← België

Arrest 162022 - - 25/08/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 augustus 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.022 Rolnummer: A. 171377/X-12760 Zaak: Arrest 162022 - - 25/08/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-01 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-01 02:45 Fiche Arrest nr 162.022 van 25 augustus 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.022 van 25 augustus 2006 in de zaak A. 171.377/X-12.

  1. In zake : Nathalie HENDRICKX, die woonplaats kiest bij Advocaat N. AUDENAERT, kantoor houdende te 9000 GENT, Sint-Denijslaan 201 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van OOST- VLAANDEREN. tussenkomende partij : de nv HYBOMA, die woonplaats kiest bij Advocaten L. OCKIER en P. ROTSAERT, kantoor houdende te 8510 KORTRIJK, Pieter Breughelstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Nathalie HENDRICKX op 24 maart 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 1 december 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincie Oost- Vlaanderen waarbij aan de nv HYBOMA de stedenbouwkundige vergunning is verleend voor het bouwen van zes appartementen op een perceel gelegen te Ressegem (Herzele), Borsbekestraat 23, kadastraal gekend onder Herzele, 4de afdeling, sectie A, nr. 143 g; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 29 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 juni 2006; X-12.760-1/5 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat N. AUDENAERT die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat F. ROGGE die loco Advocaten L. OCKIER en P. ROTSAERT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de naamloze vennootschap HYBOMA met een op 14 april 2006 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
  4. Overwegende dat de tussenkomende partij een aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 10 februari 2005, strekkende tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het slopen van een bestaande woning en het bouwen van een meergezinswoning met zes appartementen op een perceel gelegen te Ressegem (Herzele), Borsbekestraat 23, kadastraal gekend onder Herzele, 4de afdeling, sectie A, nr. 143 g; dat tijdens het openbaar onderzoek een bezwaarschrift is ingediend door de verzoekster, die vlak tegenover het betrokken perceel woont; dat de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies heeft gegeven; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Herzele bij besluit van 29 juli 2005 de gevraagde vergunning heeft geweigerd; dat de Bestendige Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen bij besluit van 1 december 2005 het door de tussenkomende partij ingestelde beroep inwilligt en de gevraagde vergunning verleent; dat dit besluit het voorwerp vormt van de voorliggende vordering;
  5. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; X-12.760-2/5
  6. Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoekster in de eerste plaats aanvoert dat het ontworpen gebouw een breedte heeft van 20,6 meter, een maximale bouwdiepte van 12 meter en een maximale nokhoogte van 12 meter, dat het aldus 3 meter hoger zal zijn dan het bestaande gebouw, dat het ook een bouwlaag meer telt dan het bestaande gebouw en dan de woning van de verzoekster, en dat de woning van de verzoekster aldus volledig in de schaduw van het ontworpen gebouw zal komen te liggen, waardoor de verzoekster een aanzienlijk verlies van licht en bezonning zal lijden; dat de verzoekster voorts aanvoert dat in de voorgevel van het ontworpen gebouw gebruik gemaakt wordt van twee uitspringende volumes en dat dakterrassen voorzien zijn, dat de Borsbekestraat een smalle straat is, waardoor er vanuit deze uitspringende volumes en vanop de dakterrassen een grote inkijk zal zijn in de woning van de verzoekster, en dat de verzoekster daardoor een ernstige hinder op het vlak van de privacy zal ondervinden; dat de verzoekster ten slotte aanvoert dat het nadeel dat zij ondervindt ten gevolge van het ontworpen gebouw, gelet op de omvang ervan, moeilijk te herstellen is; Overwegende, wat betreft het aangevoerde verlies van licht en bezonning, dat de verzoekster zich ertoe beperkt te wijzen op de breedte, de bouwdiepte, de nokhoogte en het aantal bouwlagen van het ontworpen gebouw; dat niet duidelijk is hoe de breedte en de bouwdiepte relevant kunnen zijn voor een eventueel verlies aan licht en bezonning; dat de nokhoogte en het aantal bouwlagen wel relevant kunnen zijn, doch de verzoekster in haar verzoekschrift geen concrete gegevens aanbrengt die het mogelijk maken het effect van het ontworpen gebouw op haar woning in te schatten; dat de verweerster van haar kant verwijst naar de oriëntatie van de woning van de verzoekster, die van die aard zou zijn dat de verzoekster aan de straatkant hoe dan ook enkel in de late namiddag zonlicht ontvangt; dat de tussenkomende partij bovendien wijst op het feit dat het ontworpen gebouw een zadeldak heeft, waardoor er minder schaduw te vrezen valt, aangezien het hoogste punt van de ontworpen constructie zich enkele meters uit de voorgevelbouwlijn situeert; dat de verzoekster in de gegeven omstandigheden niet aannemelijk maakt dat zij een verlies van licht en bezonning zou lijden, dat als een ernstig nadeel beschouwd zou kunnen worden; Overwegende, wat betreft de aangevoerde aantasting van de privacy, dat uit de plannen blijkt dat er aan de straatkant van het ontworpen gebouw op de eerste en de tweede verdieping kleine terrassen zijn, die 60 centimeter diep X-12.760-3/5 zijn, waarvan 30 centimeter naar vóór uitspringend; dat zo er vanop die terrassen en vanachter de ramen van de terrassen weliswaar een mogelijkheid is van inkijk in de woning van de verzoekster, die mogelijkheid niet ruimer lijkt te zijn dan die welke geboden wordt vanuit de ramen van de thans bestaande woning; dat de kwestie van de inkijkmogelijkheid bovendien in verband gebracht moet worden met het feit dat gebouwd wordt in een straat die volgens het bestreden besluit "dicht bebouwd" is en die, naar het zeggen van de verzoekster zelf, nu eenmaal smal is; dat in dergelijke omstandigheden de verzoekster zich eraan moet verwachten dat zij geconfronteerd kan worden met een gebouw dat van dichtbij een zicht op haar woning zal hebben; dat het daaruit voortvloeiende nadeel de normale hinder in de betrokken omgeving niet te buiten lijkt te gaan, en dus niet als ernstig kan worden beschouwd; Overwegende dat het risico van een ernstig nadeel niet bewezen is;
  7. Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  8. Het verzoek tot tussenkomst van de nv HYBOMA in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.760-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig augustus 2006, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.760-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.022 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.594 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.