id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.445 Rolnummer: A. 123623/IX-3419 Zaak: Arrest 161445 - - 25/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-08-01 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-01 01:24 Fiche Arrest nr 161.445 van 25 juli 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.445 van 25 juli 2006 in de zaak A. 123.623/IX-
- In zake : Jos DEVOGHEL, die woonplaats kiest bij advocaat J. GUNS, kantoor houdende te AFFLIGEM, Kasteelstraat 58 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE, Karel van Manderstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jos DEVOGHEL op 8 juli 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 24 april 2002 waarbij William DENDAS met ingang van 1 april 1999 bij de inspectiediensten van het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) bevorderd wordt tot dierenarts-directeur, hoofd van de keurkring Hasselt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelings-hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 6 september 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-3419-1/15 Gelet op de beschikking van 13 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 mei 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. HOSTE die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Bij dienstorder nr. 32 van 8 januari 1999 worden bij het IVK zes betrekkingen van dierenarts-directeur (rang 13) vacant verklaard. 1.
- Verzoeker stelt zich onder meer kandidaat voor de betrekking van dierenarts-directeur-hoofd van keurkring te Hasselt. 1.
- In zijn vergadering van 22 januari 1999 onderzoekt de directie-raad de kandidaturen. Voor de betrekking van dierenarts-directeur-hoofd van keurkring te Hasselt worden vijf kandidaten voorgedragen. Verzoeker wordt als derde kandidaat voorgedragen na Jos Clysters en William Dendas. 1.4.
- Bij koninklijke besluiten van 25 maart 1999 worden zes ambtenaren, onder wie William Dendas, met ingang van 1 april 1999 tot de graad van dierenarts-directeur bevorderd. Het besluit waarbij William Dendas wordt benoemd bevat geen dienstaanwijzing, maar vermeldt dat de bevordering bij “de Inspectiedienst” gebeurt. Niet betwist wordt dat het gaat om de betrekking van dierenarts-directeur-hoofd van keurkring te Hasselt. IX-3419-2/15 1.4.
- Op 28 juni 1999 stelt Edouard Versele tegen de benoemings- besluiten van 25 maart 1999 een annulatieberoep in. Verzoeker stelt geen vernietigingsberoep in. 1.4.
- Bij arrest nr. 100.890 van 19 november 2001 worden vijf bevorderingsbesluiten, waaronder het koninklijk besluit van 25 maart 1999 tot bevordering van William Dendas tot dierenarts-directeur bij de Inspectiedienst, vernietigd. 1.
- In zijn vergadering van 11 december 2001 neemt de directieraad kennis van het arrest nr. 100.890 van 19 november
- De directieraad gaat akkoord met het voorstel van de voorzitter om de procedure te herbeginnen vanaf de voordracht. De voorzitter verbindt zich ertoe per te begeven betrekking een gemotiveerde voordracht van vijf kandidaten te doen. 1.
- Op de directieraad van 19 december 2001 beveelt de voorzitter zijn gemotiveerde voordrachten aan. Voor de betrekking van directeur-dierenarts-hoofd van keurkring te Hasselt worden Jos Clysters als eerste kandidaat en William Dendas als tweede kandidaat voorgedragen. Verzoeker wordt als vijfde kandidaat voorgedragen. De directieraad gaat unaniem akkoord met die voordracht. 1.
- Op 4 februari 2002 dient verzoeker tegen het voorstel van de directieraad bezwaar in. 1.
- Op 26 februari 2002 wordt verzoeker gehoord. De directieraad verwerpt zijn bezwaren en bevestigt de rangschikking van de kandidaten. 1.
- Bij koninklijk besluit van 24 april 2002 wordt William Dendas met ingang van 1 april 1999 bevorderd tot de graad van dierenarts-directeur bij de inspectiediensten, hoofd van de keurkring Hasselt. Dit besluit wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van 9 mei 2002 bekendgemaakt. IX-3419-3/15 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat het beroep laattijdig ingediend is aangezien het bestreden besluit op 9 mei 2002 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt is zodat de beroepstermijn verstreek op 8 juli 2002 en het verzoekschrift slechts neergelegd is op dinsdag 9 juli 2002; 2.1.
