id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.311 Rolnummer: A. 176357/XIV-26574 Zaak: Arrest 162311 - - 05/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-07 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-01 03:15 Fiche Arrest nr 162.311 van 5 september 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.311 van 5 september 2006 in de zaak A. 176.357/XIV-26.
- In zake : XXX, verblijvende te MELSBROEK, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 1 september 2006 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken van 24 augustus 2006 tot weigering van toegang met terugdrijving of terugleiding naar de grens; Gelet op de beschikking van 4 september 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 september 2006 om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. KILOLO MUSAMBA die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; XIV-26.574-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij aanvoert dat zij door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing dreigt een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te lijden omdat zij duurzaam dreigt verwijderd te worden van haar vader, die de enige nog in leven zijnde persoon van haar familie is en die om professionele redenen de verzoekende partij niet in het buitenland kan vervoegen, en dat een arrest tot nietigverklaring dat nadeel niet kan herstellen; Overwegende dat de verzoekende partij bij de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zal worden overgedragen aan Griekenland, waar haar asielaanvraag verder zal worden behandeld; dat dit echter een gevolg is van het feit dat de verzoekende partij oorspronkelijk zelf haar visum via de Griekse ambassade in het land van herkomst heeft gevraagd met als voorgenomen doel een vakantiereis naar Griekenland, samen met haar in België verblijvende vader; dat de verzoekende partij inmiddels voorhoudt dat zij nooit naar Griekenland heeft willen reizen doch enkel een verblijf bij haar vader in België betracht; dat het voorgehouden nadeel aldus een gevolg blijkt te zijn van de eigen handelwijze van de verzoekende partij, die eerst via de Griekse ambassade een visum type C met een geldigheidsduur van 11 dagen vraagt en krijgt, vervolgens op 11 juli 2006 naar België komt en daar wordt tegengehouden wegens een onduidelijk reismotief, zich op 17 juli 2006 akkoord verklaart met een vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst, om zich uiteindelijk op 28 juli 2006 vluchteling te verklaren; dat de verzoekende partij, indien zij inderdaad haar in België verblijvende vader wilde vervoegen, zich niet tot de Griekse ambassade had moeten wenden; dat, ten overvloede, de verzoekende partij zich in haar uiteenzetting beperkt tot enkele vage en door geen enkel concreet element gestaafde beweringen als zou haar vader het enige in leven zijnde familielid zijn, hetgeen bijzonder klemt omdat de verzoekende partij op 24 juli 2006 heeft verklaard dat haar moeder in Belgrado leeft; dat de verzoekende partij geen ander nadeel aanvoert; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, XIV-26.574-2/3 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf september tweeduizend en zes, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. C. ADAMS. XIV-26.574-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.311 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.