← België

Arrest 162019 - - 25/08/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 augustus 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.019 Rolnummer: A. 171509/X-12763 Zaak: Arrest 162019 - - 25/08/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-01 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 02:44 Fiche Arrest nr 162.019 van 25 augustus 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.019 van 25 augustus 2006 in de zaak A. 171.509/X-12.

  1. In zake : de gemeente MEISE, die woonplaats kiest bij Advocaat B. BEELEN, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat 24 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  2. tussenkomende partijen : I. Frans HEYVAERT, wonende te 1860 MEISE, Sint-Elooiweg 22, II.
  3. Stefaan VAN DEN EYNDE,
  4. Lieve BUELENS, die woonplaats kiezen bij Advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente MEISE op 28 maart 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 13 januari 2006 van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij aan de consorten Heyvaert en de heer en mevrouw Van Den Eynde - Buelens de voorwaardelijke verkavelingsvergunning is verleend voor een terrein aan de Sint-Elooiweg te Meise, kadastraal gekend onder Meise, 1ste afdeling, sectie F, nrs. 44d, 43 z, 46 d2, 46 e2 en 47; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; X-12.763-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 juni 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. VANSTIPELEN die loco Advocaat B. BEELEN verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat T. DE KETELAERE die loco Advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij, van de eerste tussenkomende partij die verschijnt in persoon, en van Advocaat K. ROELANDT die loco Advocaat J. GHYSELS verschijnt voor de tweede en derde tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  6. Overwegende dat de heer Frans HEYVAERT met een op 18 april 2006 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de heer Stefaan VAN DEN EYNDE en zijn echtgenote, mevrouw Lieve BUELENS, met een op 18 april 2006 ter post aangetekend verzoekschrift vragen om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
  7. Overwegende dat zes consorten HEYVAERT, namens wie de eerste tussenkomende partij optreedt, en de tweede en de derde tussenkomende partijen samen eigenaar zijn van een groot hellend terrein, gelegen aan de Sint-Elooiweg te Meise, kadastraal gekend onder Meise, 1ste afdeling, sectie F, nrs. 44 d, 43 z en 46 d2 (consorten Heyvaert), 46 e2 en 47 (tweede en derde tussenkomende partij); dat dit terrein volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977, deels gelegen is in een woongebied, deels in een woonuitbreidingsgebied; dat zich in het laag gelegen zuidelijke deel een natuurlijke bron bevindt; X-12.763-2/7 Overwegende dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise bij besluit van 5 mei 1994 een vergunning heeft afgegeven aan de tweede en de derde tussenkomende partijen, voor het verkavelen van een deel van het terrein in zes loten, gelegen vlak aan de Sint-Elooiweg, deels in het woongebied, deels in het woonuitbreidingsgebied; dat deze vergunning niet ten uitvoer is gelegd; dat zij evenwel niet vervallen is; Overwegende dat de consorten Heyvaert en de tweede en de derde tussenkomende partijen een aanvraag hebben ingediend, ontvangen op 10 juli 2001, strekkende tot het verkrijgen van een vergunning voor het verkavelen van het hele terrein, inbegrepen de zes voornoemde loten, in 37 loten; dat de gemeenteraad van de gemeente Meise bij besluit van 20 december 2001 het tracé van de wegen heeft goedgekeurd; dat een tegen dat besluit ingestelde vordering tot schorsing door de Raad van State is verworpen, bij arrest nr. 113.385 van 6 december 2002; dat het beroep tot nietigverklaring tegen dat besluit nog aanhangig is (zaak ingeschreven op de algemene rol onder nr. A. 117.327); dat de gemachtigde ambtenaar over de verkavelingsaanvraag een ongunstig advies heeft gegeven; dat het college van burgemeester en schepenen binnen de termijn geen beslissing heeft genomen; dat, op beroep van de aanvragers, de Bestendige Deputatie van de provincie Vlaams-Brabant bij besluit van 27 januari 2004 de gevraagde vergunning heeft geweigerd; Overwegende dat de voornoemde partijen een nieuwe aanvraag hebben ingediend, ontvangen op 10 mei 2004, strekkende tot het verkavelen van het deel van het terrein waarvoor nog geen vergunning is verleend in 31 loten, alle gelegen in het woonuitbreidingsgebied, volgens een gewijzigd plan; dat de gemeenteraad bij besluit van 26 augustus 2004 het bijkomend voetwegtracé heeft goedgekeurd; dat tegen dat besluit een beroep tot vernietiging is ingesteld bij de Raad van State, dat thans nog aanhangig is (zaak ingeschreven op de algemene rol onder nr. A. 157.072); dat het college van burgemeester en schepenen op 20 september 2004 een gunstig advies heeft gegeven over de aanvraag, mits aan vier voorwaarden zou worden voldaan; dat de gemachtigde ambtenaar over de aanvraag een ongunstig advies heeft gegeven; dat het college van burgemeester en schepenen dienvolgens bij besluit van 16 november 2004 de gevraagde vergunning heeft geweigerd; dat de aanvragers ondertussen, op 14 november 2004, beroep hadden ingesteld bij de bestendige deputatie tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen binnen de termijn; dat de bestendige deputatie bij besluit van 5 juli 2005 de gevraagde vergunning heeft geweigerd; dat de aanvragers op 7 juli X-12.763-3/7 2005 een beroep hebben ingesteld bij de Vlaamse regering, tegen het uitblijven van een beslissing binnen de termijn; dat de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening bij besluit van 13 januari 2006 het beroep voorwaardelijk inwilligt en dienvolgens de gevraagde vergunning verleent, onder de uitdrukkelijke voorwaarde "dat de verkavelaar er zorg voor zal dragen dat door de bron geen wateroverlast voorkomt op de lager gelegen, buiten de verkaveling gelegen aanpalende percelen"; dat dit ministerieel besluit het voorwerp vormt van de voorliggende vordering tot schorsing; Overwegende, volledigheidshalve, dat de verweerder en de tweede en de derde tussenkomende partijen melding maken van een ander ministerieel besluit, eveneens genomen op 13 januari 2006, dat aan de tweede en de derde tussenkomende partijen een wijziging van de hiervóór vermelde verkavelingsvergunning van 5 mei 1994 (i.v.m. de eerste zes loten) zou toestaan; dat de wijziging betrekking zou hebben op een uitbreiding van de achteruitbouwzone en op een verhoging van de kroonlijsthoogte; dat geen der partijen een afschrift van deze vergunning voorlegt;
