← België

Arrest 161281 - - 13/07/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.281 Rolnummer: A. 168467/XII-4606 Zaak: Arrest 161281 - - 13/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-27 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 00:46 Fiche Arrest nr 161.281 van 13 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.281 van 13 juli 2006 in de zaak A. 168.467/XII-

  1. In zake : Nadine VANDENBERGHE, wonende te Brugge, August Vermeylenstraat 32 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Nadine Vandenberghe op 1 december 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de negatieve beslissing inzake de erkenning van vroeger gepresteerde diensten als nuttige ervaring voor de specialiteit Huishoudkunde (TV en PV) genomen op 25/06/05”; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan verzoeker op 16 maart 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; XII-4606-1/2 Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan verzoekster de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoekster binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van weder- antwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juli 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4606-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.281 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.