id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.286 Rolnummer: A. 85805/XII-2158 Zaak: Arrest 161286 - - 13/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-20 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-01 00:48 Fiche Arrest nr 161.286 van 13 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.286 van 13 juli 2006 in de zaak A. 85.805/XII-
- In zake : Lucas VERBEECK, die woonplaats kiest bij advocaten E. Van Der Mussele en Y. Vanden Bosch, kantoor houdende te Antwerpen, Justitiestraat 18 A tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. tussenkomende partij : Paul OOMS, die woonplaats kiest bij advocaat H. Sebreghts, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Lucas Verbeeck op 17 juli 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 mei 1999 van de gouverneur van de provincie Antwerpen waarbij Paul Ooms wordt benoemd tot adjunct-commissaris van politie in de gemeente Edegem; Gelet op het arrest nr. 83.117 van 26 oktober 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van verzoeker; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 30 december 1999; Gelet op de beschikking van 20 januari 2000 die de tussenkomst van Paul Ooms toelaat; XII-2158-1/7 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 1 oktober 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gezien de laatste memorie van de tussenkomende partij; Gelet op de beschikking van 31 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 maart 2006; Gelet op het uitstel van de zaak naar de terechtzitting van 30 mei 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. Van Der Mussele, die verschijnt voor verzoeker, van adviseur R. Langerwerf, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaten R. Tijs en F. Sebreghts, die loco advocaat H. Sebreghts verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt :
- Verzoeker Lucas Verbeeck is in 1980 in dienst getreden van de gemeentepolitie van Ranst. Op 1 augustus 1990 is hij bevorderd tot hoofdinspecteur van eerste klasse bij de gemeentepolitie te Schoten. XII-2158-2/7 De tussenkomende partij Paul Ooms is sinds oktober 1992 in dienst van de gemeentepolitie van Edegem als politieagent-brigadier. Hij heeft van 1987 tot 1991 een volgens hem leidinggevende functie bekleed bij een gevechtseenheid van het Belgisch leger.
- Op 23 april 1998 besluit de gemeenteraad van Edegem een betrekking van adjunct-politiecommissaris vacant te verklaren bij wijze van bevordering. Slechts één kandidaat, de tussenkomende partij, slaagt in het bevorderingsexamen (hij behaalt 67/100) en de gemeenteraad besluit op 24 september 1994 de betrekking vacant te verklaren bij wijze van aanwerving. Drie kandidaten, waaronder verzoeker, slagen in het aanwervings- examen. Hij behaalt 60/
- De andere kandidaten behalen 67/100 (Neyt) en 75/100 (Larey).
- Op 28 januari 1999 draagt de gemeenteraad de tussenkomende partij als eerste en verzoeker als tweede kandidaat voor.
- In zijn 9 maart 1999 gedateerd advies stelt de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen, dat hem over de beide kandidaten niets ongunstigs bekend is. Hij stelt wel : “Wat de volgorde van de kandidaten betreft, meent mijn ambt te moeten opmerken dat de tweede kandidaat, de heer Verbeeck, kan bogen op een grotere ervaring waarvan meer dan acht jaar als officier met wachtdienst, hetgeen, zeker in het licht van de beoogde functie van adjunct-politiecommissaris, een belangrijk beoordelingselement vormt. Bovendien heeft hij een ruimere vorming genoten, waaronder een cursus politiemanagement. Ondanks het feit dat hij zeven punten minder heeft behaald op honderd bij het bevorderings- en aanwervingsexamen, beschouwt mijn ambt de heer Verbeeck, gelet op voornoemde ervaring en opleiding, als de meest geschikte kandidaat”;
- Op 21 maart 1999 dient verzoeker bezwaar in bij de gouverneur van de provincie Antwerpen tegen de door de gemeenteraad gedane voordracht. Op 16 april 1999 vraagt de gouverneur de gemeenteraad om “een omstandige en afdoende motivering”. XII-2158-3/7