- Overwegende dat met verzoeker vastgesteld kan worden dat het verzoekschrift aangetekend ter post verzonden is op 8 juli 2002; dat alleen die datum van belang is voor de berekening van de tijdigheid van een annulatieberoep, ongeacht wanneer het verzoekschrift op de griffie van de Raad van State ontvangen is; dat de exceptie niet gegrond is; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij met een brief van 22 april 2003, na afloop van de aan het auditoraatsverslag voorafgaande maatregelen, aan de Raad van State medegedeeld heeft dat de personeelsleden van het IVK overgedragen werden naar het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, hetgeen volgens haar tot gevolg heeft dat verzoeker niet meer bij het IVK bevorderd kan worden; 2.2.
- Overwegende dat zowel verzoeker als de ambtenaar wiens benoeming hij bestrijdt, naar het FAVV overgeheveld zijn en daar hun loopbaan voortzetten; dat niet betwist wordt dat de functie van directeur-dierenarts-hoofd van de keurkring Hasselt nog altijd bestaat; dat een eventuele vernietiging van het bestreden besluit tot gevolg zal hebben dat de betrekking van dierenarts-directeur, hoofd van de keurkring Hasselt, opnieuw vacant wordt en verzoeker een nieuwe kans krijgt om in die betrekking benoemd te worden, weze het dat de bevoegdheden van het IVK overgegaan zijn naar het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; dat verzoeker wel degelijk nog belang heeft bij het beroep; 3.
- Overwegende dat verzoeker in het eerste middel de schending aanvoert van artikel 28 van het koninklijk besluit van 26 september 1994 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de gemeenschaps- en gewestregeringen en van de colleges van de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie en van de Franse gemeenschapscommissie, alsook van de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen (afgekort APKB), van de artikelen 23 en 26 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel, van de materiële motiveringsplicht IX-3419-4/15 en van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet; dat hij betoogt dat uit de notulen van de vergaderingen van de directieraad van 22 januari 1999 en 19 december 2001 blijkt dat de rangschikking van de kandidaten gebeurd is op basis van “een stem- en puntensysteem”, zonder nadere motivering en zonder dat er zelfs maar een begin van vergelijking van de gerangschikte kandidaten is geweest, dat de notulen van de vergadering van 22 januari 1999 voor de tweede tot vijfde gerangschikte kandidaten een standaardformule bevatten -“omdat hij in mindere mate beantwoordt aan de gestelde vereisten zoals omschreven in de functie- en profielbeschrijving van vermelde betrekkingen”-, dat in de notulen van de vergadering van 19 december 2001 gesteld wordt dat hij minder ervaring heeft op het hoofdbestuur, dat hij over minder grote administratieve vaardigheden beschikt en minder performante kennis heeft van de wetgeving maar dat enerzijds uit de functie- en profielbeschrijving blijkt dat dit niet de belangrijkste en doorslaggevende eigenschappen zijn voor de betrekking van een hoofd van een keurkring en, anderzijds, hij wel voldoet aan de vereisten gesteld in die functie- en profielbeschrijving; dat hij besluit dat de rangschikking, waarop de bestreden benoeming steunt, niet stoelt op een grondig, nauwgezet en vergelijkend onderzoek van de titels en verdiensten van de verschillende kandidaten en dat de motivering die de directieraad opgesteld heeft de onderlinge rangschikking van de tweede tot de vijfde gerangschikte kandidaat niet kan verantwoorden; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij betwist dat de directieraad een beslissing genomen heeft louter op grond van een “stem- en puntensysteem” en dat hij de titels en de verdiensten van de kandidaten niet vergeleken zou hebben; dat zij voorts betoogt wat volgt: het is verzoeker die niet aantoont dat hij over opmerkelijk meer titels en verdiensten beschikt dan de benoemde; in elk geval is zijn kritiek niet relevant ten aanzien van de notulen van de directieraad van 22 januari 1999, aangezien de procedure na het vernietigingsarrest hervat werd vanaf de kandidaatstellingen; volgens de functie- en de profielbeschrijving moesten de kandidaten over een grote administratieve vaardigheid en een performante kennis van de wetgeving beschikken en aldus mocht de directieraad rekening houden met de minder grote administratieve vaardigheden en de minder performante kennis van de wetgeving door verzoeker; verzoeker benadrukt zijn eigen kwaliteiten, maar toont niet aan dat de directieraad ze op een kennelijk onredelijke wijze beoordeeld heeft; overigens heeft de directieraad afdoende uiteengezet waarom de benoemde kandidaat beter gerangschikt wordt; IX-3419-5/15 3.
