← België

Arrest 161911 - - 22/08/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 augustus 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.911 Rolnummer: A. 56857/X-9255 Zaak: Arrest 161911 - - 22/08/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-01 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-01 02:12 Fiche Arrest nr 161.911 van 22 augustus 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 161.911 van 22 augustus 2006 in de zaak A. 56.857/X-

  1. In zake :
  2. de bvba ZAKENKANTOOR EDDY DIRCKX,
  3. Eddy DIRCKX, die woonplaats kiezen bij Advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaten M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de bvba ZAKENKANTOOR EDDY DIRCKX en Eddy DIRCKX op 13 maart 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 januari 1994 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aan- gelegenheden houdende verwerping van het beroep ingesteld door de heer en mevrouw DIRCKX-WILLOCX tegen de beslissing van 23 januari 1992 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij hen de vergunning is geweigerd voor het oprichten van een alleenstaande eensgezinswoning te Londerzeel (Steenhuffel), Robbroekstraat, op een perceel kadastraal bekend sectie C, nrs. 76a en 76b; Gelet op het arrest nr. 145.091 van 27 mei 2005 waarbij de debatten worden heropend en het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt gelast met een aanvullend onderzoek; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door Auditeur W. WEYMEERSCH; X-9255-1/6 Gelet op de beschikking van 17 januari 2006 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier belast; Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 18 april 2006 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 12 mei 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. ROELANDT die loco Advocaat J. GHYSELS verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat M. VAN DIEVOET die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de echtgenoten Dirckx-Willocx op 18 mei 1990 bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Londerzeel een aanvraag hebben ingediend tot het verkrijgen van de bouwvergunning voor het oprichten van een alleenstaande eensgezinswoning te Londerzeel (Steenhuffel), Robbroekstraat, op percelen kadastraal bekend sectie C, nrs. 76a en 76b; dat het perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is gelegen in natuur- gebied; dat het eveneens is gelegen binnen het beheersingsgebied van het bij koninklijk besluit van 29 februari 1991 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg "Den Ebbing"; dat voormeld perceel volgens dit bijzonder plan van aanleg is gelegen in een zone voor open bebouwing; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 7 januari 1991 de gevraagde bouwvergunning heeft verleend; dat de gemachtigde ambtenaar bij besluit van 1 februari 1991 de voormelde bouw- vergunning heeft geschorst omdat het betrokken perceel volgens de bestemmings- voorschriften van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is gelegen in natuurgebied; X-9255-2/6 dat de gemachtigde ambtenaar in de brief waarbij het schorsingsbesluit aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis wordt gebracht, de gemeente verzoekt haar besluit van 7 januari 1991 zo vlug mogelijk in te trekken; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 11 februari 1991 de betrokken bouwvergunning heeft ingetrokken; dat Eddy Dirckx op 20 februari 1991 tegen dit intrekkingsbesluit beroep heeft ingesteld bij de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Brabant; dat de bestendige deputatie bij besluit van 23 januari 1992 het beroep heeft verworpen; dat Eddy Dirckx op 23 januari 1992 bij de bevoegde Vlaamse minister beroep heeft ingesteld tegen voormeld besluit van de bestendige deputatie; dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden bij het thans bestreden besluit van 7 januari 1994 het beroep heeft verworpen en de bouwvergunning heeft geweigerd; Overwegende dat de verzoekers in eerste middel de schending aanvoeren van artikel 190 van de Grondwet, van de artikelen 22 en 84 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, van de artikelen 10 en 13 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw en van artikel 56 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966; dat zij in een eerste onderdeel van het middel stellen dat de minister hun beroep tegen het besluit van de bestendige deputatie heeft verworpen omdat hun project in strijd zou zijn met het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, dat geen wet, decreet, besluit of verordening van algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur verbindend is dan na te zijn bekendgemaakt in de vorm bij wet bepaald, dat het koninklijk besluit of besluit van de Vlaamse regering waarbij een gewestplan wordt bekendgemaakt pas in werking treedt 15 dagen na de bekendmaking hiervan bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad waarin tegelijk het advies van de commissie van advies wordt overgenomen, dat de gouverneur binnen dezelfde termijn het gewestplan naar iedere gemeente zendt die betrokken is bij het plan, dat de gouverneur