- Op 22 april 1999 trekt de gemeenteraad zijn besluit van 28 januari 1999 in. Hij heroverweegt de problematiek en besluit opnieuw de tussenkomende partij als eerste en verzoeker als tweede kandidaat voor te dragen. Het besluit bevat volgende motieven : “[...] Overwegende dat volgende kandidaten geslaagd zijn na de voormelde proeven : Paul Ooms met 67/100 en Luc Verbeeck met 60/100; Overwegende dat hieruit blijkt dat Paul Ooms het beste examenresultaat behaalt; Overwegende dat beide kandidaten een gunstig advies krijgen voor de psychotechnische test en dat uit het verslag blijkt dat wat betreft het onderwerp intellectuele flexibiliteit (creatief oplossen van diverse probleemstellingen) kandidaat Paul Ooms met de score 3 op dit punt een beter resultaat behaalt dan kandidaat Luc Verbeeck die score 1 behaalt; Gelet op het feit dat de heer Luc Verbeeck meer dienstanciënniteit heeft dan de heer Paul Ooms; Gezien de heer Paul Ooms reeds sedert 1.2.1992 in dienst is in het Edegems politiekorps en daardoor de werking van het korps zeer goed kent en tevens een grondige kennis heeft van Edegem en haar problemen; Gelet op het feit dat kandidaat Luc Verbeeck werkzaam is als hoofdinspec- teur eerste klasse bij politie Schoten; dat zijn korpschef hem omschrijft als een medewerker die het werk niet schuwt, die zelfstandig beslissingen kan nemen, dat hij leiding kan geven met motiverend effect, dat hij verantwoordelijkheidszin heeft, evenwichtig en stressbestendig is en een goede beroepskennis heeft; Gelet op de cursussen 'Voorkoming misdrijven' en 'Politiemanagement' die kandidaat Luc Verbeeck volgde; Gelet op het feit dat kandidaat Paul Ooms werkzaam is als brigadier in het Edegemse politiekorps, dat zijn korpschef hem omschrijft als schrander met een open geest, met een stevige dosis collegialiteitszin, met een correcte houding t.o.v. hiërarchie en publiek, die zich kan inzetten, die geen schrik heeft de handen uit de mouwen te steken en werk zal zoeken wanneer nodig, die leergierig is, die een goed en gedreven politieman is en die op zijn laatste evaluatieverslag met 71,4 % een beoordeling 'gunstig' neerzette; Gelet op de bijscholingscursus 'Opvang en verhoor van slachtoffers van fysiek en sexueel geweld' die kandidaat Paul Ooms volgde; Gelet op de 12 felicitatieverslagen of felicitatiebrieven met betrekking tot zowel aangelegenheden van gerechtelijke als van administratieve politie waarvan kandidaat Paul Ooms het voorwerp uitmaakt; Gelet op het feit dat kandidaat Paul Ooms voorheen officier was bij het Belgische leger, met name in een eenheid van paracommando's; dat hij in deze hoedanigheid een belangrijk aantal cursussen en trainingssessies volgde betreffende leidinggeven aan en leidingnemen van grotere groepen mede- werkers, betreffende organisatie en beheer van logistiek materiaal, betreffende organisatie van terreinoperaties, dat hij als bevelvoerend officier deze vaardighe- den ook in de praktijk diende om te zetten; Overwegende dat deze vaardigheden een ruime compensatie zijn voor het feit dat kandidaat Ooms nog geen middenkaderfunctie uitoefende in een politie- korps; Gezien de gemeenteraadsleden de mogelijkheid tot inzage van de dossiers kregen; XII-2158-4/7 Gelet op de persoonlijke individuele voorstellingen van beide kandidaten voor de gemeenteraad; Gelet op de bepalingen van de nieuwe gemeentewet, inzonderheid art. 193; Gelet op het eindverslag van de politiecommissaris-korpschef van Edegem; Na kennis genomen te hebben van alle verslagen; [...]”;
- Op 19 mei 1999 neemt de gouverneur de thans bestreden beslissing. Zij luidt als volgt : “De gouverneur van de provincie Antwerpen Gelet op het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Edegem d.d. 27 november 1997, waarbij de nieuwe personeelsformatie voor het politiepersoneel en het burgerpersoneel bij de politie werd vastgesteld; Gelet op het Koninklijk Besluit van 2 juni 1998, waarbij mevrouw Liliane Keuleers, adjunct-commissaris te Edegem, werd benoemd tot politiecommissaris in de gemeente Mortsel; Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van Edegem d.d. 23 april 1998, houdende openverklaring van de functie van adjunct-commissaris van politie bij bevordering; Gelet op de uitslag van het bevorderingsexamen d.d. 25 juni 1998, waarin slechts één kandidaat slaagde; Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van Edegem d.d. 24 september 1998, houdende openverklaring van een betrekking van adjunct-politiecommissaris bij aanwerving; Gelet op het besluit van de gemeenteraad van Edegem d.d. 28 januari 1999, waarbij twee kandidaten voor de vacante betrekking werden voorgedragen; Overwegende dat het gemeenteraadsbesluit van 28 januari 1999 werd aangevuld door het gemeenteraadsbesluit d.d. 22 april 1999, zodat het voldoet aan de vereisten inzake motivering; Overwegende dat de heer Paul