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord repliceert dat uit de notulen van de vergadering van de directieraad van 22 januari 1999 duidelijk blijkt dat er toen gewerkt is met een stem- en puntensysteem, dat de rangschikking van de kandidaten niet deugdelijk verantwoord werd en dat uit de notulen van de vergadering van 19 december 2001 niet blijkt dat die werkwijze verlaten werd, nu het voorstel van de voorzitter van de directieraad te nemen of te laten was en er geen ruimte was om daartegen een ander voorstel van rangschikking in te dienen; dat hij voorts stelt dat de motivering van de voorzitter om hem op de vijfde plaats te rangschikken “karig en niet ter zake is”, dat de functie- en profielbeschrijving niet vereisen dat de kandidaten ervaring opgedaan moeten hebben in het hoofdbestuur en dat zij specifieke vaardigheden moeten bezitten en dat in elk geval het voorhanden zijn van specifieke vaardigheden, de kennis van de wetgeving en de vaardigheid om de wetgeving toe te passen niet op een meetbare wijze getest werd; dat hij besluit dat hij reeds 26 jaar in de buitendienst werkzaam is, dat hij vijf universitaire titels bezit die nauw verband houden met zijn werkdomein en dat hij perfect aan het profiel beantwoordt; Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie nog benadrukt dat noch uit de beslissing van de directieraad, noch uit het bestreden besluit blijkt dat de aanspraken en de verdiensten van de kandidaten ernstig en objectief vergeleken zijn, inzonderheid doordat er geen objectieve meting gebeurd is van zijn eigen ervaring op het hoofdbestuur of van zijn administratieve vaardigheden in vergelijking met die van William Dendas; dat hij daar nog aan toevoegt dat hij aangetoond heeft dat William Dendas zeker niet meer verdiensten, titels of aanspraken kan doen gelden en dat het opvalt dat de directieraad zich tot een vergelijking van de kandidaten op drie punten beperkt terwijl het profiel en de functiebeschrijving tientallen andere criteria vermelden; dat hij besluit dat de directieraad geen nauwgezet en vergelijkend onderzoek van de kandidaturen gedaan heeft, rekening houdend met dezelfde criteria; 3.4.
- Overwegende dat, los van de vaststelling dat het koninklijk besluit van 26 september 1994 opgeheven is door het APKB van 22 december 2000, het APKB niet van toepassing is op de instellingen van openbaar nut die van de Federale Staat afhangen; dat voorts, wat de aangevoerde schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel betreft, verzoeker geen concrete gegevens overlegt die een afzonderlijk onderzoek van dat middel noodzaken en het bijgevolg samenvalt met het middel gesteund op de miskenning, door de directieraad, van de voorgeschreven besluitvormingsprocedure en van de motiveringsverplichting; IX-3419-6/15 3.4.2.
