id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.347 Rolnummer: A. 174764/IX-5365 Zaak: Arrest 161347 - - 13/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-17 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-01 01:01 Fiche Arrest nr 161.347 van 13 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.347 van 13 juli 2006 in de zaak A. 174.764/IX-
- In zake : Yasin BENALLAL, die woonplaats kiest bij advocaat N. Lorenzetti, kantoor houdende te Brugge, Walakker 28 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Yasin Benallal op 11 juli 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van de Directeur van de Strafinrichting te Gent, van 7 juli 2006 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd : 9 dagen strafcel : van 06.07.06 t.e.m. 15.07.06 gevolgd door 3 maanden strikt individueel regime (van 15.07.06 t.e.m. 14.10.06), waarbij opleidingsactiviteiten toegestaan zijn en waarbij gedurende de eerste maand (van 15.07.06 t.e.m. 14.08.06) eveneens een telefoonverbod van kracht is”; Gelet op de beschikking van 13 juli 2006 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier; Gelet op de beschikking van 12 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juli 2006, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. Lorenzetti, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché L. Sempot, die verschijnt voor verwerende partij; IX-5365-1/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. Weymeersch; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker in een enig middel stelt hetgeen volgt : “Schending van proportionaliteitsbeginsel en de motiveringsplicht. Ten onrechte werd in de beslissing melding gemaakt van ‘bruine heroïne’. Uit niets blijkt dat de aangetroffen substantie ‘bruine heroïne’ betreft. De beslissing is dan ook niet correct gemotiveerd. Mede gezien de onjuistheid van de motivering, is de met de bestreden beslissing opgelegde tuchtsanctie niet in verhouding tot de vermeende inbreuk - in casu werd volgens verzoeker geen hard drugs/heroïne aangetroffen. De motivering van de sanctie luidt trouwens o.a. als volgt : ‘Gelet op de gevonden substantie : bruine heroïne’ Bovendien is de motivering strijdig: enerzijds wordt er gesteld dat het ‘waarschijnlijk’ gaat om bruine heroïne, (een veronderstelling), doch anderzijds wordt het vermeld als zijnde een zekerheid (‘gelet op de gevonden substantie : bruine heroïne’, zijnde een vermeende vaststelling).”; Overwegende dat naar aanleiding van een naaktfouille op 6 juli 2006 na zijn terugkeer van een zaalbezoek, de volgende feiten worden vastgesteld : “Benallal Yasin leek mij nogal nerveus en deed wat ongewoon. Wanneer Benallal zijn slip moest afgeven, begon deze wat te frutselen erin. Hij haalde een grote prop eruit en stak hem vliegensvlug in zijn mond. Bij deze actie vroeg ik hem om het voorwerp direct uit zijn mond te halen. De 1ste maal weigerde deze en na wat aarzeling, heeft hij het toch afgegeven. Het centrum werd verwittigd en met de ddpa De Moor R werd de gedetineerde op isoleercel geplaatst. (...) Na de plaatsing werd er informatie gevraagd aan de bezoekzaal. Wat bleek dat Benallal bezoek had gekregen van zijn broer Benallal Nahil. De gedetineerde had tijdens zijn bezoek reeds gevraagd om vroeger te mogen stoppen met zijn bezoek, om zogezegd naar het toilet te gaan”; Overwegende dat de bestreden beslissing als volgt is gemotiveerd : IX-5365-2/5 “Motivering van de sanctie : - Gelet op de gevonden substantie : bruine heroïne; - Gelet op de uitzonderlijk grote hoeveelheid van de gevonden substantie; - Overwegende de verklaring van betrokkene waarin hij beweert de bewuste substantie toevallig gevonden te hebben tijdens een toiletbezoek bij het bezoek; - Overwegende dat het uitzicht van de substantie van die aard is dat het betrokkene motiveerde om de substantie gecamoufleerd binnen te brengen; - Overwegende de schriftelijke verklaringen van de verschillende getuigen in dit dossier; - Overwegende de verklaringen van de kwartierchef; - Overwegende de ongeloofwaardigheid en het hallucinante van het verhaal van betrokkene”; Overwegende dat verzoeker zich in de eerste plaats beklaagt over de deugdelijkheid van de motivering wegens het feit dat in de bestreden beslissing melding wordt gemaakt van “bruine heroïne” terwijl “uit niets blijkt” dat het om deze substantie gaat; dat vervolgens de motivering van de bestreden beslissing tegenstrijdig wordt genoemd doordat er enerzijds wordt gesteld “dat het ‘waarschijnlijk’ gaat om bruine heroïne”, doch anderzijds dit gegeven “als zijnde een zekerheid” wordt vermeld; dat volgens verzoeker ten slotte “mede” gezien de genoemde onjuistheid de tuchtsanctie niet in verhouding staat tot de “vermeende inbreuk”; Overwegende wat de deugdelijkheid van de motieven betreft, dat verzoeker in zijn feitenrelaas toegeeft dat hij het pakketje dat hij poogde te verbergen, volgens hem de geur had van “shit” en hij het als dusdanig had geïdentificeerd; dat hij aldus toegeeft alvast de intentie te hebben gehad reeds een bepaald soort drugs -in aanzienlijke hoeveelheid- binnen te brengen; dat dit gegeven op zich een deugdelijk motief voor een tuchtsanctie lijkt te kunnen zijn, aangezien zulks strafbare feiten uitmaakt wat verzoeker zelf toegeeft in zijn relaas betreffende zijn belang; Overwegende voorts dat de genoemde tegenstrijdigheid tussen hetgeen de directeur suggereerde bij het verhoor (“waarschijnlijk bruine heroïne”) en hetgeen als een van de formele motieven voor de bestreden beslissing is vermeld (“de gevonden substantie : bruine heroïne”), gelet op hetgeen voorafgaat, niet van die aard lijkt te zijn om de bestreden beslissing onrechtmatig te moeten achten wegens ondeugdelijke motivering, nu de mogelijke vergissing betreffende de substantie als een ondergeschikt gegeven van de motivering lijkt te mogen worden aangemerkt; IX-5365-3/5 Overwegende ten slotte, wat de mogelijke schending van het “proportionaliteitsbeginsel” betreft, dat niet wordt betwist dat na een bezoek verzoeker in het bezit was van een aanzienlijke hoeveelheid drugs; dat aldus de bestreden beslissing de grenzen van de evenredigheid niet lijkt te buiten te gaan, door verzoeker op die grond negen dagen strafcel op te leggen gevolgd door drie maanden individueel strikt regime waarvan de eerste maand met telefoonverbod; dat overigens verzoeker nog wel aan vormingsactiviteiten mag deelnemen hetgeen het regime milder maakt; Overwegende dat het enig middel dienvolgens niet ernstig lijkt, dat aldus niet is voldaan aan een van de door het voornoemde artikel 17 gestelde voorwaarden; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. IX-5365-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juli 2006, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. IX-5365-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.347 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.070 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.