeft ingesteld bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen; dat de gemeenteraad op 24 juni 2002 het ontwerp van bijzonder plan van aanleg "Oude Galgenstraat" voorlopig heeft vastgesteld, en daarin voor het betrokken gebied in een bestemming als bosgebied heeft voorzien; dat de bestendige deputatie, in het licht van dat ontwerpplan, het beroep bij besluit van 10 juli 2002 heeft verworpen, en de gevraagde vergunning dienvolgens heeft geweigerd; dat dit laatste besluit het voorwerp vormt van het voorliggende beroep; Overwegende dat op het ogenblik dat de debatten in de voorliggende zaak zijn gesloten, het openbaar onderzoek over het ontwerp van bijzonder plan van aanleg nog niet is gestart, en er dus ook nog geen definitieve vaststelling is van het plan; Overwegende dat een door de verzoekster ingestelde vordering tot schorsing verworpen is bij arrest nr. 121.729 van 16 juli 2003, op grond van het ontbreken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel;
  3. Overwegende, ambtshalve, dat de weigering van de gevraagde vergunning gesteund is op de volgende redenen : X-11.114-3/5 "Overwegende dat vooralsnog geen goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg bestaat; dat de gemeenteraad echter op 24 juni 2002 een ontwerp plan van aanleg heeft aangenomen; dat volgens het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, een aanvraag tot verkavelingsvergunning voorlopig kan worden geweigerd wanneer deze betrekking heeft op percelen, gelegen in een gebied van een in opmaak zijnde plan van aanleg; Overwegende dat het voorontwerp van bijzonder plan van aanleg 'Oude Galgenstraat' als bestemming bosgebied voorziet, waar geen bebouwing is toegelaten en waarbij het gebied dient te worden ingericht met behoud van aanplanting van streekeigen hoogstammige bomen en heesters; Overwegende dat, indien ons college zou instemmen met de verkaveling en vergunning zou verlenen, het impliciet niet akkoord gaat met het gemeentelijk plan van aanleg dat in opmaak is; dat ons college van oordeel is dat daardoor de toekomstige goede ruimtelijke ordening gehypothekeerd wordt; dat het beroep dan ook niet wordt ingewilligd"; Overwegende dat uit die motieven blijkt dat de gevraagde vergunning overeenkomstig artikel 43, § 2, vijfde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, gelezen in samenhang met artikel 55, § 1, van dat decreet, geweigerd is om de enige reden dat de aanvraag onverenigbaar is met het voorlopig vastgestelde bijzonder plan van aanleg "Oude Galgenstraat"; dat artikel 43, § 5, eerste lid, van het genoemde decreet bepaalt dat de weigering in een dergelijk geval vervalt indien het plan geen bindende kracht heeft verkregen binnen drie jaar na de weigering van de vergunning; Overwegende dat het bijzonder plan van aanleg "Oude Galgenstraat" drie jaar na de voorlopige vaststelling van het ontwerp ervan, d.w.z. op 24 juni 2005, nog geen bindende kracht heeft verkregen, en dat dit overigens op dit ogenblik nog steeds niet het geval is; dat het bestreden besluit dan ook sinds de genoemde datum vervallen is; dat het staat aan de bestendige deputatie om desgevraagd opnieuw over het beroep van de verzoekster uitspraak te doen; Overwegende dat het voorliggende beroep, dat gericht is tegen een besluit dat inmiddels vervallen is, zonder voorwerp is geworden;
  4. Overwegende dat het past, gelet op de omstandigheden van de zaak, om de kosten van het beroep ten laste van de verweerster te leggen; X-11.114-4/5 BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juli 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-11.114-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.222 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.121.729 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.