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 23, eerste lid, en 26, § 1, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel, de bevorderingen tot de graden van rang 13 worden verleend na een gemotiveerd advies van de directieraad en dat de directieraad een voorstel doet dat ten hoogste vijf kandidaten per vacante betrekking bevat; 3.4.2.
- Overwegende dat de verplicht gestelde motivering van het advies van de directieraad ertoe strekt de benoemende overheid voor te lichten over de geschiktheid, de titels en de verdiensten van de verscheidene kandidaten opdat zij met een ruime kennis van zaken de -uit het oogpunt van het algemeen belang- beste kandidaat zou kunnen benoemen; dat zulks betekent dat de directieraad een nauwgezet en vergelijkend onderzoek dient te voeren van de titels, de verdiensten en de geschiktheid van alle kandidaten waarbij objectieve criteria worden in acht genomen die verband houden met de te begeven functie; dat uit de notulen moet blijken op welke wijze de directieraad die verplichting nagekomen is; 3.4.
- Overwegende dat de directieraad van het IVK op 11 december 2001, na kennis genomen te hebben van het arrest nr. 100.890 van 19 november 2001, besloten heeft de benoemingsprocedure voor de betrekking van dierenarts- directeur-hoofd van de keurkring Hasselt te herbeginnen met een nieuwe voordracht van de directieraad; dat de kritiek van verzoeker op de wijze waarop de directieraad in zijn vergadering van 22 januari 1999 een voordracht geformuleerd heeft met betrekking tot de benoeming die door de Raad van State vernietigd is, niet terzake dienend is; 3.4.
- Overwegende dat de directieraad zich op 11 december 2001 akkoord verklaard heeft om, met het oog op de voordracht van vijf kandidaten, te vertrekken van een gemotiveerd voorstel van de voorzitter waarop de leden van de directieraad een tegenvoorstel zouden kunnen doen waarover dan aan de hand van een puntensysteem gestemd zou worden; dat zij op dezelfde dag kennis genomen hebben van de profiel- en de functievereisten voor de betrekkingen van hoofd van een keurkring; dat dit stuk de volgende vereisten stelt : IX-3419-7/15 “BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIE De dierenarts-directeur kringhoofd dient : . het beleid van het Hoofdbestuur en de bijhorende planning en prioriteiten- stelling te vertalen naar de specifieke situatie van de keurkring; . het beleid duidelijk over te brengen op zijn adjuncten, dierenartsen en administratief personeel; . hierbij een brug te slaan tussen administratie en bedrijven, Hoofdbestuur en Buitendiensten; . het kwaliteits- en toezichtsbeleid in zijn keurkring te implementeren; . de nodige feedback te geven aan het Hoofdbestuur in relatie tot het gevoerde beleid en de nodige beleidsopties voor te stellen; . alle maatregelen te nemen om de ononderbroken uitvoering van de dagelijkse taken te waarborgen. De administratieve zetel van de vacante betrekkingen zijn gevestigd te Antwerpen en te Hasselt. BESCHRIJVING VAN HET PROFIEL Beide dierenartsen-directeur behoren tot de Nederlandstalige taalrol. Een goede kennis van andere talen, in het bijzonder van het Frans, is hierbij een bijkomende troef. Zij moeten, naast een gedegen kennis van het wetgevend kader en een grote vaardigheid in het leggen van menselijke contacten, beschikken over organisatietalent zodat het werk van de ambtenaren onder hun verantwoordelijkheid doeltreffend kan gebeuren. Zij dienen daarbij bijzondere aandacht te hebben voor de specifieke organisatie en werking van het Hoofdbestuur en de Buitendiensten, waarbij relationele vaardigheid en kennis van het terrein een belangrijk hulpmiddel zijn. Zij dienen perfect op de hoogte te zijn van de middelen die het IVK hen ter beschikking stelt voor de uitvoering van de taken, die de wetgever heeft opgelegd. Zij dienen op een diplomatische wijze de strategische visie van het IVK te kunnen ontwikkelen binnen hun keurkring”; Overwegende dat de directieraad op 19 december 2001 kennis genomen heeft van de voordracht die de voorzitter had opgesteld en van de bijhorende motivering van de rangschikking van de kandidaten; dat hij zich in een geheime stemming unaniem aangesloten heeft bij de voordracht en de motivering; dat daaruit volgt dat verzoeker niet relevant verwijst naar de eventuele onregelmatigheid van het puntensysteem dat de directieraad voor zichzelf had uitgetekend om het voorstel van de voorzitter om te buigen; 3.4.
