← België

Arrest 161232 - - 11/07/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.232 Rolnummer: A. 93588/VII-22345 Zaak: Arrest 161232 - - 11/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-31 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-01 00:29 Fiche Arrest nr 161.232 van 11 juli 2006 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.232 van 11 juli 2006 in de zaak A. 93.588/VII-22.

  1. In zake : de n.v. ZOUTBEDRIJF VAN DAMME, die woonplaats kiest bij advocaat G. DE SMEDT, kantoor houdende te LOKEREN, Roomstraat 40 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te BUGGENHOUT, Provincialebaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ZOUTBEDRIJF VAN DAMME op 13 juli 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 23 mei 2000 van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Milieuvergunningen, waarbij haar beroep tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 20 april 2000 houdende ambtshalve wijziging van de exploitatievoorwaarden voor haar inrichting voor de opslag van zout aan de Hooistraat te Laarne , onontvankelijk wordt bevonden; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST ; Gelet op de beschikking van 6 maart 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 10 maart 2006; VII-22.345-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-22.345-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juli tweeduizend en zes, door : Mevr.. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-22.345-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.232 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.