id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juli 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.462 Rolnummer: A. 175014/X-12942 Zaak: Arrest 161462 - - 26/07/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-06 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-01 01:30 Fiche Arrest nr 161.462 van 26 juli 2006 - Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.462 van 26 juli 2006 in de zaak A. 175.014/X-12.
- In zake :
- Bart DENDOOVEN,
- Robert WITTEVRONGEL, die woonplaats kiezen bij advocaat F. CORYN, kantoor houdende te 9000 GENT, Casinoplein 19 tegen :
- de gemeente AALTER
- het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128 tussenkomende partij : Adriaan STAELENS, die woonplaats kiest bij Advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bart DENDOOVEN en Robert WITTEVRONGEL op 18 juli 2006 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aalter van 26 juni 2006 houdende afgifte aan Adriaan STAELENS en Martine VAN OVERBEKE van de stedenbouwkundige vergunning voor het oprichten van een kippenstal op een terrein gelegen te Aalter, Hageland 4, op een perceel kadastraal bekend Sectie E, nr. 206 c; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 19 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 juli 2006, om 11.00 uur; X-12.942-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. CORYN, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J. SUCAET, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat T. DE SUTTER, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat W. DE CUYPER, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. Van Mingeroet; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat Adriaan STAELENS met een ter terechtzetting neergelegd verzoekschrift heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- Overwegende dat, voor wat de voorgaanden en de feitelijke gegevens van deze zaak betreft, wordt verwezen naar de zaken gekend onder de nummers A. 162.094/X-12.290, A. 166.555/X-12.514, A. 167.277/X-12.540;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende dat, wat de eerste voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, de uiterst dringende noodzakelijkheid blijkt uit het feit dat het bestreden besluit dateert van 26 juni 2006 en dat het op 17 juli 2006 ter kennis van verzoekers werd gebracht, waarbij verzoekers huidige procedure hebben ingeleid op 18 juli 2006, zijnde de dag nadien, zodat zij diligent en alert hebben gehandeld en dat verzoekers op goede gronden aanvoeren dat de vergunde werken reeds volledig kunnen zijn voltooid vooraleer over een vordering tot schorsing ingesteld volgens de X-12.942-2/7 gewone procedure, uitspraak zou zijn gedaan; dat bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
- Overwegende dat, wat de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, de Raad van State het volgende overweegt : 4.1.
- De tenuitvoerlegging van een eerste stedenbouwkundige vergunning van 16 augustus 2005 met hetzelfde voorwerp werd door de Raad van State geschorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij arrest nr. 150.132 van 12 oktober
- Het eerste middel waarin de schending werd aangevoerd van artikel 15, 4.6.
- van het koninklijk besluit van 28 december1972 dat betrekking heeft op landschappelijke waardevolle agrarische gebieden werd ernstig bevonden. Meer bepaald werd geoordeeld dat de vergunning de toets van het esthetisch criterium niet doorstond. Meer precies werd in dit arrest overwogen dat “op het eerste gezicht niet valt in te zien hoe de aanleg van voormeld groenscherm, dat de op te richten stal langs twee zijden omsluit, ertoe kan leiden dat de te beschermen schoonheidswaarde van het landschap door de oprichting van een stal met een omvang zoals deze door het bestreden besluit vergund en uit te voeren in de aangegeven materialen, niet in gevaar wordt gebracht”. 4.1.
- Nadat deze eerste stedenbouwkundige vergunning werd ingetrokken, vergunt het college van burgemeester en schepenen op 17 oktober 2005 opnieuw de gevraagde kippenstal. Bij arrest nr. 150.910 van 3 november 2005 werd ook de tenuitvoerlegging van deze vergunning door de Raad van State geschorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Opnieuw werd het eerste middel, zijnde de schending van artikel 15, 4.6.
- van het KB van 28 december1972 ernstig bevonden. Samengevat overwoog de Raad van State dat :
- de aanwezigheid van grote stallen in de omgeving niet met goed gevolg kan worden aangevoerd om een verdere aantasting van de schoonheidswaarde van het landschap te verantwoorden,
- het bestreden besluit verkeerdelijk van de stelling uitgaat dat de aanvraag slechts strekt tot vernieuwing van de bestaande bebouwing. De Raad oordeelde dat het hem voorkomt dat veeleer moet gesproken worden van het slopen van de hele bestaande bebouwing, gevolgd door het oprichten van een nieuw soort bebouwing van grotere omvang, X-12.942-3/7
- het bestreden besluit ten onrechte stelt dat de visuele impact van de ontworpen constructie aanvaardbaar blijft en dat het niet verduidelijkt waarom de gekozen materialen en de verschijningsvorm de visuele impact binnen aanvaardbare grenzen houdt,
- wat het groenscherm betreft, op het eerste gezicht niet valt in te zien, dat de te beschermen schoonheidswaarde van het landschap (en van de omgeving) te rijmen valt met de oprichting van een stal met een oppervlakte van 39,3 meter op 100 meter, met een nokhoogte van 8,10 meter, met gevels in silexbeton en uit te voeren in de aangegeven materialen, beschreven in het bestreden besluit. 4.1.
- Verzoekers voeren in voorliggend schorsingsberoep opnieuw in het eerste middel ondermeer de schending aan van artikel 15, 4.6.