- Overwegende dat de directieraad William Dendas als tweede kandidaat gerangschikt heeft en verzoeker als vijfde; dat de rangschikking van William Dendas als volgt verantwoord wordt : “De voorzitter verwijst naar de verdiensten vervat in het cv van betrokkene met name : ** de terreinkennis die hij heeft opgedaan als dierenarts-keurder waarbij hij alle deelaspecten van de keuring heeft doorlopen gaande van pluimveekeuring IX-3419-8/15 tot de keuring van slachtdieren en de controle van de inrichtingen - specifieke ervaring op technisch, relationeel en organisatorisch vlak; ** het toezicht dat hij heeft uitgeoefend op de verdeling van de opdrachten onder de verschillende dierenartsen en de uitoefening van de controle op hun aanwezigheid; ** de activiteiten die hij heeft verricht bij de hormonenequipe vanaf 1989 waar hij diende samen te werken met de diensten van Landbouw, de verschillende politiediensten en de gerechtelijke instanties van meerdere arrondissementen; ** de werkzaamheden op het hoofdbestuur waar hij belast was met het concipiëren van een nieuw rechtensysteem dat voor het eerst gebaseerd was op economische principes; ** de toelichting en de verdediging van het nieuw rechtensysteem op verschillende platforms waaronder de raadgevende commissie wat aantoonde dat hij beschikt over inzicht en de onontbeerlijke diplomatie; ** de medewerking die hij heeft verleend aan het uitwerken van de nodige instructies en het maken van de omzendbrieven om de nieuwe reglementering in de verschillende inrichtingen toe te passen; Titels : - het diploma van doctor in de diergeneeskunde - het licenciaatsdiploma in het diergeneeskundig toezicht op eetwaren van dierlijke oorsprong met als eindwerk ‘Listeria monocytogenes, haar voorkomen in voedingsmiddelen’ - een bijzondere licentie in ‘Overheidsbeheer en staatsmanagement’ - cursus Lead Assessor De voorzitter stelt voor om de heer Dendas voor te dragen als tweede geklasseerde omwille van zijn ruime terreinervaring waarbij hij als dierenarts- keurder alle deelaspecten van de keuring heeft doorlopen. Daarnaast is hij eveneens actief geweest op het hoofdbestuur waar hij zijn medewerking verleende aan het nieuwe rechtensysteem dat voor het eerst gebaseerd was op economische principes en door hem werd uitgewerkt. Hij verkreeg een volledig inzicht in de financiële structuur van het IVK, waardoor hij op het niveau van de keurkring kan instaan voor een correct gebruik van de middelen. In de uitoefening van deze activiteiten heeft hij blijk gegeven van de nodige organisatorische en operationele vaardigheden alsmede van de vaardigheden om te werken in samenwerkingsverband gebruikmakend van de nodige diplomatie. (...)”; dat de rangschikking van verzoeker op de vijfde plaats als volgt verantwoord wordt : “De Voorzitter verwijst naar de verdiensten vervat in het cv van betrokkene met name : ** was inspecteur-keurder in de regio Vlaams-Brabant, Limburg en Antwerpen ** was opsporingsambtenaar van de Hormonenequipe ** werd naderhand aangesteld als ad interim kringhoofd van de keurkring Asse-Leuven Titels : - diploma van doctor in de veeartsenijkunde; - licentie in Milieubeheer; - licentie in Zootechniek; - licenciaatsdiploma in het diergeneeskundig toezicht over eetwaren van dierlijke oorsprong; - opleiding voor Lead Assessor IVK. De Voorzitter stelt voor om de heer Devoghel voor te dragen als vijfde geklasseerde omwille van zijn terreinkennis als keurder en als ad interim kringhoofd van de keurkring Asse-Leuven en zijn optreden in de hormonen- equipe. IX-3419-9/15 In vergelijking met de twee eerst geklasseerde kandidaten kan hij zich niet beroepen op een ervaring op het hoofdbestuur en bezit hij minder eigen- schappen op administratief vlak. In vergelijking met (derde voorgedragene) beschikt hij over minder grote administratieve vaardigheden. In vergelijking tot (vierde voorgedragene) beschikt de heer Devoghel over een minder performante kennis van de wetgeving - zijn inzicht in het verband tussen het theoretische aspect van de wetgeving en de praktische toepassing ervan is kleiner dan het inzicht in dat verband van de heer Witters”; 3.4.6.
