id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 augustus 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.025 Rolnummer: Zaak: Arrest 162025 - Sport - 28/08/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-08-30 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-01 02:47 Fiche Arrest nr 162.025 van 28 augustus 2006 Onderwijs en cultuur - Sport Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.025 van 28 augustus 2006 in de zaken A. IX-175.753/IX-5395 A. IX-175.796/IX-5397 In zake : I. de VZW MOTO-CLUB LILLE, II. de VZW VRIJE LIEFHEBBERSBOND, die woonplaats kiezen bij advocaat K. ROELANDT, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : I+II de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering die woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW MOTO-CLUB LILLE op 10 augustus 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schor- sing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene bepalingen inzake medisch verantwoorde sportbeoefening bij de deelname van minderjarigen aan sportmanifestaties, proeven, wedstrijden en opleidingen in bepaalde sporttakken (A. 175.753); Gezien het verzoekschrift dat de VZW VRIJE LIEFHEBBERS- BOND op 11 augustus 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijk- heid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van hetzelfde besluit (A. 175.796); Gezien de nota’s van de verwerende partij; Gelet op de beschikkingen van 16 augustus 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 augustus 2006, om 10.00 uur; IX-5395 en 5397-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VANBINST die, loco advocaat K. ROELANDT verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat T. DE SUTTER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat, wat betreft de hierna besproken schorsingsvoor- waarde, de beide vorderingen op dezelfde wijze beoordeeld moeten worden; dat zij worden samengevoegd; 1.
- Overwegende dat de verwerende partij ontvankelijkheidsexcepties formuleert; dat de Raad van State die excepties niet onderzoekt, nu de vorderingen om een andere reden verworpen worden;
- Overwegende dat het bestreden besluit zijn rechtsgrond vindt in het decreet van 27 maart 1991 inzake de medisch verantwoorde sportbeoefening; dat het in de plaats komt van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 met hetzelfde voorwerp dat door de Raad van State met zijn arrest nr. 158.674 van 12 mei 2006 geschorst is en dat met dit besluit ingetrokken wordt; dat het, vergeleken met de voorheen bestaande reglementering die van toepassing was op minderjarigen onder de vijftien jaar, een regeling bevat die geldt voor alle minderjari- gen en dat het, wat motorcrossevenementen betreft, de organisatie en opleidingen aan strengere regels onderwerpt; dat overeenkomstig artikel 11 van het besluit de nieuwe regeling uitwerking krijgt vanaf op 1 januari 2007; Overwegende dat de verwerende partij op 31 juli 2006 het bestreden besluit aan de verzoekende partij medegedeeld heeft, maar dat het besluit bij het sluiten van de debatten nog niet in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt is;
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17 van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige IX-5395 en 5397-2/4 voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is, wat betekent dat een uitspraak op een vordering ingediend overeenkomstig de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen om de realisatie van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel nog te beletten; 4.
- Overwegende, wat betreft de vraag of de verzoekende partij terecht een beroep doet op de procedure van de schorsing bij hoogdringendheid en afgezien van het feit dat bestreden besluit op dit ogenblik nog niet verbindend is, de Raad van State vaststelt dat de nieuwe regeling slechts ingaat op 1 januari 2007 en dat de verzoekende partij in het kader van haar uiteenzetting over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel -dat in wezen steunt op de leegloop van bij haar aangesloten motorliefhebbers- zelfs stelt dat het nadeel zich zal realiseren bij het begin van het nieuwe seizoen, te weten eind februari of begin maart 2007; dat volgens de verzoekende partij het beroep op de procedure bij hoogdringendheid verantwoord is omdat -blijkens de statistieken- een gewone schorsingsprocedure 9 tot 12 maanden duurt en een uitspraak langs die weg derhalve de realisatie van het nadeel niet zal kunnen verhinderen; 4.
- Overwegende dat, gelet op het uitzonderlijk karakter van de procedure tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijk- heid van een administratieve handeling en op de stoornis die zij in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad van State teweegbrengt, waarbij de rechten van de verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum worden herleid, de uiterst dringende noodzakelijkheid van de schorsing duidelijk moet worden aangetoond; Overwegende dat, ook al kan de door de wet opgelegde termijn van vijfenveertig dagen binnen welke een gewone vordering tot schorsing zou moeten worden beslecht in de praktijk moeilijk worden nageleefd, een periode van vier maanden -meer nog, blijkens de uiteenzetting van de verzoekende partijen, een periode van zes maanden- moet kunnen volstaan om een vordering tot schorsing, ingediend volgens de gewone procedure, af te handelen; dat er in die omstandigheden geen reden is om de vorderingen volgens de procedure bij hoogdringendheid te behandelen; dat zij om die reden verworpen worden, IX-5395 en 5397-3/4 BESLUIT: Artikel
- De zaken A. 175.753/IX-5395 en A. 175.796/IX-5397 worden samengevoegd voor wat betreft de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Artikel
- De vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden verworpen. Artikel
- De kosten van de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig augustus 2000 en zes, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5395 en 5397-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.025 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div