- van het voormeld koninklijk besluit hierbij opnieuw benadrukkend dat de vergunde stal de schoonheids- waarde van het landschap in het gedrang brengt. De vraag rijst dus of in voorliggend bestreden besluit, rekening houdend met wat in de vorige arresten werd overwogen, verholpen werd aan het gebrek van de toetsing aan het esthetisch criterium, zoals vereist is in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Deze vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Zo dient te worden vastgesteld dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aalter voorliggend besluit motiveert door eenvoudig- weg haar motivering van het besluit van 17 oktober 2005 integraal en zonder enige toevoeging of wijziging te hernemen. Dit citeren gaat zelfs zo ver dat het college vergeten is de datum op het einde van haar besluit te wijzigen, zodat in voorliggend besluit van 26 juni 2006 te lezen is : “bijgevolg beslist het college van burgemeester en schepenen in de zitting van 17/10/2005 het volgende”. Aldus dient met zekerheid te worden vastgesteld dat de eigen motivering van het college van burgemeester en schepenen nog steeds behept is met de gebreken zoals vastgesteld in het schorsing- sarrest nr. 150.910 van 3 november
- 4.1.
- De vraag stelt zich of het - sinds het tussengekomen schorsingsar- rest - nieuwe advies van de gemachtigde ambtenaar van 22 juni 2006, dat in voorliggend bestreden besluit geciteerd wordt, eventueel aan de hiervoor genoemde gebreken zou kunnen verhelpen. Ook dit is niet het geval. Dit advies wordt door het X-12.942-4/7 college van burgemeester en schepenen wel geciteerd in het bestreden besluit toch het college van burgemeester en schepenen maakt zich dit advies geenszins eigen. In die omstandigheden lijkt dit advies dan ook niet als deeluitmakend van voorliggend collegebesluit te kunnen worden beschouwd. Zoals gesteld in het arrest nr. 150.910 wordt aangenomen dat het college van burgemeester en schepenen in de beslissing over de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning zelf de concrete gegevens dient te vermelden waarop het zich heeft gesteund om tot het besluit te komen dat de afgifte van de gevraagde stedenbouwkundige vergunning de schoonheidswaarde van het te beschermen landschap niet in gevaar brengt en dat met niet in die beslissing vermelde motieven geen rekening kan worden gehouden. 4.1.
- Ook het advies van de gemachtigde ambtenaar van 22 juni 2006 lijkt de in de vorige zaken vastgestelde gebreken niet te verhelpen. Zo blijkt uit dit advies dat de gemachtigde ambtenaar om een evaluatie te maken van de overeenstemming van de aanvraag met de bestemming op het vlak van het esthetisch criterium twee onderzoeken ter plaatse heeft uitgevoerd en hieruit samengevat besluit dat “in de directe omgeving stallingen staan die gelijkaardig zijn aan de aangevraagde kippenstal, zowel qua materiaalgebruik (silexpanelen, golfplatendak) als qua omvang. De meeste stallingen zijn ook omgeven door groenaanplantingen, en er in de wijdere omgeving nog meer dergelijke constructies voorkomen; het hier niet gaat om een gaaf en homogeen gebied maar om een gebied waar reeds structurele aantastingen voorkomen, zodat de schoonheids- waarde van het landschap moet genuanceerd worden”. Zoals ook reeds in het eerder schorsingsarrest benadrukt en zoals ook reeds meermaals door de Raad van State overwogen werd, kan een aanwezige bebouwing niet met goed gevolg worden aangevoerd om een verdere aantasting van een waardevol agrarische zone te rechtvaardigen. De door het gewestplan aan een bepaald gebied gegeven bestemming is immers evenzeer op de toekomst gericht, zeker wanneer die bestemming er uitdrukkelijk toe strekt de specifieke waarde van het gebied te vrijwaren en zelfs te ontwikkelen. De vaststelling dat de schoonheids- waarde van het huidig landschap genuanceerd moet worden is de negatie van de reglementaire bestemming die aan het betrokken gebied is gegeven. De vaststelling in dit advies van de gemachtigde ambtenaar dat de verplichting tot aanplanting van een groenscherm voldoende garantie biedt nopens X-12.942-5/7 de verenigbaarheid van het gebouw met het landschap, kan het esthetisch criterium evenmin verantwoorden. Het besluit is dan ook dat op het eerste gezicht het eerste middel in de hiervoor genoemde mate ernstig is, zodat ook aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, is voldaan.
- Overwegende dat, wat de derde voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel door verzoekers actueel blijft en dat noch uit het administratief dossier, noch uit de debatten blijkt dat er terzake door de partijen enig nieuw element wordt aangevoerd dat afbreuk doet aan de pertinente overwegingen van het arrest nr. 150.910 van 3 november 2005 van de Xe kamer van de Raad van State. Overwegende dat de eerste verwerende partij blijkbaar voorbijgaat aan het gezag van gewijsde van een arrest van de Raad van State; dat het op het eerste gezicht onaanvaardbaar is, dat een bestuur een identieke beslissing neemt die reeds voorheen werd geschorst door de Raad; dat de eerste verwerende partij aldus meewerkt aan het creëren van gerechtelijke achterstand bij de Raad en zij als bestuur aan de basis ligt van het feit dat zij verzoekers verplicht om telkens nieuwe procedures in te leiden voor de Raad van State, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Adriaan STAELENS in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aalter van 26 juni 2006, houdende afgifte aan Adriaan STAELENS en Martine VAN OVERBEKE van de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een kippenstal op een terrein gelegen te Aalter, Hageland nr. 4, kadastraal bekend, derde afdeling, Sectie E, nr. 206 c. X-12.942-6/7 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenk- omende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzit- ting, op zesentwintig juli 2000 en zes, door : de HH. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. MOONS. X-12.942-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.462 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.981 ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.923 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.218 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.