- Overwegende dat verzoeker van oordeel is dat de directieraad de ervaring op het hoofdbestuur, zijn geringere administratieve vaardigheden en zijn minder performante kennis van de regelgeving niet als doorslaggevende criteria mocht aannemen om hem met de andere kandidaten te vergelijken, aangezien de functie- en profielbeschrijving die beoordelingselementen niet als de belangrijkste en de meest doorslaggevende vereisten naar voren had geschoven, terwijl hij wel voldoet aan de vereisten die de functievereisten en het profiel vooropstelden maar waarover geen ernstig vergelijkend onderzoek plaatsgevonden heeft; 3.4.6.
- Overwegende dat de functiebeschrijving duidelijkheid schept over de inhoud van de functie en dat de profielvereisten de eisen bepaalt waaraan de titularis van de betrekking volgens het bestuur moet voldoen; dat het bestuur daarmee een duidelijk kader uittekent van de werksituatie waarin de benoemde zal terechtkomen en de bijzondere aandachtspunten aanwijst waarvan zij de benoeming afhankelijk stelt, hetgeen de kandidaten ook in de mogelijkheid stelt de overheid alle nuttige inlichtingen te verschaffen over de wijze waarop zij voor de benoeming in aanmerking denken te komen; dat het bestuur niet verplicht is vooraf de profielvereisten naar afnemend belang te rangschikken; dat het zelfs niet verplicht is de vergelijking van de kandidaturen te beperken tot die uitdrukkelijk opgesomde profielvereisten, voorzover dan wel blijkt dat het criterium op grond waarvan het zijn selectie baseert relevant is ten aanzien van de te begeven functie en dat alle kandidaten op dat criterium vergeleken zijn; dat de Raad van State een benoemingsbeslissing enkel kan vernietigen wanneer voor hem aangetoond wordt dat het bestuur de kandidaturen niet vergeleken heeft op het vlak van hun bekwaamheid om de functie te vervullen dan wel dat het bestuur bij zijn keuze van de beste kandidaat een kennelijk onredelijk gebruik gemaakt heeft van zijn discretionaire bevoegdheid; 3.4.6.
- Overwegende dat de voorzitter van de directieraad in het voorstel dat hij op 19 december 2001 aan de vergadering voorgelegd heeft en dat door de IX-3419-10/15 directieraad tot het zijne gemaakt heeft, de titels en de verdiensten van de vijf kandidaten die hij in zijn rangschikking opnam, opgesomd heeft; dat hij daarvoor vertrokken is van de gegevens die de kandidaten zelf bij hun kandidaatstelling hadden verstrekt, maar dat hij de uiteenzetting van de antecedenten van de betrokkenen toch geherformuleerd heeft in functie van hun specifieke geschiktheid om tot hoofd van een keurkring te worden benoemd; dat verzoeker niet aantoont dat de directieraad bij die uiteenzetting bepaalde relevante gegevens, die teruggevoerd kunnen worden op het vooropgestelde profiel en die hem mogelijk een betere uitgangspositie zouden hebben verleend, uit het oog verloren zou hebben; 3.4.6.