door aanplakking bekend maakt dat het plan in elk gemeentehuis voor eenieder ter inzage ligt, dat de verzoekers verwijzen naar de vaststellingen van een landmeter en een gerechtsdeurwaarder en het advies van de juridische dienst van het Vlaamse Gewest van 10 mei 1993, dat in casu niet alleen de orthofotoplannen niet ter inzage lagen, maar ook niet de originele bestemmingskaarten, dat de plannen van aanleg bovendien uit grafische en niet- grafische voorschriften bestaan, dat de artikelen 10 en 13 van de wet van 29 maart X-9255-3/6 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw geen onderscheid terzake maken zodat ook de niet-grafische voorschriften ter inzage dienen te liggen; Overwegende dat de verwerende partij niet betwist dat op datum van het nemen van het bestreden besluit de orthofotoplannen en originele bestemmingskaarten van het gewestplan niet ter inzage lagen; dat zij echter stelt dat een artikel 13bis werd ingevoegd in de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw waardoor enkel de normatieve delen van een gewestplan ter inzage van het publiek dienen te worden gelegd zodat het bedoelde gewestplan toch tegenstelbaar was aan verzoekers; Overwegende dat artikel 13bis van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, ingevoegd bij artikel 100, van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, bepaalt: "De definitieve vaststelling van het plan door de Vlaamse Regering wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt waarin tevens het advies van de Regionale Commissie van Advies wordt opgenomen. Het plan treedt in werking binnen 15 dagen na zijn bekendmaking. Binnen 15 dagen na zijn bekendmaking ligt het advies met de normatieve delen van het plan na overmaking door de minister ter inzage van de bevolking in elk betrokken gemeentehuis. De niet-normatieve delen zijn ter inzage op het hoofdbestuur en de provinciale buitendiensten van de Administratie Ruimtelijke Ordening. De Vlaamse Regering bepaalt welke delen van het plan normatief dan wel niet- normatief zijn." Overwegende dat het bij artikel 108 van hetzelfde decreet vervangen artikel 75 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw in § 3 bepaalt: "Op de gewestplannen die definitief zijn vastgesteld vóór 1 januari 1994 is de bepaling van artikel 100 van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994 van toepassing" Overwegende dat weliswaar de artikelen 100 en 108 van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting X-9255-4/6 1994 de artikelen 13bis en 75, § 3, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw hebben gewijzigd in die zin dat ook voor de gewestplannen die zijn vastgesteld vóór 1 januari 1994 alleen de normatieve delen ter inzage van de bevolking worden gelegd in elk betrokken gemeentehuis en dat het voor de niet-normatieve delen voldoende is dat ze ter inzage zijn op het hoofdbestuur en de provinciale buitendiensten van de Administratie Ruimtelijke Ordening; dat in zijn arrest 86/95 van 21 december 1995 het Arbitragehof heeft overwogen dat artikel 75, § 3, van de wet van 29 maart 1962, krachtens hetwelk de bepalingen van artikel 13bis van die wet, vervangen door artikel 100 van het decreet van 22 december 1993, van toepassing zijn op de gewestplannen die definitief zijn vastgesteld vóór 1 januari 1994 wel onmiddellijke, doch geen retroactieve werking heeft; Overwegende dat op grond van voormeld artikel 13bis van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, de Vlaamse regering op 23 februari 1994 een besluit heeft genomen houdende bepaling van de normatieve en niet-normatieve delen van het definitief vastgestelde gewestplan; dat dit besluit overeenkomstig zijn artikel 3 in werking is getreden op de datum waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, zijnde 24 maart 1994; dat het bestreden besluit dateert van 7 januari 1994 en dus vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 1994; dat aldus de wettelijk opgelegde formaliteiten voor de bekendmaking van het gewestplan niet waren vervuld op het ogenblik van het nemen van het bestreden besluit; dat het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse op dat ogenblik niet tegenstelbaar was; dat dit overigens ook zo is gesteld in het op 10 mei 1993 uitgebrachte advies van de juridische dienst Leefmilieu en Infrastructuur; dat het eerste onderdeel van het eerste middel gegrond is; BESLUIT: Artikel
  5. Vernietigd wordt het besluit van 7 januari 1994 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegen- heden houdende verwerping van het beroep ingesteld door de heer en mevrouw X-9255-5/6 Dirckx-Willocx tegen de beslissing van 23 januari 1992 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij de vergunning is geweigerd voor het oprichten van een alleenstaande eensgezinswoning te Londerzeel (Steenhuffel), Robbroekstraat, op een perceel kadastraal bekend sectie C, nrs. 76a en 76b. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig augustus 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-9255-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.911 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.091 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.