  8. Overwegende dat de tweede en de derde tussenkomende partijen tegen de vordering een eerste exceptie van onontvankelijkheid opwerpen, afgeleid uit het feit dat het verzoekschrift tot schorsing niet is ondertekend door de advocaat die is aangesteld door het college van burgemeester en schepenen; dat zij aanvoeren dat het college van burgemeester en schepenen Meester Bert Beelen heeft aangesteld als raadsman van de gemeente, terwijl het verzoekschrift tot schorsing is ondertekend door "Mr. Bert Beelen loco Johan Vanstipelen", dat de handtekening ofwel die van Meester Beelen is, in welk geval het verzoekschrift niet is ondertekend door de door het college aangestelde raadsman, ofwel die van Meester Vanstipelen is, in welk geval deze advocaat niet loco Meester Beelen blijkt te hebben ondertekend; Overwegende dat uit het dossier blijkt dat het college van burgemeester en schepenen Meester Beelen op 20 maart 2006 heeft aangesteld om de belangen van de gemeente voor de Raad van State te verdedigen; dat het verzoekschrift tot schorsing is ingediend door de gemeente Meise, bijgestaan en vertegenwoordigd door Meester Beelen; X-12.763-4/7 Overwegende dat overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State de vordering tot schorsing wordt ondertekend door de partij of door een advocaat; dat het verzoekschrift kennelijk is ondertekend door Meester Vanstipelen, loco Meester Beelen; dat een advocaat zich kan laten vervangen door een confrater voor het verrichten van handelingen die tot zijn mandaat behoren; dat de exceptie niet gegrond is;
  9. Overwegende dat de tweede en de derde tussenkomende partijen een tweede exceptie van onontvankelijkheid opwerpen, afgeleid uit het ontbreken van een belang, minstens een wettig belang, in hoofde van de verzoekster; Overwegende dat uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing; dat het in die omstandigheden niet nodig is om de opgeworpen exceptie te onderzoeken;
  10. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
  11. Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoekster in essentie aanvoert dat zij als plaatselijke overheid te waken heeft over een goede ruimtelijke ordening op haar grondgebied, dat de verkaveling voor de verzoekster enkel aanvaardbaar is mits naleving van de vier voorwaarden vermeld in het gunstig advies van het college van burgemeester en schepenen van 20 september 2004, dat de verkaveling voor de verzoekster dient uit te gaan van een gedifferentieerd woningtype en met een duidelijke bescherming van de bron en haar onmiddellijke omgeving, welke op kwalitatieve wijze uitgebouwd dienen te worden tot een rustpunt in de verkaveling, dat het bestreden besluit deze voorwaarden niet besproken en dus niet overgenomen heeft, dat door een samenvoeging van loten niet uitdrukkelijk te verbieden het bestreden besluit de deur openzet voor twee driegevelwoningen, dat de goede ruimtelijke ordening, zoals door de verzoekster voor ogen gesteld voor het betrokken deel van haar grondgebied, teloor dreigt te X-12.763-5/7 gaan; dat voorts de veiligheid van de inwoners van de gemeente en van de gemeentearbeiders die de bron en haar omgeving zullen moeten onderhouden in het gedrang wordt gebracht door het feit dat de verkavelaar, om van de weg naar de 3 meter lager gelegen bron te geraken, in een voetpad heeft voorzien; Overwegende dat het enkele feit dat de afgifte van een verkavelingsvergunning gevolgen heeft voor de wijze waarop een gemeente haar bevoegdheden verder kan uitoefenen, op zich geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel doet ontstaan; dat het aan de gemeente staat om concreet aan te tonen dat de uit de vergunning voortvloeiende beperking van haar beoordelingsbevoegdheid de werking van haar diensten in het gedrang zou brengen, of ingrijpende gevolgen zou hebben voor de uitoefening van haar beleid of de vervulling van haar taken; dat de verzoekster zich op dit punt beperkt tot loutere affirmaties, zonder deze voldoende concreet te betrekken op haar stedenbouwkundig beleid; dat, als een aanvraag zou worden ingediend tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor een driegevelwoning op samengevoegde loten, het college van burgemeester en schepenen van de verzoekster de aanvraag nog altijd kan beoordelen vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening; Overwegende dat het nadeel dat zou bestaan in het creëren van een onveilige situatie voor de inwoners van de gemeente en de gemeentearbeiders, afgezien van het feit dat dit een nadeel is dat niet de verzoekster, maar derden zouden lijden, onvoldoende ernstig lijkt; Overwegende dat het risico van een ernstig nadeel aldus niet bewezen is;
  12. Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; X-12.763-6/7 BESLUIT: Artikel
  13. De verzoeken tot tussenkomst van Frans HEYVAERT, Stefaan VAN DEN EYNDE en Lieve BUELENS in het administratief kort geding worden ingewilligd. Artikel
  14. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  15. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 375 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig augustus 2006, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.763-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.019 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.684 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.