- Overwegende dat uit het voorstel van rangschikking, aangenomen door de directieraad, niet blijkt dat verzoeker niet zou voldoen aan alle vereisten van het profiel; dat, integendeel, hij bij de vijf beste kandidaten wordt gerangschikt wegens zijn terreinkennis als keurder en als interim-kringhoofd van de keurkring Asse-Leuven en wegens zijn werkzaamheden in de hormonenequipe; dat hij het wel moet afleggen tegen de beter gerangschikten omdat hij geen ervaring heeft op het hoofdbestuur en minder kwaliteiten heeft “op administratief vlak” -wat hem onderscheidt van William Dendas-, omdat hij over minder grote administratieve vaardigheden beschikt dan de derde gerangschikte en omdat hij een minder performante kennis heeft van de wetgeving dan de vierde gerangschikte, met name “minder inzicht” in het verband tussen theorie en praktijk wat de toepassing van de regelgeving betreft; dat uit die vergelijking blijkt dat de verschillende gerangschikte kandidaten wel degelijk onderling vergeleken zijn op het vlak van de profielvereisten; 3.4.6.
- Overwegende dat bij lezing van de functiebeschrijving en de profielvereisten, niet betwist kan worden dat de ervaring op het hoofdbestuur, het bezit van administratieve vaardigheden en de kennis van de wetgeving uit de sector als vergelijkingspunten voor de kandidaturen in aanmerking genomen kunnen worden; dat, immers, de benoemde het beleid van het hoofdbestuur, de planning en de prioriteitenstelling moet “vertalen naar de specifieke situatie van de keurkring”, dat hij dat beleid moet kunnen overbrengen op zijn ondergeschikten en dat hij dat hoofdbestuur feedback moet geven met het oog op het toekomstig beleid; dat een tewerkstelling op het hoofdbestuur en de bijkomende kennis die daarmee verworven wordt de uitvoering van die taken onmiskenbaar vergemakkelijkt en dus terecht als een voordeel wordt beschouwd; dat even duidelijk het bezit van administratieve vaardigheden of administratieve eigenschappen -een begrip dat de verwerende partij nergens gepreciseerd heeft, maar dat in zijn algemeenheid toch te begrijpen is als de IX-3419-11/15 vaardigheden om het bestuur vlot en efficiënt te laten verlopen- en de kennis van de wetgeving een plaats hebben binnen de vooropgestelde profielvereisten; dat de verwerende partij dan ook met die vergelijkingselementen rekening mocht houden en op basis daarvan de geschiktheid van de kandidaten beoordelen; dat verzoeker niet aantoont en dat uit de stukken op grond waarvan de directieraad zijn beslissing genomen heeft niet blijkt dat hij het op die criteria moet afleggen tegen de vóór hem gerangschikten; 3.4.
- Overwegende dat het eerste middel niet gegrond is; 4.
- Overwegende dat verzoeker in het tweede middel de schending aanvoert van artikel 10 van het koninklijk besluit van 6 februari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, van artikel 9 van het koninklijk besluit van 6 februari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel en van artikel 33 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel; dat hij het middel als volgt adstrueert: door te beslissen de benoemingsprocedure te hernemen vanaf het punt waarop de Raad van State een onregelmatigheid vastgesteld heeft, plaatst het bestuur zich terug op het tijdstip van de oproep tot de kandidaten en moet hij de vergelijking van de aanspraken doen met de gegevens die op die dag beschikbaar waren; op het tijdstip van de vacature -januari 1999- was de reglementering aangaande de evaluatie van de ambtenaren nog niet gefinaliseerd -de evaluatie werd pas beëindigd in januari 2000- en dus is de nieuwe benoeming “in strijd met de hierboven vermelde regelgeving”; bovendien heeft de directieraad, door de evaluatie van de kandidaten niet bij zijn beslissing te betrekken, een belangrijk criterium prijsgegeven om zijn vergelijkingsopdracht te vervullen en hadden zijn eindevaluatoren de periode waarin hij als interim hoofd van een keurkring had gefunctioneerd als “perfect” beoordeeld; 4.
