id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 augustus 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.172 Rolnummer: A. 131055/XIV-13193 Zaak: Arrest 162172 - - 31/08/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-11 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-01 02:55 Fiche Arrest nr 162.172 van 31 augustus 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 162.172 van 31 augustus 2006 in de zaak A. 131.055/XIV-13.
- In zake : XXX in eigen naam en in naam van haar minderjarig kind XXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. SMEETS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Belgiëlei 15B, bus 10 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Amerikaanse nationaliteit, op 26 december 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 4 juni 2002 waarbij de echtgenoot van de verzoekende partij, E. T., wordt uitgesloten van de toepassing van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van sommige categorieën van vreemdelingen, verblijvend op het grondgebied van het Rijk en van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van 25 november 2002; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partijen teneinde te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 15 september 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 23 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-13.193-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. SMEETS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat C. DECORDIER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de echtgenoot van de verzoekende partij, E. T., op 25 januari 2000 een regularisatieaanvraag heeft ingediend op basis van artikel 2, 4/ van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van sommige categorieën van vreemdelingen, verblijvend op het grondgebied van het Rijk (Regularisatiewet); dat deze aanvraag eveneens gold voor de verzoekende partij en haar minderjarige dochter; dat het secretariaat van de commissie voor Regularisatie van 29 november 2000 een gunstig advies verleent; dat op 4 juni 2002 de minister van Binnenlandse Zaken beslist om de echtgenoot van de verzoekende partij uit te sluiten van de toepassing van de Regularisatiewet; dat dit de eerste bestreden beslissing is die luidt als volgt: “Gelet op de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk, inzonderheid de artikelen 5 en
- Gelet op de regularisatieaanvraag ingediend op 25 januari 2000 door T. E., geboren op 26.03.1946 te Mednogorsk, van Amerikaanse nationaliteit. Overwegende dat betrokkene zijn regularisatieaanvraag heeft gemotiveerd op basis van criterium
- Overwegende dat de betrokkene op 18.06.1991 van het Belgische consulaat te New York een visum verkreeg en hij tevens ook op 16.05.1991 een arbeidskaart verkreeg. Overwegende dat hij op 08.07.1991 een Bewijs van inschrijving in het Vreemdelingenregister verkreeg geldig tot 26.02.
- Overwegende dat zijn echtgenote, XXX en dochter XXX op 08.07.1991 voorlopig een bijlage 15bis werd betekend en op 24.06.1992 een Bewijs van inschrijving in het Vreemdelingenregister verkregen geldig tot 23.06.
- Overwegende dat zijn aanvraag tot het bekomen van een nieuwe arbeidskaart op 11.01.1994 definitief werd en de dienst Vreemdelingenzaken daarop besloot hem op 02.06.1995 een Bevel om het grondgebied te verlaten te betekenen. Overwegende dat hij op 12.06.1995 een machtiging tot verblijf aanvroeg krachtens artikel 9 § 3 van de wet van 15.12.1980 en dit verzoek op 21.06.1995 onontvankelijk werd verklaard. Overwegende dat hij samen met zijn echtgenote op 02.08.1998 een verzoekschrift tot schorsing indiende bij de Raad van State tegen het Bevel om het grondgebied te verlaten hen betekend op 02.06.1995 en tevens ook een verzoekschrift tot schorsing indiende tegen de weigering van het toekennen van een machtiging tot verblijf daterend op 21.06.
- Overwegende dat de betrokkenen op 01.08.1995 respectievelijk 02.08.1995 bij de Raad van State eveneens een verzoekschrift tot nietigverklaring indiende van het Bevel om het grondgebied te verlaten en van de weigering van machtiging tot verblijf. Overwegende dat de Raad van State op 22.03.1996 de verzoeken tot schorsing van het Bevel om het grondgebied te verlaten en van de weigering van machtiging tot verblijf verwierp. Overwegende dat op 25.01.2001 de Raad van State het verzoek tot vernietiging van het Bevel om het grondgebied te verlaten en van de weigering van machtiging tot verblijf verwierp. Overwegende dat op 01.04.1999 XXX en haar dochter in het bezit werden gesteld van een aankomstverklaring geldig tot 30.06.1999 en dat Eugene Tregub op 10.04.1999 in het bezit werd gesteld van een aankomstverklaring geldig tot 09.07.
