id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.276 Rolnummer: A. 170057/XII-4644 Zaak: Arrest 161276 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 13/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-20 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-01 00:44 Fiche Arrest nr 161.276 van 13 juli 2006 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.276 van 13 juli 2006 in de zaak A. 170.057/XII-
- In zake : Kristien DEVOLDER, die woonplaats kiezen bij advocaat D. Matthys, kantoor houdende te Gent, Sint-Annaplein 34 tegen : de STAD BRUGGE, die woonplaats kiest bij advocaat D. De Clerck, kantoor houdende te Brugge, Hoogstraat
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Kristien Devolder op 9 februari 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : “
- Het besluit van de gemeenteraad van de stad Brugge dd. 31.01.2006, houdende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking van verzoekster in het stedelijke muziekconservatorium te Brugge als begeleider muziek, woord en dans voor 7 uren per week te rekenen vanaf 1 september 2005;
- Het besluit van de gemeenteraad van de stad Brugge dd. 31.01.2006, houdende wedertewerkstelling van verzoekster als leraar piano in het stedelijk muziekconservatorium te Brugge voor 7 uren per week te rekenen vanaf 1 september 2005;
- Het besluit van de gemeenteraad van de stad Brugge dd. 28.11.2005, ter kennis gebracht van verzoekster via de inhoud van een memorie voor de stad Brugge, neergelegd in de procedure G/A.165.790/XII- 4.522 op 13.12.2005, houdende aanstelling met ingang van 1 september 2005 in het stedelijk conservatorium te Brugge van mevrouw Eva Stijnen als tijdelijk lerares viool met 3 uren per week in de lagere graad, 2 uren per week in de middelbare graad en 3 uren per week in de hogere graad;
- Het besluit van de gemeenteraad van de stad Brugge dd. 28.11.2005, ter kennis gebracht van verzoekster via de inhoud van een memorie voor de stad Brugge, neergelegd in procedure G/A.165.790/XII-4.522 op 13.12.2005, houdende aanstelling met ingang van 1 september 2005 in het stedelijk conservatorium te Brugge van mevrouw Griet Van Obbergen als tijdelijk lerares viool met 2 uren per week in de lagere XII-4644-1\8 graad, 2 uren per week in de middelbare graad en 1 uur per week in de hogere graad;
- Het besluit van de gemeenteraad van de stad Brugge dd. 31.01.2006, houdende benoeming van mevrouw Eva Stijnen als lerares viool in vast verband in het stedelijk conservatorium te Brugge voor in totaal 7 uren;
- Het besluit van de gemeenteraad van de stad Brugge dd. 31.01.2006, houdende benoeming van mevrouw Griet Van Obbergen als lerares viool in vast verband in het stedelijk conservatorium te Brugge voor in totaal 4 uren.”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Matthys, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat D. De Clerck, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De procedure
- Overwegende dat ter terechtzitting door beide partijen nog aanvullende memories worden neergelegd; dat ze niet helpen de feitelijke toedracht van de zaak te actualiseren; dat zich ook geen andere geen reden aandient om die niet in het toepasselijk procedurereglement voorziene stukken in aanmerking te nemen; dat zij uit de debatten worden geweerd; XII-4644-2\8
- Overwegende dat E. Stijnen na de sluiting van de debatten met een niet gedateerde, 17 juni 2006 aangetekend verstuurde brief vraagt om heropening van de debatten “zodat ik kan gehoord worden”; Overwegende dat de hoofdgriffier luidens artikel 10 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State met het oog op een eventuele tussenkomst kennis geeft van de vordering aan de personen die belang hebben bij de beslechting van de zaak “voor zover hij ze kan bepalen”; dat te dezen de hoofdgriffier met 15 februari 2006 aangetekend verstuurde kennisgevingen aan E. Stijnen en G. Van Obbergen kennis heeft gegeven van de vordering tot schorsing; dat die aanzeggingen zijn betekend aan de adressen zoals zij op vraag van de griffie van de Raad van State door de dienst onderwijs van de stad Brugge met een fax van 10 februari 2006 werden meegedeeld, wat E. Stijnen betreft aan het adres De Vrièrestraat 54/4 te 2000 Antwerpen; dat de thans aan de Raad bezorgde brief van E. Stijnen in hoofding een ander adres weergeeft; Overwegende dat de schorsingsprocedure een spoedprocedure is, met korte termijnen voor alle voorgeschreven procedurehandelingen; dat de procedure bovendien na een summaria cognitio leidt tot een voorlopige uitspraak, die de belangen van derden in beginsel dan ook geen definitieve schade toebrengt; dat ook in dat licht is te begrijpen dat luidens artikel 17, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State tegen een arrest dat uitspraak doet in het administratief kort geding