- Overwegende dat de verwerende partij daar op antwoordt dat verzoeker er ten onrechte vanuit gaat dat de directieraad rekening gehouden zou hebben met gegevens die dagtekenen van na 22 januari 1999, dat zij niet begrijpt wat verzoeker bedoelt met zijn verwijzing naar het uit handen geven van een belangrijk vergelijkingscriterium -daarom is het middel niet ontvankelijk- en dat de kandidaten wel degelijk geëvalueerd zijn, hetgeen zijn neerslag heeft gekregen in het voorstel van IX-3419-12/15 de voorzitter van de directieraad op grond waarvan de rangschikking van de kandidaten gebeurd is; 4.
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord betoogt dat hij “tot het voorjaar 2000 nooit conform de wettelijke voorschriften geëvalueerd is geweest als dienstdoend kringhoofd”, dat de directieraad op 22 januari 1999 -toen hij de titels en verdiensten van de kandidaten vergeleek in het kader van de benoemingsbeslissing die door de Raad van State vernietigd is- ervan uitgegaan is dat zijn evaluatie niet 100% in orde was maar hij dan toch over hem heeft gesteld dat hij “op perfecte wijze de overstap gedaan heeft als interim kringhoofd van de keurkring Asse-Leuven”, terwijl degelijke “geschreven evaluatie toch van enig belang kan zijn” en beter verdient dan een “gunstige” of “zeer gunstige” beoordeling; dat hij in zijn laatste memorie nog uiteenzet dat de reglementering die hij in het middel aanhaalt, voorschrijft dat elke kandidaat voor een bevordering geëvalueerd moet worden, terwijl in dit geval geen van de kandidaten vóór het bestreden benoemingsbesluit geëvalueerd is op de wijze die het statuut voorschrijft en terwijl de voordracht van de voorzitter van de directieraad niet als dergelijke evaluatie gezien kan worden; 4.4.
- Overwegende dat artikel 10 van het koninklijk besluit van 6 februari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel en artikel 9 van het koninklijk besluit van 6 februari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel overgangsbepalingen zijn, waarin gesteld wordt dat de bepalingen inzake de beoordeling en de ongunstige vermelding die op 6 februari 1997 van kracht zijn van toepassing blijven tot 15 december 1998 wat de ambtenaren van niveau 1 en 2+ betreft en tot 15 december 1999 wat de ambtenaren van niveau 2, 3 en 4 betreft; dat de Raad van State op grond van de bij het middel gevoegde uiteenzetting niet kan uitmaken op welke wijze het bestreden besluit die bepalingen miskent; dat, wat dat betreft, het middel niet ontvankelijk is; 4.4.
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 33, § 1, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel, zoals dat van toepassing was op het ogenblik van het bestreden besluit, de bevordering in graad voor de betrekkingen die afhankelijk zijn van een vacature bij voorrang verleend wordt aan de kandidaat met de gunstigste evaluatie; IX-3419-13/15 dat verzoeker ook niet duidelijk maakt op welke wijze het bestreden besluit die bepaling miskent; dat in ieder geval het middel een tegenstrijdigheid lijkt te bevatten waar verzoeker stelt dat er in 1999 nog geen gestructureerde evaluatie bestond maar hij toch ook beweert dat de directieraad hem in januari 1999 zeer gunstig geëvalueerd heeft en hij met die vermelding zijn voordeel wil doen; dat ook dit onderdeel van het middel niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. IX-3419-14/15 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig juli 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3419-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.445 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.