Ooms, die door de gemeenteraad als eerste kandidaat werd weerhouden, ook door de burgemeester, overeenkomstig artikel 193 § 2 van de nieuwe gemeentewet, werd voorgedragen; Overwegende dat voornoemde aan alle vastgestelde benoemings- en bevorderingsvoorwaarden voldoet en van beide kandidaten de beste resultaten behaalde op de schriftelijke en mondelinge proeven van respectievelijk het bevorderings- en het aanwervingsexamen; Overwegende dat de twee kandidaten een gunstig advies kregen op de psycho-technische test, doch uit het verslag blijkt dat inzake intellectuele flexibiliteit de heer Paul Ooms beduidend beter scoorde dan de heer Luc Verbeeck; Overwegende dat de heer Verbeeck weliswaar meer dienstanciënniteit heeft als hoofdinspecteur 1e klas, maar de heer Ooms reeds sedert 1 februari 1992 in dienst is bij de politie van Edegem en derhalve de werking van het korps en de lokale problematiek zeer goed kent; Overwegende dat de heer Ooms door zijn korpschef gunstig werd beoordeeld; Gelet op het advies van de Procureur-Generaal bij het Hof van Beroep van Antwerpen d.d. 9 maart 1999 en het advies van de Procureur des Konings van Antwerpen d.d. 8 maart 1999; Gelet op het onderhoud van mijn ambt met beide kandidaten op 11 mei 1999; Overwegende dat de gemeenteraad van Edegem de heer Ooms met 19 stemmen voor en 5 tegen als eerste kandidaat heeft voorgedragen; XII-2158-5/7 Overwegende dat de titels en verdiensten van de kandidaten door mijn ambt werden vergeleken en dat de orde van voordracht, zoals die door de gemeenteraad werd vastgesteld, kan worden bijgetreden; Gelet op artikel 193 van de nieuwe gemeentewet; Besluit : Artikel 1 : de heer Paul Ooms, geboren te Wilrijk op 25 augustus 1961, wordt benoemd tot adjunct-commissaris van politie in de gemeente Edegem”; Het besluit wordt op 20 mei 1999 naar verzoeker opgestuurd; De ontvankelijkheid. Overwegende dat de tussenkomende partij het actueel belang van verzoeker betwist; dat zij daartoe doet gelden dat de functie van adjunct-commissaris niet meer bestaat evenmin als het politiekorps van Edegem dat is opgegaan in een grotere politiezone, voorts dat de tussenkomende partij ondertussen in de nieuwe politiestructuur politiecommissaris is zonder dat tegen die aanstelling in rechte is getreden en dat verzoeker ten slotte zelf op 23 februari 2006 tot politiecommissaris is benoemd in de gemeente Schoten; Overwegende dat het belang waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en dat die verzoeker dat belang moet behouden tot aan de uitspraak; dat de gegevens die de tussenkomende partij aanbrengt en die door verzoeker niet worden betwist van aard zijn om ernstige vragen te doen rijzen bij verzoekers belang; dat hij immers met zijn beroep oorspronkelijk beoogde een nieuwe kans te verwerven om tot adjunct-commissaris te Edegem te worden benoemd; dat verzoeker nu zelf politiecommissaris is geworden en zulks zelfs niet in de politiezone waartoe Edegem heden behoort; dat het in die omstandigheden aan verzoeker toekomt aan de hand van voldoende en precieze gegevens de Raad van State van zijn actueel belang te overtuigen; Overwegende dat ter terechtzitting verzoeker stelt niet meer geïnteresseerd te zijn in een benoeming tot adjunct-commissaris te Edegem, maar met zijn beroep enkel nog beoogt te verkrijgen dat de anciënniteit die de tussenkomende partij op grond van de bestreden beslissing heeft opgebouwd, verzoeker niet wordt tegengeworpen, een anciënniteit die volgens hem relevant kan zijn mocht hij ooit met de tussenkomende partij in concurrentie komen voor hogere functies zoals deze van hoofdcommissaris; XII-2158-6/7 Overwegende dat verzoeker en de tussenkomende partij heden beide politiecommissaris zijn maar in verschillende korpsen van de lokale politie; dat, daargelaten het feit of het bedoelde anciënniteitsverschil nog relevantie zou kunnen hebben bij een eventuele latere concurrentie tussen betrokkenen voor eenzelfde benoeming in eenzelfde korps, de laatstgenoemde veronderstelling op zichzelf reeds al te hypothetisch voorkomt om daarop het rechtens vereiste belang te steunen; dat dienvolgens het actueel belang niet is aangetoond, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juli 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2158-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.286 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.83.117 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.