geen verzet noch derdenverzet kan worden aangetekend; dat meer in het algemeen artikel 21bis, § 1, vijfde lid, van dezelfde gecoördineerde wetten bepaalt dat de kamer een latere tussenkomst kan toelaten “voor zover deze tussenkomst de procedure op generlei wijze vertraagt”; dat de heropening van de debatten, enkel om een belanghebbende partij toe te laten alsnog te worden gehoord, de behandeling van de zaak vertraagt en te dezen des te minder aangewezen is, nu zulks in tegenspraak komt met de eigenheid van de schorsingsprocedure die er op gericht is een verzoekende partij te behoeden voor een moeilijk te herstellen ernstig nadeel bij de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de door haar bestreden beslissing; dat de Raad van State in de concrete omstandigheden geen dwingende reden ziet om op het verzoek in te gaan; XII-4644-3\8 De feitelijke gegevens
- Overwegende dat verzoekster vast benoemd begeleider muziek, woord, dans in hoofdbetrekking is aan het stedelijk conservatorium van de stad Brugge, met een opdracht van 14 uren pianobegeleiding; Overwegende dat de gemeenteraad van de stad Brugge bij besluit van 28 juni 2005 voor het schooljaar 2005-2006 binnen het lestijdenpakket 27 uur/week pianobegeleiding goedkeurt, besluit waarvan verzoekster op 26 augustus 2005 de nietigverklaring heeft gevorderd bij beroep gekend onder rolnummer A.165.490/XII-4522; Overwegende dat de gemeenteraad bij raadsbesluit van 6 september 2005 overweegt “dat [verzoekster] een aanvraag ingediend heeft tot het bekomen van een volledige loopbaanonderbreking te rekenen met 1 september 2005 en voor de duur van het schooljaar 2005/2006” en hij besluit : “Te rekenen met 1 september 2005 en voor de duur van het schooljaar 2005/2006 wordt aan mevrouw Kristien Devolder, vastbenoemd lerares pianobegeleiding in het stedelijk conservatorium met 14 u/w, toelating verleend om haar loopbaan met 14 u/w te verminderen in het kader van volledige loopbaanonderbreking in het onderwijs”; Overwegende dat voornoemd raadsbesluit van 28 juni 2005 een vermindering impliceert van het voorheen beschikbaar aantal uren voor pianobege- leiding; dat dientengevolge verzoekster “met de kleinste dienstanciënniteit binnen het ambt aan het stedelijk conservatorium” bij gemeenteraadsbesluit van 31 januari 2006 ter beschikking gesteld wordt vanaf 1 september 2005 wegens ontstentenis van betrekking voor zeven uur/week als begeleider muziek, woord, dans -eerste thans bestreden beslissing- en bij hetzelfde raadsbesluit vervolgens wedertewerk gesteld wordt voor zeven uur/week leraar piano in vacant ambt aan het stedelijk conservatorium -tweede thans bestreden beslissing; Overwegende dat de verwerende partij met de derde tot zesde thans bestreden beslissingen E. Stijnen en G. Van Obbergen aanstelt, later benoemt, als leraar viool in het stedelijk conservatorium; XII-4644-4\8 De ontvankelijkheid
- Overwegende dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; De schorsingvoorwaarden
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissingen kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoekster in de inleidende akte doet gelden “als voornaamste nadeel van alle aangevochten beslissingen het feit [te ervaren] dat haar de mogelijkheid en het recht worden ontnomen om wedertewerkgesteld te worden als lerares viool voor 7 uur in het conservatorium te Brugge in afwachting dat zij weer voltijds aan de slag kan gaan als begeleidster”; Overwegende dat wat verzoekster zelf het “voornaamste nadeel” noemt, voortvloeit uit de getroffen maatregel van wedertewerkstelling: niet piano maar viool wenst zij te geven “in afwachting dat zij weer voltijds aan de slag kan gaan als begeleidster”; dat verzoekster dit nader toelicht als volgt: “Inderdaad, aan de ene kant wordt haar een aantal lesuren piano opgedrongen, ofschoon zij daartoe niet kan worden verplicht, doch aan de andere kant wordt haar meteen de mogelijkheid ontnomen om via de reaffectatieregeling benoemd te worden voor een aantal lesuren vioolonderricht, ofschoon deze lesuren haar zouden moeten toekomen. Het gevolg van al deze consecutieve maatregelen is dat nu de ingenomen lesuren viool voor verzoekster onmogelijk nog kunnen gelden, en dat verzoekster m.a.w. een definitieve kans wordt ontnomen om een niet-onaanzienlijk aantal vrijgekomen uren viool te doceren.”; XII-4644-5\8 Overwegende dat het “voornaamste nadeel” bijgevolg niet betrokken wordt noch kan worden op de aan die concrete wedertewerkstelling voorafgaande beslissing tot terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking; dat die terbeschikkingstelling blijkbaar nog voor verzoekster draaglijk is “in afwachting dat zij weer voltijds aan de slag kan gaan als begeleidster”, dus in afwachting van de uitkomst van het annulatieberoep -of in afwachting van een nieuwe