- XIV-13.193-2/4 Overwegende dat zij op 29.06.1999 voor de tweede maal om een machtiging tot verblijf verzochten krachtens artikel 9 § 3 van de wet van 15.12.1980 en dit verzoek nog hangende is. Overwegende dat de Veiligheid van de Staat hem in zijn hoedanigheid van directeurd van M§S International, Immomax S.A. en Sonyc International in verband brengt met de op 17.07.1998 te Antwerpen vermoorde Rachmiel Brandwain, een spilfiguur in de Antwerpse georganiseerde misdaad vermengd in witwaspraktijken en drugshandel. Overwegende dat uit de voorgaande feiten blijkt dat zijn aanwezigheid in het land als gevaarlijk wordt beschouwd. Overwegende dat dienvolgens hij een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid betekent. Beslist: T. E. op 26.03.1946 te Mednogorsk, van Amerikaanse nationaliteit is uitgesloten van de toepassing van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen, verblijvend op het grondgebied van het Rijk en zal kunnen verwijderd worden van het Rijk.”; Overwegende dat op 25 november 2002 aan de verzoekende partij een bevel om het grondgebied te verlaten wordt gegeven; dat dit de tweede bestreden beslissing is, die luidt als volgt: “Bevel om het grondgebied te verlaten (...) Reden van de beslissing: - Verblijft langer in het Rijk dan de vastgestelde termijn volgens artikel 6 of kan het bewijs niet leveren dat deze termijn niet overschreden werd (artikel 7, al 1, 2/ van de wet van 15.12.1980) Motivatie in feite: - Betrokkene werd uitgesloten door een Ministeriële beslissing van 04.06.2002 van de wet van 22/12/1999 in toepassing van de artikelen 5 en
- (...).”;
- Overwegende dat uit de eerste bestreden beslissing blijkt dat de minister van Binnenlandse Zaken op 4 juni 2002 besluit dat de echtgenoot van de verzoekende partij, E. T., wordt uitgesloten van de toepassing van de Regularisatiewet omdat hij een gevaar betekent voor de openbare orde of de nationale veiligheid; dat in die beslissing nergens wordt gemotiveerd waarom de verzoekende partij en haar minderjarige dochter een gevaar betekenen voor de openbare orde of de nationale veiligheid; dat ook in het dictum van deze beslissing niet naar hen wordt verwezen; dat hieruit volgt dat die beslissing niet van toepassing is op de verzoekende partij en haar minderjarige dochter, zodat zij geen rechtstreeks en persoonlijk belang hebben bij het beroep tegen de eerste bestreden beslissing; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in het vierde onderdeel van het derde middel opwerpt dat de eerste bestreden beslissing “in al zijn motieven, en ook in het beschikkend gedeelte, totaal vreemd (is) aan verzoekster”, dat niet valt in te zien waarom zij eveneens een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten heeft gekregen, “aangezien nergens uit blijkt op welke wijze zij en haar dochter ooit een gevaar zouden hebben betekend voor de openbare orde of de veiligheid van de Staat”; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord niet ingaat op hetgeen de verzoekende partij opwerpt in het vierde onderdeel van het derde middel; XIV-13.193-3/4 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord opmerkt dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord “merkwaardig genoeg” niet antwoordt “op het gestelde onder rubriek 3.
- van het derde middel”; 3.
- Overwegende dat, zoals hierboven sub 2 blijkt, er ten aanzien van de verzoekende partij geen uitsluitingsbeslissing van de toepassing van de Regularisatiewet werd genomen; dat derhalve het bestreden bevel niet kan steunen op een dergelijke beslissing; dat het vierde onderdeel van het derde middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep ten aanzien van de eerste bestreden beslissing wordt verworpen. Artikel
- Vernietigd wordt het bevel van 25 november 2002 om het grondgebied van het Rijk te verlaten. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénendertig augustus tweeduizend en zes, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-13.193-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.172 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.