id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.265 Rolnummer: A. 82006/VII-17620 Zaak: Arrest 161265 - - 11/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-31 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-01 00:41 Fiche Arrest nr 161.265 van 11 juli 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.265 van 11 juli 2006 in de zaak A. 82.006/VII-17.
- In zake : de gemeente PUURS, die woonplaats kiest bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir 24 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. BALLON, kantoor houdende te ANTWERPEN, Britselei 39 tussenkomende partij : de n.v. BREENDONK CONTAINER SERVICES, die woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente PUURS op 18 januari 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 10 november 1998, waarbij het beroep aangetekend door de n.v. BREENDONK CONTAINER SERVICES tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 23 april 1998, houdende het weigeren van de milieuvergunning om een inrichting te Puurs, Koningin Astridlaan 29, verder in bedrijf te houden, uit te breiden en te wijzigen, gegrond wordt verklaard en de vergunning wordt verleend; Gelet op het arrest nr. 81.332 van 24 juni 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-17.620-1/4 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 24 november 1999; Gelet op de beschikking van 10 december 1999 die de tussen- komst van de n.v. BREENDONK CONTAINER SERVICES toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 26 september 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 3 oktober 2005; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het aangetekend schrijven van de verzoekende partij van 10 januari 2006, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 19 juni 2006 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 29 juni 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DEKETELAERE die, in eigen naam en loco advocaat P. MALLIEN verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat G. VAN GRIEKEN die, loco advocaat M. BALLON verschijnt voor VII-17.620-2/4 de verwerende partij en van advocaat F. SEBREGHTS die, loco advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat de verzoekende partij zich ter terechtzitting niet verzet tegen deze vaststelling, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-17.620-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juli tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-17.620-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.265 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.81.332 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.