id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 augustus 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.123 Rolnummer: A. 171178/X-12753 Zaak: Arrest 162123 - - 30/08/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-04 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 02:53 Fiche Arrest nr 162.123 van 30 augustus 2006 - Beslissing : Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.123 van 30 augustus 2006 in de zaak A. 171.178/X-12.
- In zake : Diana VANDEVREKEN, die woonplaats kiest bij Advocaten C. DE WOLF en K. BEKE, kantoor houdende te 9680 MAARKEDAL, Etikhovestraat 6 tegen :
- de stad GEEL, die woonplaats kiest bij Advocaat K. BELMANS, kantoor houdende te 2440 GEEL, Possonsdries 7,
- het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat Cl. MARINOWER, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Consciencestraat
- tussenkomende partij : de bvba CONCEPT-ABLE, die woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Diana VANDEVREKEN op 20 maart 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 20 juni 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Geel, waarbij aan de bvba CONCEPT-ABLE de verkavelingsvergunning is verleend met betrekking tot terreinen aan de Badstraat en een nieuw aan te leggen weg, kadastraal bekend onder 4de afdeling, sectie F, nrs. 453 x5, 453 b6, 491 b en 496 b; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; X-12.753-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 juni 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. BEKÉ die verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat K. BELMANS die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat C. GRISARD die loco Advocaat Cl. MARINOWER verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat H. SEBREGHTS die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de bvba CONCEPT-ABLE met een op 7 april 2006 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- Overwegende dat de tussenkomende partij een aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 14 januari 2005, strekkende tot het verkrijgen van een vergunning voor het verkavelen van een terrein gelegen te Geel, aan de Badstraat, kadastraal gekend onder Geel, 4de afdeling, sectie F, nrs. 453 x5, 453 b6, 491 b en 496 b, in 34 bouwkavels; dat de gemeenteraad van de stad Geel bij besluit van 11 april 2005 het in de aanvraag vervatte tracé van de wegen heeft goedgekeurd; dat de gemachtigde ambtenaar over de aanvraag een gunstig advies heeft gegeven, mits naleving van een aantal voorwaarden; dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Geel bij besluit van 20 juni 2005 de gevraagde vergunning heeft verleend, mits naleving van een aantal voorwaarden; dat dit laatste besluit het voorwerp vormt van de voorliggende vordering;
- Overwegende dat de tussenkomende partij een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt, afgeleid uit het feit dat het bestreden besluit is uitgevoerd en de vordering tot schorsing geen nuttig effect meer kan hebben; dat de tussenkomende partij aanvoert dat zij de financiële waarborg tot zekerheid van de X-12.753-2/5 uitvoering van de opgelegde infrastructuurwerken gestort heeft, dat die werken op 21 januari 2006 zijn aangevat en op de dag van de terechtzitting volledig zijn uitgevoerd, dat de verkavelingsakte is verleden op 21 december 2005, dat er reeds percelen zijn verkocht, en dat er reeds een stedenbouwkundige vergunning is verleend; Overwegende dat de verzoekster betwist dat de infrastructuur- werken op de dag van de terechtzitting reeds volledig beëindigd zouden zijn; Overwegende dat de kwestie van de uitvoering van de bestreden vergunning door de tussenkomende partij ook ter sprake wordt gebracht bij de bespreking van het door de verzoekster aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel; dat het passend is om de bedoelde kwestie in die context te bekijken; dat het in de gegeven omstandigheden niet nodig is om de opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid nader te onderzoeken;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
- Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoekster in essentie aanvoert dat haar perceel paalt aan het terrein waarvoor de bestreden vergunning is verleend, dat, gelet op de reeds jarenlang gekende wateroverlast in het betrokken gebied, de kans reëel is dat de verzoekster bij de verdere uitvoering van de bestreden vergunning geconfronteerd zal worden met een aanzienlijke wateroverlast, dat de grondwerkzaamheden reeds op 24 januari 2006 een aanvang hebben genomen en dat op 7 februari 2006 is gestart met het wegpompen van het overvloedige water op het terrein, dat het waterprobleem door de verdere uitvoering van de grondwerkzaamheden zal worden aangescherpt en met name zal worden verschoven naar de omliggende percelen, waaronder dat van de verzoekster; Overwegende dat de door de tussenkomende partij ingediende aanvraag voorziet in de aanleg van een infrastructuur, bestaande o.m. uit wegen en een riolering; dat de bestreden verkavelingsvergunning wordt verleend op X-12.753-3/5 voorwaarde o.m. dat de voorwaarden gesteld in het advies van de afdeling Water van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 30 maart 2005 strikt worden nageleefd; dat dit advies o.m. voorziet in een beperking van de verharde en bebouwde oppervlakte, in de realisatie van platte of zachthellende daken als "groendak", in de opvang en het hergebruik van hemelwater, en in de aanleg van infiltratiebekkens op perceelsniveau; dat de vergunning bovendien o.m. bepaalt dat bij de opmaak van het werkendossier inzake wegenis- en rioleringswerken rekening wordt gehouden met de eventuele opmerkingen van een door het stadsbestuur aangesteld studiebureau, belast met het toezicht op de rioleringswerken, dat onder de wegenis in een drainering wordt voorzien, en dat de afval- en regenwaters via een gescheiden stelsel worden afgevoerd; Overwegende dat uit de gegevens van het dossier blijkt dat de verzoekster en andere omwonenden in het verleden met waterproblemen te kampen hebben gehad; dat vastgesteld moet worden dat het perceel van de verzoekster hoger gelegen is dan de omliggende percelen, waaronder die waarop de bestreden vergunning betrekking heeft; dat, zoals met name door de tussenkomende partij wordt uiteengezet, op het terrein waarop de bestreden vergunning betrekking heeft een vijver was aangelegd die door de omwonenden als een soort "overstort" voor hemelwater werd gebruikt, en dat daar ook grachten waren gegraven; dat de geplande en opgelegde infrastructuurwerken zullen blijven voorzien in de opvang en de afvoer van hemelwater, en dat de infrastructuur aldus de functie van de vijver en de grachten zal kunnen overnemen; dat de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning, door de aanleg van een riolering met een gescheiden afvoer van hemel- en afvalwater, zelfs tot gevolg lijkt te hebben dat het water beter dan voorheen afgevoerd zal kunnen worden; dat elk van de woningen in de verkaveling bovendien in een eigen opvang en opslag van hemelwater zal moeten voorzien, overeenkomstig de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten; dat de verzoekster in het licht van die gegevens niet aannemelijk maakt dat de door haar beschreven wateroverlast door de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning zou toenemen; dat zij aldus niet aantoont dat zij door de tenuitvoerlegging van die vergunning het risico loopt van een ernstig nadeel; Overwegende dat deze conclusie het overbodig maakt om in te gaan op de vraag in hoeverre een eventuele schorsing van de bestreden vergunning, gelet op de stand van de uitgevoerde werken, het aangevoerde nadeel nog zou kunnen beperken of tijdelijk doen ophouden; X-12.753-4/5
- Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de bvba CONCEPT-ABLE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig augustus 2006, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.753-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.123 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.685 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.