verhoging van het aantal uren pianobegeleiding binnen het lestijdenpakket in een volgend schooljaar- als haar maar uren viool ter vervanging worden toegewezen; Overwegende dat verzoekster weliswaar in de uiteenzetting over het nadeel de eerste bestreden beslissing niet geheel onvermeld laat; dat zij betoogt dat de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking “een hypotheek [legt] op haar carrièremogelijkheden als pianobegeleidster” en dat beroepsvoldoening voor haar “heel veel betekent”; dat verzoekster dit echter niet concreet maakt; dat het voor de Raad ook niet onmiddellijk evident is; dat verzoekster immers nog steeds vast benoemd is als begeleider muziek, woord en dans en daar in de toekomst voorrang aan ontleent, wanneer het lestijdenpakket pianobegeleiding weer verhoogd zou worden; dat zij nog steeds zeven uur pianobegeleiding effectief op haar naam heeft; dat zij momenteel in loopbaanonderbreking is; dat een eventuele hypotheek voorts zal worden gelicht bij nietigverklaring van de eerste bestreden beslissing, of van de beslissing die is bestreden bij het beroep A.165.490/XII-4522; dat, kortom, het ernstig of moeilijk herstelbaar karakter van dit aspect van het nadeel niet zonder meer blijkt uit de loutere bewering dat de terbeschikkingstelling haar carrière als pianobegeleidster hypothekeert; Overwegende dat verzoekster nog als moreel nadeel doet gelden, de mate waarin derden “er kunnen van uit gaan dat [zij] ontslagen werd om welke reden ook, maar zeker niet omwille van een ontstentenis van betrekking”; dat dit de Raad niet overtuigt; dat verzoekster immers nog steeds vast benoemd is en blijft als leraar begeleiding muziek, woord en dans; dat zij nog steeds tewerkgesteld is en blijft in dezelfde werkomgeving van het stedelijk conservatorium; dat zij daar, naast de zeven uur/week piano, nog steeds belast blijft met 7 uur/week pianobegeleiding; dat niet valt in te zien hoe in zo een situatie verzoekster of de buitenwereld van een ontslag van verzoekster zouden moeten uitgaan; dat verzoekster de morele schade ook situeert in het feit dat zij zich geviseerd voelt door de directie van het conservatorium en de verwerende partij, wegens de flagrante wijze waarop de reaffectatieregeling met de voeten is getreden; dat de Raad evenwel niet ziet waarom XII-4644-6\8 de morele genoegdoening van een latere nietigverklaring niet volstaan kan om deze morele schade te herstellen; Overwegende, kortom, dat de Raad uit het gehele geschreven betoog van verzoekster onthoudt dat haar vooral en wezenlijk grieft, geplaatst voor de beslissing van terbeschikkingstelling, dat haar niet wordt toegestaan om 7 uur/week viool te doceren; dat zij dit een zeer ingrijpende carrièreschade noemt; dat evenwel verzoekster aldus niet alludeert op een lesopdracht die de hare was en die haar nu wordt ontnomen, maar enkel op een gemiste kans binnen het raam van reaffectatie en wedertewerkstelling op een nieuwe -en in de context van haar beide annulatieberoepen ook slechts tijdelijke- lesopdracht; dat het missen van een dergelijke kans op een aanstelling, niet een nadeel oplevert met het door de wet vereiste karakter van ernst; dat verzoekster niet aantoont dat het in de omstandigheden van de zaak uitzonderlijk anders moet zijn; Overwegende dat verzoekster ter terechtzitting nog uiteenzet waarom zij niet zomaar geacht mag worden vrede te moeten nemen met een vervangingsopdracht piano; dat om met die uiteenzetting rekening te kunnen houden, daargelaten of verzoekster daarmee een ernstig of moeilijk te herstellen nadeel adstrueert, ze in het verzoekschrift had moeten zijn uitgeschreven; dat evenwel, behalve de eerder met de middelen verband houdende vaststelling dat “haar een aantal lesuren piano [worden] opgedrongen, ofschoon zij daartoe niet kan worden verplicht”, verzoekster over de schade die zij lijdt door dan toch, in afwachting van een uitspraak ten gronde, die uren piano te moeten geven, niets in het verzoekschrift neerschrijft; Overwegende dat verzoekster in het verzoekschrift ten slotte nog alludeert op de rechtsonzekerheid voor de twee benoemde vioolleraressen; dat zij echter zelf terecht daar aan toevoegt dat dit geen nadeel is dat haar persoonlijk raakt; dat, gelet op wat hiervoor is overwogen met betrekking tot wat verzoekster wél persoonlijk raakt, dit nadeel dan ook niet op vraag van verzoekster “in aanmerking [moet] worden genomen bij de belangenafweging”; XII-4644-7\8
- Overwegende dat wat voorafgaat tot de vaststelling leidt dat niet voldaan is aan een van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juli 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4644-8\8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.276 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.219.409 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.